Wein, Weib und Gesang
De column van Bert van Oosterhout
25 januari 2020 Bert van Oosterhout
De westenwind die over de Noordzee van Engeland uit oversteekt, brengt bij tijd en wijle opmerkelijke zaken mee. Denk maar eens aan de hot pants uit de vroege jaren zeventig van de vorige eeuw. Van recenter datum natuurlijk de Brexit. En nu is ook dry january komen overwaaien.
Voor wie het heeft gemist: het idee is om ter compensatie van het royale innemen met kerst, oud- en nieuw en tussendoor, onze geteisterde organen, de lever voorop, even rust te geven. Nou even, een volle maand.
En dan bij voorkeur in januari. Dan resteren in ons benevelde brein immers nog een paar goede voornemens. Meestal blijft het daarbij. Mocht je er toch iets serieus mee willen doen, dan maakt het natuurlijk niet uit als je pas in februari met je privé vasten begint, omdat je in januari drie verjaardagen, twee bedrijfsfeesten, een nieuwjaarsreceptie en een week après ski in Zwitserland moet zien te overleven.
Ik weet niet of we in het geval van droge januari al van een hype kunnen spreken. Eerlijk gezegd, denk ik van niet. Hele volksstammen zullen deze Engelse import, bij wijze van spreken, afdoen als de jongste gekkigheid van Boris Johnson. Drinken kan gezellig zijn. Vooral samen met anderen. Dat laten we ons niet afnemen. Zelfs niet voor een maand. Boris kan de pot op.
Miljoenen denken er trouwens anders over. Lurkend aan de opium-pijp, is voor ontelbare genieters in grote delen van onze planeet het gebruik van alcohol not done. Daar heeft zelfs de agressieve marketing van Freddy Heineken niets aan kunnen veranderen. Intussen is in ons land de groei van het aantal moslims ook geen stimulans voor de verkoop van alcoholische verleiders. Maar dit terzijde.
Voor zover ik weet zijn wij mensen de enige diersoort die alcohol drinkt. Ik heb in elk geval nog nooit een orang oetan een bruine kroeg binnen zien komen. Nou ja, soms schuift er wel eens een type aan de bar, dat verdacht veel op een gorilla lijkt. Per slot van rekening wordt niet iedereen als beauty in de wieg gelegd.
Maar we dwalen af. Terug naar dry january. Je kunt het zien als een reactie op het feit dat mensen eeuwenlang de kruik, de kroes en het glas heffen om hun leven wat kleur te geven. Hun verdriet te verdrinken. Hun vreugde brandstof te verschaffen. Generaties Hollandse schilders hebben zulke taferelen weergaloos in verf vastgelegd. En in boeken en films is de relatie van de homo sapiens met zijn drank verder uitgewerkt.
Allemaal leuk en aardig, zo'n innige band tussen mens en alcohol. Maar toch maakte de overheid zich in een niet eens zo ver verleden, zorgen over het enthousiasme waarmee fabrieksarbeiders elke vrijdag hun zuur verdiende weekloontje verzopen. Om die dranklust tegen te gaan, richtte elke zuil in de samenleving een geheelonthoudersvereniging op. Hun symbool – de Blauwe Knoop – leeft voort in ons spraakgebruik.
De fabrieksarbeider van toen bestaat zowat niet meer. Maar drinken doen we nog volop. Sommigen in het geniep. Anderen zonder enige schaamte in het openbaar. Het café is een openbare huiskamer. Ook ik vind het een plek waar je op je gemak met je maten de wereld kunt verbeteren. Waar je kunt vaststellen wat de regering allemaal verkeerd doet. Waar je, kortom, met een zekere regelmaat ongestraft slap kunt ouwebetten.
En dan is daar ineens de dry january. Wie het heeft bedacht mag Joost weten. Maar er zijn wel eens slechtere ideeën gelanceerd. Om, alsof het om een soort APK-keuring gaat, eenmaal per jaar de neut en die blonde rakker een maand lang te laten staan – jongens en meiden, geloof me: het is ongetwijfeld goed voor lijf en leden.
Let wel, hier spreekt iemand, die graag een glas wijn drinkt. Laten we zeggen twee. Die al driekwart eeuw een prettige vriendschap onderhoudt met de alcohol. De laatste jaren overigens met de rem er op.
Een leuke bijkomstigheid, vind ik zelf, is dat ik nog regelmatig in mijn geboorteplaats langs de plaats delict loop, daar waar het ooit begon. Waarom deze pleisterplaats in het hart van de stad nog steeds De Vrachtwagen heet, weet ik niet. Maar om Vader Abram te citeren: 'Het is hier een heel goed café'. Klopt, je kon er destijds dan ook voor 45 cent van de gulden, in het welig schuimende bier happen.
Al dit gezelligs had en heeft ook een donkere kant. 'Drank verwoest meer dan je denkt' luidt een bekende slogan. Geen speld tussen te krijgen, natuurlijk. Maar ik zou je toch liever treffen in een heel andere sfeer. Nuchter en goed gemutst. Met een mooi glas wijn, waarin het kaarslicht flonkert. En dit dan bijvoorbeeld met zo'n onverwoestbare Strauss-wals als Wein, Weib und Gesang op de achtergrond. Al dan niet na een dry january.
Kort samengevat, Proost. Ik wens u, beste luisteraars, een plezierig weekend. Tot de volgende keer.
