Zijn naam was Guus

De column van Bert van Oosterhout

7 december 2019 Bert van Oosterhout

Af en toe is hij er weer. Wanneer we door de voordeur binnen komen, loopt hij ons in de gang tegemoet. Dat wil zeggen: een fractie van een seconde lijkt het zo. Maar dan beseffen we dat ons brein ons weer eens parten speelt. Alsof het verlangen hem te zien zich in ons dna heeft genesteld.

Raar verhaal eigenlijk. Guus de kat, want over hem hebben we het, is al jaren dood. 18 jaar was hij het vijfde gezinslid geweest. Zonder poespas claimde hij zijn plaats in huis. En wij lieten hem zijn gang gaan. We waren immers meer dan dikke vrienden.

Tenslotte nam hij op een ochtend de kortste weg naar het katten-paradijs. Of waar hij zich, als gevolg van een ziekte, dan ook voor altijd terug trok. Telefonisch gevraagd wat je met een dode kat aan moet, zei de vrouw van de toenmalige dierenarts: “gooi maar in een container op de gemeentelijke stort”.

'Die spoort niet', dacht ik nog en we gaven Guus een fatsoenlijke laatste rustplaats. Het duurde daarna even voor we waren bekomen van onze verbazing over het gebrek aan empathisch vermogen bij de vrouw van de dierenarts. Maar goed, misschien had ze haar dag niet. Geen idee.

Sentimenteel verhaal? Valt wel mee, toch? We staan allemaal op de nominatie om eens onze planeet te verlaten. En ik zie niet in waarom we voor een kat een uitzondering zouden maken. Maar aan die van ons blijven we met een warm gevoel denken.

In zo'n stemming is het even slikken bij het jongste nieuws uit Tilburg. Ja, soms wordt er in die hoek van Brabant als het ware een bommetje tot ontploffing gebracht. In dit geval door twee juristen van Tilburg University.

Zij lieten kortgeleden in dagblad Trouw weten dat het huisdier genaamd kat of poes, wat je wilt, wereldwijd honderden diersoorten bedreigt. Waaronder beschermde vogels en zoogdieren. Achteraf bezien was die gezellige Guus in ons huis dus eigenlijk een massamoordenaar. De Tilburgse wetskenners Arie Trouwborst en Han Somsen vinden dan ook dat katten, als ze zo nodig naar buiten moeten, maar beter aan het lijntje moeten worden gehouden.

Vooral 's nachts. Want juist dan laten ze hun jachtinstinct de vrije loop. Met alle gevolgen van dien voor de omwonende muizen, ratten en vogels, die zich niet snel genoeg uit de voetjes kunnen maken.

Zo komen in ons land jaarlijks naar schatting 140 miljoen dieren aan hun eind. Geholpen door katten en poezen die hun oer-drift om te jagen in duizenden jaren niet hebben afgelegd.

Bovendien worden 370 diersoorten door die moorddadige gluiperds in hun bestaan bedreigd. Wordt gezegd. Een opvatting die trouwens wordt bestreden door hoogleraar ecologie Henk Siepel van de Radboud Universiteit. Hij plaatst ook vraagtekens bij de eerder genoemde 140 miljoen dierlijke overledenen. 'Speculatief', zegt hij.

Hebben die twee juristen van de Tilburg University nu eigenlijk een waardevolle bijdrage geleverd aan onze kennis van Felis catus, beter bekend als de huiskat? Daar valt over te twisten. Ok, ze hebben de Europese regels voor natuurbescherming – die eerder dit jaar de Raad van State de geruchtmakende uitspraak over stikstof ontlokten – toegepast op de handel en wandel van katten en poezen.

En ja, dan veroorzaak je al gauw een nieuwe nationale discussie. Alsof we al niet genoeg hebben om met z'n allen over te zeuren. Moordende katten, die ook nog in buurmans tuin pissen en poepen en die met hun krolse gegil midden in de nacht heel de wijk wakker houden – het kan er nog wel bij. Met dank aan de Tilburgse wetenschappers.

Oprecht geamuseerd las ik dezer dagen enkele commentaren van ingezonden briefschrijvers in mijn lijfblad. “Ik heb mijn hele leven katten gehad en ik had één gouden regel”, schrijft er een. “ snachts altijd binnen, en buiten, zeker in de winter een belletje om.”

En een ander merkt snedig op :”Ja, katten vangen beesten. Vooral muizen en ratten. Zielig, zo'n leuk vogeltje ook. Maar kijk eens in de natuur. De leeuw maakt soms een cheeta af. Moet ik die leeuw aanlijnen? Kom op. Kappen met die discussie.”

En tenslotte deze:” Mag die vriendelijke kat van de buren nu niet meer gezellig komen buurten en een koekje bietsen? Ik moet er niet aan denken. Kunnen die heren in Tilburg niet iets nuttigs gaan doen? Laat ze een kattenasiel beginnen, want volgens mij vervelen ze zich.”

Ja, kom niet aan onze kat, want dan heb je de poppen aan het dansen. Da's duidelijk. De Tilburgse juristen die de kat de bel aanbonden, weten dit intussen ook. Ik heb zo'n vermoeden dat zij met een stevige kater zitten. Maar dat vinden wij toch niet erg?

Ik wens u, beste luisteraars, een plezierige zondag. Tot de volgende keer.