En ik kijk ernaar...
De column van Bert van Oosterhout
1 februari 2020 Bert van Oosterhout
Ik sta erbij en ik kijk ernaar. Zes zenuwachtige mensen op een kluitje voor burgemeester Martijn Vroom. In een hoek van de grote raadszaal valt het kleine gezelschap zowat in het niet. Behalve de burgemeester. Met zijn lengte torent hij altijd overal boven iedereen uit.
Een en al gemoedelijkheid, geeft hij aanwijzingen. 'Eens even kijken. Ja, ik heb hier alle papieren bij de hand. Nou, dan beginnen we bij die mevrouw.' Zij en de anderen spreken vervolgens de voorgeschreven belofte uit. 'Dat verklaar en beloof ik.'
Het is voor elkaar. Het laatste obstakel op de weg om Nederlander te worden is geruimd. Ze hebben het bewijs in handen. Zojuist van de burgemeester-zelf in ontvangst genomen. Verpakt in de rustige vriendelijkheid die hij bij zo’n gelegenheid uitstraalt.
Ik zei het al: ik stond erbij en ik keek ernaar. Twee weken geleden. Op een nevelige wintermiddag, half in de week. Een vriendin, al heel wat jaartjes geleden in Polen geboren, was een van de nieuwe Nederlanders. Maar zij onderscheidt zich van de anderen. Want zij is geen vluchteling. Niet door een oorlog van huis en haard verdreven.
Zij wisselt de Britse nationaliteit tegen de Nederlandse. En dat na een verblijf van tientallen jaren achter de dijken. Voortaan is niet koningin Elisabeth haar staatshoofd, maar Willem Alexander. Goed beschouwd een luxe naturalisatie.
Voor haar niet langer Britannia rule the waves en God save the Queen. Maar het Wilhelmus en Waar de blanke top der duinen. Desgewenst ook nog zo'n gedragen deun uit Valerius' Gedenck- clanck.
Hoe anders is dat bij de Syriërs die hier vanmiddag samen zijn. Het volkslied waarmee zij zijn opgegroeid, het Humat ad-Diyar , klinkt melodieus en strijdvaardig. Het had wonderwel gepast bij deze middag. Het ademt eensgezindheid en nationale trots uit. Maar dat zijn begrippen uit het verleden. Uit een andere wereld.
De sobere plechtigheid, die door de burgemeester met een minimale regie wordt gestuurd, betekent een breuk in hun leven. Niemand van hen heeft er ooit om gevraagd in Nederland te gaan wonen. Te vluchten uit hun hoog ontwikkelde geboorteland.
Ooit was dat befaamd om zijn schitterende antieke cultuur. Inmiddels is het voor een groot deel verwoest. Zo cynisch is het: aan de buitenkant kun je niet zien dat die mevrouw met die amandelvormige donkere ogen, die voor je staat bij de kassa van de Jumbo, de enige overlevende van haar familie is. Dat een Russische raket met een ongelofelijke klap al haar geliefden wegvaagde.
Met zo'n achtergrond sta je in de raadszaal van een klein dorp aan de IJssel wel in een héél andere wereld. De geschiedenis heeft een wreed spel met haar gespeeld. Maar vandaag word ze met warmte verwelkomd. 'Dat verklaar en beloof ik'. Dat klinkt goed. En dat is het ook.
(Voor alle duidelijkheid: het voorbeeld dat ik geef, heb ik verzonnen. Het gebeurde niet echt. En dikwijls ook wel.)
Het Diploma van Nederlanderschap – zoals ik het gemakshalve even noem – levert de gelukkige ontvanger een nieuwe nationaliteit op. Maar het maakt van hem of haar niet zomaar een Nederlander. Behalve op papier dan.
Boerenkool met worst en peen-en-uien zijn waarschijnlijk nog niet de favoriete warme hap van de nieuwe medeburger. Gelukkig is dat ook geen voorwaarde. Waar het om gaat is dat ze een veilig onderkomen hebben gevonden in de Krimpense gemeenschap. En dat is meer dan veel anderen kunnen zeggen.
Voor burgemeester Martijn Vroom en wethouder Kirsten Jaarsma is zo'n bijeenkomst als vanmiddag een routineklus. Maar zo ziet het er niet uit. De zes 'gediplomeerden' kunnen zich terecht welkom voelen. Zo is de sfeer en dat is de boodschap.
De min of meer toevallige aanwezige die ik ben, vraagt zich intussen af wat er in vredesnaam – hoe toepasselijk – in de nieuwe Nederlanders moet omgaan. Ik heb niet echt met hen gepraat. Beducht de grens van hun privacy over te steken. Juist nu, op een moment van blijdschap en ontroering.
Maar het kan bijna niet anders of in hun binnenste is het zwaar weer. Nieuwe Nederlander, allemaal goed en wel. Een geluk bij een ongeluk, is het. Maar ontheemd blijf je. Maar hoe bizar het ook klinkt, Krimpen aan den IJssel is niet de slechtste plaats om ontheemd te zijn.
De Algera-corridor levert dan wel wat problemen op. In de politiek zijn de partijen stevig aan het sparren. En over de Grote Beer werd nogal gebakkeleid. Hoort er allemaal bij. Maar het allerbelangrijkste is dit: last van bommen en granaten hebben we hier niet. Waarvan akte.
Ik wens jullie, beste luisteraars, een plezierig weekend. Tot de volgende keer.
