Een andere Pasen
De column van Bert van Oosterhout
11 april 2020 Bert van Oosterhout
Pasen. Als vanzelf leef je er elk jaar weer naar toe. De vorige hebben we, naar mijn gevoel, nauwelijks achter de rug. Maar morgen is het toch weer zo ver. En overal in de wereld waar het christendom wortel heeft geschoten, is het feest. Dat wil zeggen, zo was het tot vorig jaar. In de toekomst zal Pasen 2020 altijd in één adem worden genoemd met de pandemie van het corona virus.
Het zou wrang zijn nu te feesten. Ook al wil de christelijke traditie het, omdat twintig eeuwen geleden Jezus van Nazareth opstond uit de dood. De ironie is intussen dat zelfs zij die zich in deze traditie niet thuisvoelen, er bijna niet omheen kunnen: wonderen zijn de wereld nog niet uit. Want kijk nou, de meeste patiënten die wekenlang op de intensive care de dood in de ogen keken, staan weer op.
Maar te veel patiënten zijn helaas niet opgewassen tegen het virus dat onze planeet in zijn macht heeft. Zelfs met alle wereldwijd gebundelde intelligentie en kennis staat de uitslag van dit gevecht niet bij voorbaat vast. En dan is het ook nog zo dat het onpeilbare verdriet om het verlies van mensenlevens, samenvalt met de ongetwijfeld langdurige economische terugval.
Ondanks – of misschien juist dankzij – dit inktzwarte vooruitzicht, laat Nederland zich weer eens van zijn beste kant zien. Als sneeuwklokjes in het voorjaar springen de initiatieven om anderen te helpen de grond uit. Alle media maken er hijgend melding van hoe al die engelen meer dan ooit hun bejaarde buren in het oog houden. De boodschappen doen. Balkon-concerten verzorgen. Op anderhalve meter afstand de eenzaamheid doorbreken. Kortom, te veel om op te noemen.
Ja, dat is het mooie van zo'n crisis, hoor ik hier en daar. Ik begrijp wat ermee wordt bedoeld. Maar ik houd het erop dat er aan deze crisis absoluut niets, niente, nada moois zit. We zitten toch waarachtig niet op smerige virussen te wachten om op elkaar te kunnen letten. En de veronderstelling dat straks het leven- na-de-crisis fijner, beter en mooier zal zijn dan het leven-vóór-de-crisis gaat echt anders uitpakken. Neem dat maar van mij aan.
Het wordt een andere Pasen dit jaar. Niet eens alleen wegens de corona-crisis. Bij ons in Krimpen al helemaal niet. Hier draagt nota bene een predikant van de oud-gereformeerde gemeente zijn steentje bij aan de ommekeer.
Per brief meldde hij kortgeleden het college van b en w en de gemeenteraad dat het corona-virus een straf van God is. Zijn God welteverstaan. Hoe hij aan die wijsheid komt zei hij er niet bij. Wel wist hij nog te vertellen dat het de schuld is van onze homosexuele medemens – en trouwens van de hele lhbti-gemeenschap – dat het corona-virus naar de Aarde is gestuurd. Je moet maar durven.
Het komt dus hier op neer: het RIVM, premier Rutte en minister Hugo de Jonge kunnen van alles bedenken om de crisis te bezweren. Dat helpt allemaal geen fluit. De werkelijke oplossing komt van de eerder genoemde dominee. Te weten: alle homo's moeten maar gewoon hun geaardheid afschudden. Zodoende zijn we binnen de kortste keren van het gedonder af.
Meneer de predikant schrijft dit niet letterlijk. Maar het staat er wel. Hoe moet ik anders een alinea als deze begrijpen? Hij vindt - en ik citeer hem met ergernis –
“De roepende zonden die tegen de scheppingsorde indruisen, dienen uitgebannen. Zo niet, dan zullen wij en zij een zwaarder oordeel over ons uitroepen.”
Meer verlichte geesten dan deze dominee, hebben in het verleden de vrijheid van godsdienst in onze grondwet verankerd. Tegelijk is de scheiding van kerk en staat vastgelegd. De prediker uit de Mieraskerk mag denken wat hij wil. Maar met een brief, die niet voor de buitenwacht was bedoeld, lokale politici beïnvloeden – dat mag nu juist niet.
En ga me nou niet weer vertellen dat het allemaal niet zo was bedoeld. Zo naïef zijn wij Krimpenaren niet. In elk geval niet allemaal. Zelfs in wat we gemakshalve de biblebelt noemen, zijn kerk en staat strikt gescheiden. En dat moet vooral zo blijven. Menige Krimpenaar heeft nu eenmaal geen boodschap aan wat hier en daar op de kansel wordt beweerd.
Respect voor de medemens is wel het eerste dat van een dominee mag worden verwacht. Mededogen en begrip zijn ook nooit weg. Wie het in de hectiek van alledag soms even vergeet, kan altijd nog een bijscholingscursus volgen. Uiteraard met een hoofdstuk 'Hoe maak ik mijn excuses'?
Want nu die brief aan de gemeenteraad toch op straat ligt, zou een publiek excuus de briefschrijver niet misstaan. En hoewel ik niet de Griekse beginselen ben toegedaan, mag het desnoods via mij.
Beste luisteraars, ik wens jullie een mooie Pasen, vol gevoel voor alle medemensen.
