In de tuin...

De column van Bert van Oosterhout

4 april 2020 Bert van Oosterhout

In de achtertuin van de buren proberen we de laatste zonnestralen van de dag te vangen. Dat lukt aardig. Jammer alleen dat de wind uit de verkeerde hoek komt. Maar met een trui en een jack is het toch goed uit te houden. Een mooi glas rode wijn doet de rest. En met kaas en andere snoeperij is de gezelligheid al gauw compleet.

Je moet wat in tijden van corona-virus. Al vraagt het enige oefening om de voorgeschreven anderhalve meter afstand tot elkaar in acht te nemen. Elkaar de hand drukken, aanraken, laat staan vriendschappelijk knuffelen – is natuurlijk helemaal uit den boze.

Maar wat blijkt? Ook zonder al deze handelingen, die normaliter vanzelfsprekend zijn, is het sfeertje als altijd ontspannen, vriend- schappelijk en speels.

Uit drie generaties komen we. Een stevig aantal jaren scheidt de jongste onder ons van de oudste. Maar op een zaterdagmiddag als deze, zal dat ieder van ons een zorg zijn. Gezelligheid kent geen tijd.

Twee dagen later loop ik een van de buurvrouwen tegen het lijf. 'Waarom', vraagt zij, 'komen mensen eigenlijk pas bij elkaar, zoals wij, wanneer er een crisis is uitgebroken?'

'Goeie vraag', zeg ik, 'maar ook weer niet. Zo gezellig samenklonteren, bijvoorbeeld met wat goeie buren – dat doen wij al ruim een halve eeuw. Daar hebben we geen corona-crisis voor nodig. Gelukkig niet. Het zit vermoedelijk in onze genen. En we dragen die gewoonte met alle plezier over. Dus bereid je alvast maar voor op een vervolg. Bij voorkeur zonder corona en hopelijk met lekker zomerweer.'

Na ons babbeltje denk ik onwillekeurig terug aan het hiervoor geschetste borreluurtje. Het kan niet missen, de wereldwijde crisis was natuurlijk hèt onderwerp van gesprek.

Een van de dames geeft er haar eigen draai aan. Ze 'vindt het zielig' voor haar kleinzoon. Door de crisis kan hij geen eindexamen voor de middelbare school doen. En zoals alle eindexamen-kandidaten in Nederland, zal hij een diploma krijgen op basis van schoolexamens.

Volgens mij is daar niets mis mee. Sterker nog, ik denk dat het gemiddelde van een aantal schoolonderzoeken een beter inzicht in de capaciteiten van de scholier oplevert, dan zo'n eenmalig zenuwen eindexamen. Maar ik zit niet in het onderwijs. Misschien zie ik iets over het hoofd.

Ik begrijp trouwens wel dat een diploma -uitreiking zonder eindexamen een deel van de lol -dan wel het verdriet – wegneemt. Bouwen we een eindfeestje? Gaat de vlag uit – compleet met de overbodig geworden schooltas?

Het eindexamen is hoe dan ook een heel speciale gebeurtenis in ons leven. Het is toch een soort grenspaal. De afbakening tussen twee fasen. We trekken onze jeugd uit alsof het een overjas is. In het verleden stapten we bij deze gelegenheid uit de plus four – de merkwaardigste broek die jongens ooit hebben gedragen – en in de pantalon.

Jongens en meiden zo ongeveer van zeventien tot negentien jaar. In het voorportaal van het Grote Leven. In veel gevallen in de startblokken voor een vervolgopleiding cq -studie. De wereld aan je voeten. En je kunt bijna niet wachten tot het eerste semester in september. Nou ja, natuurlijk nadat jij en al je vriendinnen en vrienden eerst eens eventjes flink de beest hebben uitgehangen. Want geslaagd is geslaagd.

Kijk, dat bedoelde de buurvrouw nou, kortgeleden tijdens de burenborrel, bij het tweede glas Pinot noir. Zielig voor de kleinzoon, dat cancelen van het landelijke eindexamen. Ze bracht onder woorden wat ook de cultuurfilosoof Gabriël van den Brink al had opgemerkt in het Algemeen Dagblad.

Ik citeer: Die droom! Wie zakt niet nog geregeld in zijn remslaap keihard voor het eindexamen? Een van de meest gedroomde angstvisioenen. Dat we vrijwel allemaal nachtmerries hebben of hebben gehad over het eindexamen, laat zien hoe groot de impact ervan is op ons leven.

De geraadpleegde filosoof meent dat het eindexamen misschien wel het enig overgebleven overgangsritueel in het leven van de moderne mens is. Sinds de afschaffing van de dienstplicht het enige markeringspunt naar volwassenheid.

Als ik het niet dacht.

Terecht besteedt onze geleerde denker in zijn betoog overigens tevens aandacht aan de basisschool-verlaters. Ook hun leven staat op zijn kop. Eindeloos gerepeteerd voor de musical. Daar komt vermoedelijk niks meer van.Tenzij de voorstelling nog eens op de planken komt wanneer de 'afgestudeerden' al lang en breed op het vervolgonderwijs zitten.

Beste luisteraars, ik weet het. De wereld staat in brand. En het voorafgaande is slechts een simpele oprisping bij een burenborrel. Maar ze past wel naadloos bij de nieuwe solidariteit. Bij het besef dat we voor elkaar moeten zorgen. In de woorden van Mark Rutte, “Let goed op elkaar”.

En dat is eigenlijk best een goed idee.

Beste luisteraars, blijf gezond. Tot de volgende keer.