Plekken van plezier

De column van Bert van Oosterhout

14 september 2019 Bert van Oosterhout

Soms schiet een ideetje me op het verkeerde moment te binnen. Dat overkwam me vanmorgen vroeg. De zon was nog niet wakker, maar ik wel. In het duister staar ik naar het plafond en denk: hoe aardig zou het zijn wanneer over een uurtje, bij het krieken van de dag, alle klokken van Krimpen aan den Ijssel deze Open Monumentendag zouden inluiden.

Het zou een overweldigend gebeier zijn. Een luid maar beschaafd koor van welluidende bronzen stemmen die extra cachet zouden geven aan deze bijzondere dag. Natuurlijk zit niet iedereen daar op te wachten. Sommige dorpsbewoners krijgen alleen al bij de gedachte aan klokgebeier in de vroege morgen spontaan jeuk.

Maar overal valt over te praten. Mij maak je bijvoorbeeld niet blij met knallend vuurwerk om half een 's nachts. Maar je zult er mij niet over horen, zolang het niet elke nacht gebeurt.

Voor het begin van de Monumentendag kan ik me eigenlijk geen passender feestgedruis voorstellen dan de donkerbruine klank van klokken, die bij zonsopgang uitwaaiert over ons dorp. Met alle respect: er is niets mis, lijkt me, met het stemgeluid van wethouder Anthon Timm, die zo dadelijk de Monumentendag opent. Maar vergeleken met een beetje carillon redt hij het niet. Tja, zoals ik al zei: mijn voorzet komt te laat. Misschien een ideetje voor volgend jaar.

Denkend over monumenten en zo, lees ik op pagina 1500 van mijn tweedelige Dikke Van Dale dat een monument een overblijfsel is van vroegere cultuur, kunst, nijverheid of wetenschap. En verder zulke als zodanig wettelijk aangewezen zaken. Dat is nogal een ruime uitleg. Daar kan ik alle kanten mee op. Maar welke kant ik ook kies, het gaat altijd over ons aller verleden. Niet over ouwe meuk, maar over gestolde tijd, zou je kunnen zeggen.

De tweede definitie – over wettelijk aangewezen zaken – klinkt me trouwens wat houterig in de oren. Maar dat komt meer voor in het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal. De samenstellers kunnen nu eenmaal niet alles in Jip-en-Janneke-taal uitleggen.

In ons onvolprezen dorp kunnen we vandaag zegge en schrijve vier monumentale projecten bezoeken. Gemakshalve noem ik ze even. Te beginnen met het magnifieke streekmuseum, waar we deze morgen zijn. Dan het gemaal Reinier Blok, Boer'Arij en de Ijsseldijkkerk. Weten we tenminste waar we het over hebben.

Vier monumenten. Dat lijkt niet veel. Maar volgens mij maakt niet het aantal, maar de kwaliteit van de monumenten een bezoek de moeite waard. Bovendien kunnen we ons in een heuse huifkar van het ene project naar het andere laten rijden. En dan ook nog scheep gaan op een historisch rivierschip. Het moet niet gekker worden.

Alle lof, zou ik zeggen, voor de mensen in de betrokken Ijsseldorpen die telkens zo'n Open Monumentendag organiseren. Wat zou dit land – wat zou ons dorp – zijn, zonder al die vrijwilligers? En hulde dan ook voor de tientallen organisaties, waaronder de BankGiro Loterij, die als sponsor optreden.

Zo kan 'ie wel weer. Wat mij aanspreekt is dat ons dorp zich heeft aangesloten bij de ongeveer 300 gemeenten die meedoen. Vorig jaar bezochten ruim een miljoen mensen – u hoort het goed: ruim een miljoen – een of meer van de 5000 open gestelde monumenten in al die plaatsen.

Aan deze dag werken jaarlijks zo'n 18000 vrijwilligers mee. Van hen zijn er dan weer 2400 een heel jaar bezig met de organisatie van het evenement. Dit weekend zijn nog eens 15.600 mensen in de weer, om alles in goede banen te leiden.

Genoeg over de cijfertjes. Wat me vooral interesseert is wat die zee van bezoekers nu eigenlijk naar die monumenten trekt. Is het de herinnering aan vroeger? Toen alles beter was. Toen de graanmolens nog draaiden; de Ijsseldijkkerk 's zondags uitpuilde van het kerkvolk en het gemaal Reinier Blok de polder droog hield.

Joost mag het weten. En als die het niet weet, kan Cindy Snoeck het mij wel vertellen. Dat doet ze dan ook. Verantwoordelijk voor de communicatie en de educatie bij het streekmuseum, is zij desgevraagd graag bereid mijn kennis bij te spijkeren en mijn inzicht te verdiepen.

'Ongetwijfeld brengt een dosis nostalgie veel bezoekers naar de lokale monumenten,' zegt Cindy. 'Alleen al de gebouwen zelf – en dan natuurlijk vooral onze museum=boerderij – werken als een magneet. Ze zijn normaal gesproken niet allemaal altijd te bezichtigen. Nu dus wel en dan krijg je er ook nog een toelichting bij. In alle opzichten een buitenkansje, toch?'

Hoort u het ook eens van iemand, die dag en nacht druk is geweest met de organisatie van de Monumentendagen, die traditiegetrouw een thema hebben. Deze keer is dat Plekken van plezier. Het bekt lekker en het belooft veel. De bedenkers ervan hebben zich duidelijk afgevraagd op welke monumentale plekken mensen zich willen ontspannen en vermaken.

Dat zijn er eindeloos veel. Want het is van alle tijden om bijvoorbeeld onze helden en heldinnen in monumenten van brons en steen te bewaren. En via allerhande monumentale restanten van vorige generaties houden we als het ware voeling met wat aan ons vooraf ging. Wie het aanspreekt, kan zodoende af en toe even stilstaan bij het besef dat we passanten zijn. Voorbijgangers in een eindeloos lijkende optocht op een planeet, die in het heelal niet meer dan een speldeknop is.

Ver gezocht? Kun je vinden. Ik vind het eigenlijk wel eens een aardige manier om naar dit Monumenten weekend te kijken. Het is weer eens wat anders.

Ik wens u, beste luisteraars, een plezierig weekend. Tot de volgende keer.