Sorry, bril thuis laten liggen
De column van Bert van Oosterhout
12 oktober 2019 Bert van Oosterhout
Het is een halve eeuw geleden, maar de herinnering is niet verbleekt. Iets meer dan drie turven hoog was hij, onze zoon. Het eerste semester op de basisschool had hij net achter de rug. En hij had niet zitten slapen. Want de reclametekst op de gevel van kruidenierswinkel Boers aan de Parkzoom had al geen geheimen meer voor hem. 'Kaasfondue van Nederlandse kaas' las hij zonder te aarzelen.
Een heldere mededeling in een duidelijke zin. Onze eersteklasser – de groepsindeling moest nog worden uitgevonden – had er geen moeite mee. De meesten van zijn leeftijdgenootjes evenmin. Maar voor menige dorpsgenoot (13 tot 16% van mensen tussen 16 en 65 jaar) zou dit zinnetje vandaag de dag wel eens abacadabra kunnen zijn.
En dan gaat het niet alleen om mensen die zojuist uit een ver, exotisch land hierheen zijn gevlucht. Ook vóór de moderne volksverhuizing op gang kwam, waren de laaggeletterden onder ons. Bij de kruidenier hebben ze toevallig altijd hun bril thuis laten liggen. Dus moet de caissière voorlezen hoeveel er afgerekend moet worden.
Met een arsenaal aan trucjes en foefjes maskeren ze dat hun lees- en schrijfvaardigheden niet verder reiken dan die van een basisschoolverlater. Maar de schaamte blijft. En het ongemak. Want hoe vervelend is het, formulieren onder je neus te krijgen in een geheimtaal die je niet beheerst?
En dan te weten dat het ongemak veelal betrekkelijk gemakkelijk te verhelpen is. Wie het aangaat moet wel de valse schaamte voorbij. Maar eenmaal zo ver, staat een batterij hulpverleners klaar om beetje bij beetje de wonderen van het Nederlands aan te reiken.
In ons aller dorp bestaat bijvoorbeeld een Taalnetwerk, dat wat mij betreft applaus verdient. De Gemeente, de KrimpenWijzer, de Voorleesexpress, CrimpenInn, de Bibliotheek aan de Ijssel en de Stichting Lezen en Schrijven
hebben de handen ineen geslagen. Nou, waar zoveel positieve energie vrij komt, kan het bijna niet anders of de laaggeletterdheid verdwijnt op den duur.
Dat zou ronduit geweldig zijn. Niet alleen omdat we met elkaar verkeren bij de gratie van een gezamenlijke taal. Ook omdat taal de poort is naar de buitenwereld. De grijpbare samenleving om ons heen. En die van de fantasie en de studie.
Voor degenen onder ons die er ontvankelijk voor zijn, is taal ook het voertuig naar de schoonheid van de letterkunde en de poëzie. Maar wie pech heeft en van dit alles verstoken blijft, kan het heel lastig krijgen. Mensen die onvoldoende goed kunnen lezen, schrijven en rekenen kunnen zich moeilijk staande kunnen houden in onze ingewikkelde en veeleisende samenleving.
Niet zelden komen ze terecht in een vicieuze cirkel. Hun gebrek aan vaardigheden gaat nogal eens gepaard met armoede. En probeer in zo'n situatie maar eens je kennis van lezen en schrijven te verbeteren. Je hebt dan wel andere dingen aan je hoofd. Een gebed zonder einde, wordt het.
Maar er is hoop. En niet te weinig ook. De praktijk wijst uit dat ongeveer 70% van alle mensen die aan een taalcursus beginnen, binnen een maand of zes beter kan lezen en schrijven. En circa de helft tot 60 % van hen verovert ook nog een betere positie.
Hoewel het gezegde luidt dat de wonderen de wereld nog niet uit zijn, zou ik er in dit geval niet te hard op rekenen. Doet zich onverwachts toch nog een mirakel voor, dan is dat mooi meegenomen. Vóór je het weet, lukt de sprong: alsof je uit de mist in een zonnig landschap stapt.
Twintigduizend jaar geleden maakten de mensen van Lascaux, in wat we nu Frankrijk noemen, hun eerste tekeningen. Het duurde daarna nog zeventienduizend jaar voor een van de mooiste menselijke uitvindingen ontstond, het schrift.
Een interessant weetje. Maar je hoeft er niet wakker van te liggen als je het niet weet. Het is helemaal niet nodig te beseffen dat het schrift is ontstaan aan de oevers van de Eufraat en de Tigris. Dat voor de hand liggende materialen zo'n 6000 jaar de vorm ervan bepaalden. Kleitablet en schrijfstift bij de Soemeriërs, papyrus en rietpen bij de Egyptenaren, steen en beitel bij de Romeinen, perkament en ganzeveer bij de monniken in héél Europa.
Zonder dit te beseffen gebruiken we het schrift – verrijkt met alle uitvindingen van boekdrukkunst tot computer – om vast te leggen wat we willen onthouden. Of aan anderen willen laten weten. En daar gaat het om.
Ik wens u, beste luisteraars, een plezierig weekend. Tot de volgende keer.
