Plee papier

De column van Bert van Oosterhout

28 maart 2020 Bert van Oosterhout

Nooit geweten dat wc-papier zo populair is. Er was een corona-crisis voor nodig om tot dit besef te komen. Lege schappen in de super waar anders de witte rollen hoog opgestapeld staan. Hamsterende klanten kunnen er maar niet afblijven. Wat moeten ze toch met al die rollen? Behalve dan waarvoor ze normaal gesproken worden gebruikt.

De crisis was nauwelijks 72 uur oud toen een of andere slimmerik zijn garagebox al tot de nok had gevuld met pleerollen. Die rook handel. Letterlijk over de rug van een ander. Zulke asociale typen lopen tegenwoordig gewoon los rond. Het interesseert ze niet dat een 90-jarige buurvrouw ook wat rollen nodig heeft. Als ze zelf maar aan de bak komen. Bedenkelijk volk.

Dat moeten we vooral op afstand houden. Anderhalve meter, wel te verstaan. Maar van die regel trekken sommige aso's zich ook al weinig of niks aan. Ze hebben trouwens evenmin een boodschap aan de vroege winkeluurtjes speciaal voor senioren. Gewoon voordringen. Met een gezicht van: wat kunnen mij die oudjes schelen? Het is niet te geloven hoeveel onbeschoftheid de corona crisis hier en daar in mensen bloot legt.

Maar ….... in onze voortuin prijkt trots de hei. En de blauwe Hebe bloeit uitzinnig. Het lijkt een verwijzing naar betere tijden. En een troost voor ieder die hunkert naar wat afleiding in deze bittere weken. De bloemen zijn zich niet bewust van de huidige crisis en die welke ons te wachten staat. Onbewust geven ze ons een teken: hoop doet leven.

Mijn lief en ik maken 's middags geregeld een wandeling rondom de surfplas. Even een frisse neus halen. Op een tijdstip dat de meeste mensen aan de lunch zitten. Het is er dan niet druk, al zijn we niet de enige wandelaars. Maar het valt gemakkelijk iedereen op gepaste afstand te passeren.

Al lopend realiseer ik me hoe ik door de crisis onwillekeurig anders naar mijn omgeving ben gaan kijken. Overal loert immers het gevaar. Aanraken, strelen, knuffelen – het is er niet meer bij. Mensen, deurknoppen, wisselgeld, allemaal taboe. Kortom, in enkele weken is veel veranderd. Je hoort al om je heen dat de wereld nooit meer zo zal zijn als vóór de crisis. Maar dat hoor je na elke crisis of ramp. En telkens blijkt de werkelijkheid een stuk weerbarstiger dan alle mooie voornemens samen.

In een poging een scenario van de toekomst te schetsen wordt nog wel eens een moderne Franse klassieker uit de boekenkast gehaald. Alsof het zo is afgesproken, staat deze keer De Pest van Albert Camus volop in de belangstelling. Het lijkt een eeuwigheid geleden dat ik het boek las. Wat me ervan is bijgebleven is hoe absurd het leven kan verlopen. En hoe wij wanhopig proberen dat proces te keren. De overeenkomst met vandaag ligt voor de hand.

Voor wie het boek niet kent, even een mini-samenvatting: de Algerijnse stad Oran moet in 1940 de stadspoorten sluiten om een plotselinge pestepidemie te bestrijden, veroorzaakt door ratten. Een lockdown zouden we nu zeggen. De held van het verhaal, huisarts Rieux, doet alles wat hij kan om de ziekte te bestrijden. Hij heeft overigens niet de illusie dat hij zal winnen.

Gaandeweg zijn verhaal schetst Camus hoe paniek zich meester maakt van de bevolking van Oran. Hoe bandeloosheid en zelfzucht het leven in de afgesloten stad gaan beheersen. Tot er een serum wordt gevonden, waarmee de ziekte wordt bestreden. Eind goed, al goed.

In de werkelijkheid van vandaag zoekt een legertje virologen in verscheidene laboratoria intussen naarstig naar het verlossende middel tegen het corona virus. Dat komt er wel, al kan het nog even duren. En bij voorbaat zijn alle 17 miljoen deskundigen in ons land het hierover eens: we gaan voor niets minder dan een wondermiddel. Dat moet niet alleen het virus bedwingen. Nee, het zal vooral ook het begin markeren van een nieuwe manier van met elkaar omgaan. Een nieuwe economische orde. Een soberder consumptiegedrag. Dit en nog meer zal de corona crisis ons uiteindelijk leren.

Zo denken sommige sympathieke dromers. Hun naïviteit is aan- doenlijk, maar het blijft naïviteit. Ik zou zeggen: na de crisis eerst maar eens goed duidelijk maken hoeveel Nederland verplicht is aan al die nieuwe helden. Die vele duizenden die zich uit de naad werken voor zieken, zwakken en behoeftigen. Samen met de profs in tientallen andere beroepen. Mensen die hun gezondheid riskeren om anderen te helpen en onze samenleving draaiend te houden. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Maar dat is het niet.

Straks, wanneer de crisis verleden tijd is, kan en moet Nederland laten zien wat dankbaarheid betekent. Complimenten en lintjes zijn niet genoeg. Van een schouderklopje kun je de huur niet betalen. Rutte en de zijnen zouden er naar kunnen streven terug te geven aan o.m. de zorg wat ze daar jarenlang willens en wetens hebben weggesnoeid. Ook al weten we nu al dat dat in de recessie, die voor de deur staat, behoorlijk pijn gaat doen.

Ik wens jullie, beste luisteraars een goed weekend. Blijf gezond. Tot de volgende keer.