Carnaval
De column van Bert van Oosterhout
22 februari 2020 Bert van Oosterhout

Ik weet het nu zeker. In dit land waart een virus rond. Het virus van de collectieve gekte. Het nestelt zich overal. En op de meest onverwachte momenten steekt het de kop op. Deze week bijvoorbeeld bij basisschool Carrousel in Zevenaar.
Zoals in veel plaatsen in ons land barstte daar eergisteren het carnaval los. Maar wie schetst mijn verbazing? Het heet geen carnaval meer in Zevenaar. Dat is van oorsprong een rooms-katholieke benaming. En op initiatief van de oudervereniging wil de school daar niets mee te maken hebben. 'Wij zijn een openbare school. We hebben geen enkele binding met godsdienst. Daarom heet carnaval bij ons voortaan verkleedfeest.'
Leuk, dacht ik in eerste instantie. De gekkigheid ten top. Typisch carnaval. Het kan niet gek genoeg gaan, met dat feest. Maar dat had ik toch verkeerd begrepen. Die oudervereniging en de schoolleiding zijn helemaal niet van de grollen en de grappen. Zij menen het serieus met die malle naamsverandering.
In mijn onschuld was ik er echt van overtuigd dat we het met moorkoppen en negerzoenen wel even hadden gehad. Maar nee, wij gaan straks gezellig naar het verkleedfeest. Want wij willen natuurlijk tot elke prijs voorkomen dat we met zo'n katholieke traditie andersdenkenden kwetsen. Het wordt verdorie tijd dat er boetes worden gezet op deze idioterie.
Ik heb dan ook alle begrip voor Rob van Laar, de voorzitter van de Federatie van Brabantse Carnavalsverenigingen. 'Zijn die lui helemaal van de pot gerukt' vroeg hij zich luid en duidelijk af. Mooie reactie, wat mij betreft. Beeldend verwoord. Want die ouders daar in Zevenaar zijn natuurlijk niet goed snik.
In hun puberale behoefte om 'van deze tijd' te zijn, laten ze zich op sleeptouw nemen door weer zo'n zielig minderheidsgroepje. De timmerlieden van het kleine denkraam, die proberen anderen naar hun pijpen te laten dansen. Mensen die Zwarte Piet om zeep willen helpen. Die ook de vaderlandse geschiedenis wensen te herschrijven.
Toegegeven, te veel nationale helden waren bij nader inzien ordinaire boeven. En goed beschouwd wordt de Zeventiende Eeuw ten onrechte de Gouden Eeuw genoemd. Geen schlemiel werd er beter van. Laat staan rijker. En de naar Suriname gesleepte Afrikanen waren geen slaven, maar slaaf gemaakten.
Allemaal waar, de geschiedenis is dikwijls ontspoord. Of liever, de hoofdrolspelers gingen ongegeneerd hun boekje te buiten. Ten koste van de minder bedeelde medemens. Het kan geen kwaad, lijkt me, dat achteraf vast te stellen. En de gebeurtenissen van weleer nuanceren, prima. Vooral doen.
Maar houd eens op met muggenziften. Carnaval heet gewoon carnaval. En als het je niet bevalt, blijf je toch lekker thuis. Voor je het weet plegen actiegroepen straks karaktermoord op Kerstmis, Pasen, Pinksteren, Hemelvaart en nog enkele christelijke feesten. En een stap verder zijn dan waarschijnlijk de feestdagen van niet-christelijke geboorte aan de beurt.
Het Politiek Correcte Leven bestaat niet. Er is altijd wel iemand met wie jij het niet eens bent. Die het niet eens is met jou. Hoe aardig kan het zijn? Met 17 miljoen medelanders achter de duinen? Hartstikke aardig. Meningsverschillen en andere opvattingen houden ons scherp. Zelfs als het gaat om zo'n uitbundige traditie als carnaval.
Die laat zich gelukkig niet om zeep helpen. En ook niet echt verklaren. Allerhande huis-tuin-en-keuken duiders hebben door de jaren heen geprobeerd de ziel van carnaval bloot te leggen. Op verzoek van de Volkskrant deed ooit de schrijver Godfried Bomans een dappere poging. Het werd niks. Hij kon niet uit de voeten met de absurde opwinding om zich heen. Op hun beurt hadden de carnavalisten in het Krabbegat geen boodschap aan hem. Waarom zouden ze ook?
Beste radioluisteraars. Mijn zuidelijke tongval heeft mij lang geleden al verraden. Ik beken. Brabander ben ik, in hart en nieren. Daarom duiken wij straks in onze geboortestad het Kielegat onder in de bonte storm. Niet met dezelfde dynamiek van vroeger. Dat brengen we niet meer op. Want ook aan ons zijn de jaren niet voorbij gegaan zonder enige slijtage aan te richten. Maar in ons stamcafé mengen wij ons nog graag in de meute. Het hossen hebben we weliswaar uitbesteed. Maar aan plezier zal het ons niet ontbreken. Alaaf.
Ik wens jullie, beste luisteraars, een plezierig weekend. Tot de volgende keer.
