Systeem Groenendaal nr. 1
De column van Bert van Oosterhout
2 november 2019 Bert van Oosterhout
Het wil nog wel eens druk zijn in het Gezondheids-centrum in Krimpen aan den IJssel. Maar zo druk als op vrijdag 20 april 2012 heb ik het daarna niet meer meegemaakt. Rondom het splinternieuwe gebouw hing als het ware een wolk van geroezemoes. En tegelijk met de honderden genodigden verplaatste het geluid zich stapvoets naar een reusachtige tent op het voorplein.
D-day. Jaren van brainstormen, plannen en begroten waren afgerond. De feestrede van Paul Schnabel, toenmalig directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau, was als vuurwerk bij de opening van het nieuwe Gezondheidscentrum Krimpen aan den Ijssel. Huisarts Saskia te Loo, spreekstalmeester van de dag, regisseerde de loop van de gebeurtenissen.
Zij en een kleine kring van intimi, waren zich ervan bewust dat waarschijnlijk niemand in Krimpen en wijde omgeving zich zo sterk met het nieuwe Gezondheidscentrum vereenzelvigde, als huisarts Ruud Klomp.
Hij was en is, bij wijze van spreken, de aartsvader van het centrum. Voor menig ander is het niet meer dan het gebouw van de werkplek. Voor hem was het vanaf het begin het in baksteen uitgevoerde idee van efficiënte gezondheidszorg.
Zo was het gedacht en zo werd het uitgevoerd. Een centrum, uniek in Nederland. Met alle denkbare medische en paramedische disciplines onder één dak.
Hoe handig dat werkt mocht ik bij gelegenheid zelf ervaren. “Tja, weet je wat,” heette het dan bij mijn huisarts. “We laten even een fotootje maken. Hier op het eind van de gang”. Het ging natuurlijk niet over een pasfoto voor mijn rijbewijs.
Dat is nou, wat je noemt, gezondheidszorg van de eerste lijn. Met de volgspot volledig op de kwaal van de patiënt. Geen tijd verliezen door de geplaagde medemens naar een andere plek te verwijzen voor nader onderzoek. Soms kan het natuurlijk niet anders. Dat begrijpt iedereen. Maar het 'Systeem Groenendaal nr. 1' – zoals ik het vanaf nu noem – voorkomt duidelijk veel onnodig gedoe.
Maar wie schetst mijn verbazing? En die van u waarschijnlijk. Een aantal Krimpenaren, wethouder Arjan Neeleman voorop, ziet dat allemaal wat anders. Hem lijkt – of moet ik inmiddels zeggen leek? – het overdreven dat vooral de huisartsen er mordicus tegen zijn, dat consult en het vervolg onder dat ene dak, van elkaar worden losgemaakt.
En waarom dat dan? Omdat een aantal welzijnsorganisaties, tot nog toe thuis in het Gezondheidscentrum, naar de vrij komende ruimte in de Rabobank lonkt. De bank neemt immers de wijk naar Capelle aan den IJssel. Met de groeten aan een generatie bejaarde digibeten die het nakijken hebben.
Die welzijnsorganisaties zitten nu wat krap in het pak. Dus waarom niet wat ruimte in de bank benut? Het kan toch niet echt een bezwaar zijn, zo opperden aanvankelijk de bewindsman en zijn medestanders, dat een patiënt een kilometer of wat van het Gezondheidscentrum een vervolgbehandeling moet halen?
Kom op, lopen is gezond. En wie die 1,2 kilometer niet kan lopen, neemt toch lekker RET-bus 97 richting Rotterdam. Uitstappen of de bus uit wankelen bij halte Raadhuisplein graag. Je mag toch hopen dat deze scherts niet strookt met de werkelijkheid.
Maar je weet het nooit. Zo betwist bijvoorbeeld de altijd goedlachse wethouder Kirsten Jaarsma “de suggestie dat de samenwerking tussen huisartsen en welzijnsorganisaties minder zal zijn als ze op een kleine afstand van elkaar zitten.”
Kunnen we een oordeel hierover niet beter overlaten aan de huisartsen, denk ik dan. Voor zover mij bekend, zijn zij in dit geval degenen met de meeste ervaring. Ik geloof graag dat een stethoscoop wethouder Jaarsma heel charmant zou staan. Maar toch.
Enfin, hebben we hier nu te maken met een storm in een glas water of is de wind inmiddels gaan liggen? De standpunten gehoord hebbend, schat ik dat voor- en tegenstanders van de omstreden verhuizing er al polderend wel uit gaan komen.
Overigens is, wat mij betreft, het beste advies dat ik in dit verband in de gemeenteraad hoorde, dat van Saskia Bijl van Krimpens Belang. “Laten we dit gewoon niet doen” zei ze. In alle eenvoud een ijzersterke tekst, zou ik zeggen. “We moeten niet kiezen voor het geld, maar voor goede zorg.” Nog beter. Hoe eenvoudig kan het toch zijn, denk ik dan.
Ik wens u, beste luisteraars, een plezierig weekend. Tot de volgende keer.
