100
De column van Bert van Oosterhout
23 november 2019 Bert van Oosterhout
Een poosje gedacht dat Klaas Dijkhoff door dik en dun een gezellige Brabo is. Eigenlijk geen type voor zo'n driedelig-pak-partij als de VVD. Maar ik ben helemaal om. In de operette over beperking van stikstof, zag ik ineens Klaas zijn ware gezicht. Weg was de gemoedelijke politicus. Weg het relativerende toontje bij serieuze onderwerpen. Boos en verdrietig oogde hij. En dat wegens die opzienbarende rotmaatregel, de verlaging van de maximumsnelheid voor auto's, overdag, van 130 km naar 100 km per uur. Wat een ellende. Is het je eindelijk gelukt zo'n glanzende BMW aan te schaffen, mag je met die bolide niet harder dan …... Jakkes, je krijgt het niet eens uit je strot. Zelden een politicus zo chagrijnig zien reageren. Maar hij had natuurlijk geen keus. Opnieuw immers verdween een kroonjuweel van de liberalen de prullenbak in.
Langzamerhand zit er bijna niks meer in het bijouteriekistje van Marc Rutte en zijn politieke kompanen. Dat is vanzelf een hard gelag voor de partij die de Heilige Koe vereert als ware ze de mascotte van de club. Bij uitstek het symbool van individuele vrijheid en succes. Een machine die zo'n lekker onderbuik-gevoel veroorzaakt. Vooral wanneer de snelheidswijzer aangeeft dat je de 200 km per uur overschrijdt. Ik zie nog het stralende gezicht van toenmalig VVD-minister Melanie Schultz van Haegen-Maas Geesteranus – ja, zo heet ze echt – voor me, toen ze met een triomfantelijk gebaar de maximumsnelheid op 130 kilometertjes per uur bracht. Wat een vreugde. Wat een vrijheid. Je kunt ook zeggen: een kinderhand is gauw gevuld. En dat was bij Melanie, die er als minister nog steeds uitzag als het prototype van een hockeymeisje, blijkbaar het geval.
Want waarom wil een volwassen mens met 130, 150 of 200 kilometer per uur over het zoab razen? Van Max Verstappen kan ik het nog begrijpen. Hij heeft ervoor gekozen om beroepshalve op een gesloten circuit zijn levensgevaarlijke capriolen uit te halen. Maar om dat nou op je vrije zaterdag tussen Vaals en Groningen na te bootsen. Hallo zeg, voer eens een goed gesprek met je psychiater. Hoe dan ook, voor de vroem-vroem-partij is het uit met de pret. Ze staat voor paal ten opzichte van haar achterban. Maar het moet gebeuren om de woningbouw en banen te redden. Daar gaat het per slot van rekening om bij al die opwinding over het terugdringen van stikstof. En Rutte weet als geen ander wanneer hij de koers van het Schip van Staat moet verleggen. Dus liet hij een paar zeilen strijken.
In het bij voorbaat verloren gevecht voor een wereld met zo min mogelijk stikstof, wordt ook de autoloze zondag van stal gehaald. Dat vind ik nou een leuk idee. De vorige in 1973 herinner ik me als de dag van gisteren. Ze werd afgekondigd door het kabinet-Den Uyl. Dat was nogal geschrokken van de boze arabieren, die in de Jom Kippoer-oorlog probeerden Israël van de kaart te vegen. Omdat wij de kant van de joodse staat kozen, draaiden de sjeiks de oliekraan dicht. Zag er heel dramatisch uit. Maar dat was het niet. Wij hadden geen gebrek en we kregen geen gebrek. De olietanks in de Rotterdamse haven zaten letterlijk barstensvol. De autoloze zondag werd een fiasco. Maar gezellig was het wel met al die fietsen en steppen op de A16 en zo.
Autoloze zondagen zijn de club van Marc en Klaas natuurlijk een gruwel. Dat valt te begrijpen. Voor hen en de hunnen is de automobiel een stuk van hun identiteit. Kijk, als sociaal-democraat kun je best met de RET-bus reizen. Ben je van GroenLinks, ligt het voor de hand dat je de fiets pakt. Maar een beetje VVD-er weet toch warempel wel beter. Ironisch genoeg heeft hij de trend tegen. Enerzijds zie je steeds mooiere, vernuftige, prachtig vormgegeven auto's op de markt komen. Anderzijds levert de auto in. Het wordt veel te druk, vinden veel mensen. Hij draagt stevig bij aan de vervuiling. En autorijden is pakweg zeven keer zo gevaarlijk als vliegen. Daar komt nog bij dat dat moois voor je voordeur op jaarbasis een vermogen kost. Eventuele verkeersbonnen niet meegerekend.
Denkend aan Holland,
zie ik brede rivieren,
traag door oneindig
laagland gaan,
Zo dichtte Hendrik Marsman in 1936. Wie kent ze niet, deze schitterende regels? Maar dat idyllische landschap heeft plaatsgemaakt voor rokende schoorstenen in het groen dat naar adem snakt. Wij zijn niet langer een land, maar eerder een bedrijf. Aan de beurs genoteerd, zodat we de winstmarges goed in het oog kunnen houden. Ideeën hebben we genoeg. Maar we geven ze graag voor tastbare hebbedingetjes als daar zijn huizen, auto's, vliegreizen en zo meer. Zelfs als het stikstof onze leefomgeving aantast. Wat te doen ? Gaan we door tot het point of no return of nemen we nog een aantal rotmaatregelen? Ik ben benieuwd.
Ik wens u, beste luisteraars, een plezierig weekend. Tot de volgende keer.
