De Grote Kruising
De column van Bert van Oosterhout
8 februari 2020 Bert van Oosterhout
Wow, daar krijg ik nou toch even rode oortjes van. Nauwelijks heeft de gemeente met stemverheffing en slaande trom het project De Grote Kruising gelanceerd, of de Rekenkamer strooit roet in het eten.
De seinen gaan op rood. In een rapport van niet minder dan 94 pagina's brengt de waakhond van bestuurlijk Krimpen aan den IJssel de karavaan tot stilstand. Want in hun enthousiasme aan de slag te gaan uit angst te laat te komen, liepen onze politici te hard van stapel. Begonnen aan de marathon, maar zonder voldoende training. Zoiets.
En daar kan de Rekenkamer geen genoegen mee nemen. Doe je een keer extra je best, is het weer niet goed. Zo zien drs. Paul Hofstra en dr. R. Willemse het ook. En zij gaan erover. Want sinds mei 2018 zijn zij de directie van de Rekenkamer Krimpen aan den IJssel.
Het is hun werk erop toe te zien dat het bestuur van ons dorp rechtmatig, doeltreffend en doelmatig verloopt. Om daar achter te komen voert ze elk jaar een aantal onderzoeken uit. Natuurlijk niet om de dames en heren in het gemeentehuis te pesten. In tegendeel. Het is de bedoeling de lokale politiek te steunen en te versterken.
Zo kwamen ze als vanzelfsprekend uit bij De Grote Kruising. Het resultaat van hun onderzoek naar dit ambitieuze project laat weinig aan de verbeelding over. Niet voor niets kreeg het als titel 'Ongefundeerd aan de slag'. Nou, dan weet je wel hoe laat het is.
Lieve help, het zal je maar gebeuren als gemeentebestuur. Kijk, in een milde bui is ieder van ons nog wel eens bereid een kleinigheid door de vingers te zien. 'Foutje, bedankt', riep de onvergetelijke Rijk de Gooijer dan. Maar de heren Hofstra en Willems zijn vermoedelijk niet zo'n komisch duo als De Gooijer en Johnny Kraaykamp. Er valt in de Krimpense revue De Grote Kruising dan ook weinig te lachen. En over applaus praten we al helemaal niet.
De eerste scène van de revue maakte ik op de kop af een jaar geleden mee. In gedachten verplaatsen we ons even. Het is een vrijdagmiddag en onstuimig weer. Een stevige wind jaagt de regen in slierten over de C.G. Roosweg. Ter hoogte van het appartementengebouw Sierra Nova valt de voorhoede van de file weekendgangers stil.
Ik sta links voorgesorteerd. Wachtend op toestemming van het verkeerslicht om de Nieuwe Tiendweg op te draaien, begin ik mij een tikkeltje ongemakkelijk te voelen. Ik vraag me af of mede weggebruikers ook die ervaring hebben.
Waar gaat het om? Onder mij bevindt zich een onzichtbare wereld van manshoge rioolbuizen, polsdikke kabels, pijpen en overstort putten. Een wereld van zacht suizend gas, brommende elektriciteit, kolkend en gorgelend water.
En daar is wat grondig mis mee. Herhaaldelijk vallen er grote gaten in de weg. Dus gemeentelijke en niet-gemeentelijke plannenmakers moeten zo snel mogelijk aan de bak voor een toekomst zonder valkuilen in het asfalt. Dat is niet tegen dovemansoren gezegd.
Alle hens aan dek en binnen de kortste keren gaat de eerste spade de grond in voor het grootscheepse project De Grote Kruising. Ineens lijkt het alsof bij de gemeente geestdrift en werklust geen grenzen kennen. Maar hoezeer die ijver ook te prijzen valt, ze werkt als een soort boemerang. Plannenmakers en uitvoerders struikelen bij wijze van spreken over hun eigen benen.
Dan komt de Rekenkamer in beeld. De gemeente loopt volgens haar te hard van stapel. Ze begint aan een megaproject dat nota bene nog niet eens helemaal is uitgewerkt. Bovendien is de financiering niet rond. Daarmee neemt de gemeente een fors financieel risico. Conclusie van de Rekenkamer: Krimpen aan den IJssel heeft geen grip op de uitvoering van het project.
Nou breekt de pleuris uit, dacht ik toen ik dit hoorde. Maar het blijft opvallend stil. Alleen in de coulissen is beweging. Per slot van rekening moet er ook nog een nieuwe coalitie in elkaar worden getimmerd. Boeiend onderwerp van gesprek trouwens voor de raadsleden die zich dit weekeinde in Epe hebben teruggetrokken. Maar eens kijken of die retraite een beetje wil helpen.
Ik wens jullie, beste luisteraars, een plezierig weekend. Tot de volgende keer.
