Dans om het gouden kalf

De column van Bert van Oosterhout

2 mei 2020 Bert van Oosterhout

Het is doodstil in het stuk luchtruim dat ik vanuit mijn kamer als een tableau vivant – een levend schilderij – voor me zie. Hooguit één keer per uur trekt een nauwelijks zichtbaar vliegtuig er een condensstreep. Op weg waarheen?

Het geniepige corona-virus houdt zo goed als de hele vloot van de KLM aan de grond. Op deze schaal is dat nooit eerder gebeurd. Dit nationaal icoon dreigt dan ook om te vallen. Want waar niet wordt gevlogen, wordt niets verdiend. En dat willen we niet.

Dus schiet de belastingbetaler te hulp. De KLM krijgt “tussen de 2 en 4 miljard euro” steun van de Nederlandse staat. Die berg geld is deels een garantie voor bankleningen en deels een lening. Zo zou het moeten lukken om o.m. de meeste van 28.500 banen (in Nederland) overeind te houden. Volgens minister Wopke Hoekstra (financiën, CDA) is de KLM een 'dominosteen' die niet mag omvallen, omdat in dat geval veel andere bedrijven ook in elkaar zakken.

Dat begrijpen wij eenvoudige burgers allemaal wel. En voor zover we het niet helemaal snappen, fluistert ons hart ons in dat we onze nationale trots, meestal tegen de verdrukking in, op de been moeten houden.

In deze samenhang leg ik maar eens een gewaagde vergelijking op tafel. Met een beetje goede wil kun je een overeenkomst zien tussen de KLM en het Wilhelmus. Veruit het saaiste volkslied dat je je kunt voorstellen. Maar de tranen springen je in de ogen als je het in een ver land op pakweg koningsdag hoort klinken.

Met de KLM werkt het soms ook zo. Zelfs al hebben we er normaliter niets mee – we koesteren toch het gevoel dat die blauw-witte vliegtuigen bij ons horen. Van ons zijn als Delftsblauwe bordjes, Becel en pepermunt van De Faam. En er zijn zelfs van die dagen dat we, om volstrekt onduidelijke redenen, apetrots zijn op onze nationale luchtvaartmaatschappij.

Sinds ik als twintigjarige dienstplichtig militair, op de luchtmachtbasis Gilze-Rijen, voor het eerst van mijn leven het luchtruim koos in een 6-persoons, eenmotorige Beaver, heeft vliegen voor mij iets magisch.

Of ik nu boven de Zwitserse Alpen hang, de Griekse eilanden, de Atlantische oceaan of de Grand Canyon – geen ervaring is te vergelijken met die volstrekt onnatuurlijke manier van voortbewegen. Wij zijn nu eenmaal niet gemaakt om te vliegen. Misschien verklaart juist dat waarom veel mensen het boeiend vinden zich los te maken van de aarde, teneinde zich met zes- à zevenhonderd kilometer per uur naar een verre plek op de globe te begeven.

Ik bedoel maar : voor hele volksstammen is de KLM, sinds 2004 Air France-KLM, niet zomaar een bedrijf. Het is ook emotie. En dat speelde natuurlijk mee bij de vraag of het door de staat, door ons dus, op de been gehouden moet worden. Het antwoord is al gegeven.

Air France-KLM kan het ook niet helpen dat het corona-virus zich sneller dan het geluid over de aarde verspreidt. En met een langdurige economische en financiële crisis in het vooruitzicht, had Wopke Hoekstra geen andere keus dan in de staatsruif te graaien.

Maar tot verbazing en ergernis van veel Nederlanders moest hij eerst de Dans om het gouden kalf verbieden, alvorens hij de wankelende luchtvaartmaatschappij aan het infuus kon leggen. In een vlaag van verstandsverbijstering had de oppergod van Air France-KLM, Ben Smith, namelijk laten weten dat hij wel een bonus van een bescheiden 900.000 euro zag zitten op zijn toch al riante salaris. En Pieter Elbers, bestuursvoorzitter van de KLM, had ook even tijd nodig om af te zien van een bonus en van 20 procent van zijn salaris over 2020.

Wat een aandoenlijke vertoning. Nota bene van twee bestuurders die elkaars bloed wel kunnen drinken. Wie herinnert zich niet de taferelen van ruim een jaar geleden, toen een blauwe zee van KLM-personeelsleden met een petitie de Grote Baas Pieter Elbers in bescherming nam tegen de boze buitenwereld, in de persoon van die andere Grote Baas, Ben Smith, het Canadese opperhoofd van Air France-KLM.

Het was een scène goed voor kippenvel. Maar ze viel in het niet bij het bravoure stukje van premier Rutte en Wopke Hoekstra, die in het diepste geheim de aankoop van aandelen Air France-KLM hadden voorbereid en uitgevoerd.

Enig leedvermaak hing daarna als een wolk rondom Rutte en zijn 'samenzweerders'. Je kunt er donder op zeggen dat ze toen in het Torentje een mooie fles ontkurkt hebben op hun succes. Santé en de groeten aan Air France.

Dat was vorig jaar. Een eeuwigheid geleden. Ogenschijnlijk geen vuiltje aan de lucht. De KLM vloog nog op pakweg 170 bestemmingen. Al die toestellen staan nu keurig geparkeerd. Op korte termijn zullen er maar weinig in beweging komen.

Wat is het KLM-gevoel? wordt wel eens gevraagd. Antwoord: je stapt ergens ter wereld in een KLM-vliegtuig en je voelt je direct thuis. Ja, zo was het. In de wereld van toen, die we hebben achter- gelaten op de intensive care.

Ik wens jullie, beste luisteraars, ondanks alles een goed weekend. Houd moed en blijf gezond. Tot de volgende keer.