Het Quotum
De column van Bert van Oosterhout
14 december 2019 Bert van Oosterhout
Nou dames, de buit is binnen. Gefeliciteerd. 30% van de pluchen zetels in de Raad van commissarissen van bedrijven die aan de Beurs zijn genoteerd, is voortaan voor jullie. Weliswaar moest de Tweede Kamer eraan te pas komen, om dat voor elkaar te krijgen, maar dat mag de pret niet drukken.
Die driedelige grijze pakken die tot nog toe exclusief de top van het bedrijfsleven beheersten, geven normaal gesproken niets van hun macht voor nop weg. Maar er was niet aan te ontkomen. En dus krijgt Nederland een vrouwenquotum. In alledaags Nederlands, een – bijna – evenredig deel van de koek.
Een historische overwinning voor de vrouwen, zou ik zeggen. Niet meer en niet minder. En in alle opzichten terecht natuurlijk. Zonder mijn eigen sekse af te vallen, moet ik vaststellen dat vrouwen bij het verdelen van topbanen worden gediscrimineerd. Daar gaat het quotum niet meteen verandering in brengen. Maar er zit beweging in de zaak.
Het glazen plafond dat loopbaan-beluste vrouwen in de weg zit, vertoont nu een ster die zelfs de firma Carglass niet gerepareerd krijgt. Maar zaligmakend is het quotum nu ook weer niet. De motie die in de Tweede Kamer werd aangenomen, moet leiden tot een wijziging van de Wet bestuur en toezicht. Dat betekent dat 88 bedrijven aan de Beurs, in hun Raad van commissarissen 30 % vrouwen moeten opnemen. Nu is ruim 26% van de toezichthouders vrouw.
Als je er zo naar kijkt, lijkt het erop dat de Kamer met een paardenmiddel niet meer dan een minimale verbetering bereikt. Misschien te vroeg gejuicht? Een beetje wel. De komst van het vrouwenquotum is vooral symbolisch. Wel het begin van een nieuwe situatie, maar je kunt er toch een handvol vraagtekens bij zetten.
Zitten daar straks samen met de mannen van het old boys network - zeg maar, de club van ouwe jongens-krentenbrood – drie vrouwen mee te vergaderen. Hartstikke mooi toch. Geeft allicht een extra impuls aan de discussie. Maar wat betekent dat nou voor hun seksegenoten een verdieping lager in het bedrijf? Worden die er ook beter van?
Berichten uit bijvoorbeeld Noorwegen spreken dat tegen. Ik noem Noorwegen omdat dat het eerste land is waar het glazen plafond werd gesloopt. Maar zelfs daar valt de uitstraling van het quotum op de rest van het bedrijfsleven lelijk tegen. Betrekkelijk weinig vrouwen hebben er een baan als directeur of manager. Bovendien vangen mannen aan het eind van de maand nog steeds meer salaris dan vrouwen. En dan hebben we het hier nota bene over een gidsland.
De ervaringen in Noorwegen zijn in ons land als vanzelfsprekend koren op de molen van tegenstanders van het vrouwenquotum. Dat zijn meestal mannen, maar ook onder vrouwen valt enige scepsis te beluisteren. 'Jammer dat de Tweede Kamer eraan te pas moest komen om vrouwen recht te doen', las ik in mijn krant.
Een begrijpelijke verzuchting. Evenals die andere – bijna klassieke – opmerking: Vrouwen moeten niet op geslacht worden gekozen, maar op hun kwaliteiten. Daar valt niets op af te dingen. Ironisch genoeg wekt dit de indruk dat mannen wèl uitsluitend op hun kwaliteiten worden aangenomen. We weten wel beter. Ze worden niet voor een topbaan gekozen alleen omdat ze gewiekster zouden zijn dan vrouwen. Ook omdat ze over de juiste connecties beschikken. Kwestie van netwerken.
Waar of niet waar, de indruk bestaat dat vrouwen deze sport met minder succes beoefenen. Ze kunnen het best, maar ze doen het niet. Want, zo hoor je wel om je heen, vrouwen willen niet voor dag en dauw de deur uit naar het werk. Niet 's avonds laat thuis komen. Wanneer de kinderen al op bed liggen. En niet 70 uur per week buffelen. Mannen die de bovenste tree van de ladder willen bereiken, hoor je daar meestal niet over.
Deeltijddiva noemde een psychologe in mijn dagblad de werkende vrouw anno 2019. Ik citeer haar omdat ik de term speels en tegelijk treffend vind. 'Vrouwen zijn werkschuwe deeltijddiva's en ze moeten dan ook niet lopen huilebalken dat ze minder verdienen.' Aldus haalt de psychologe op haar beurt het tijdschrift Quote aan.
Dat vrouwen voor hetzelfde werk minder betaald krijgen dan mannen, zou komen omdat ze niet vol voor haar werk gaan – zoals al die ambitieuze kerels – maar liever origami vouwen met haar kinderen of een cursus mindfullness voor mama's volgen.
Niet bepaald een mals oordeel. En een karikatuur van de werkelijkheid, bedenk ik wanneer ik op het terras van
Tearoom Devon op het Raadhuisplein de fine fleur van de vrouwelijke bevolking van Krimpen gadesla. Hoeveel van die charmante passanten lopen hier met een gevoel van 'Yes, we hebben een quotum?'
U en ik kennen het antwoord. William Shakespeare zei het al:
Much ado about nothing (Veel drukte om niets). Zover wil ik niet gaan. De vrouwen emancipatie heeft gescoord. Maar het is een magere score. De competitie is nog lang niet voorbij.
Ik wens u, beste luisteraars, een plezierig weekend. Tot de volgende keer.
