Het wordt weer zomer.

De column van Lourens Portasse

1 juni 2005 Lourens Portasse

zomer-vrolijkezon

De oncharmante korte broeken worden weer uit de kast gehaald.

De witte benen weer ingewreven met zonnebrandolie.

De onsmakelijkheid is de komende maanden weer troef.

Hoe komt het toch dat aardige, normale, fatsoenlijke mensen met een redelijk ontwikkeld smaakgevoel zich onder de invloed van zonnestralen overgeven aan collectieve smakeloosheid?

Plots moeten we allemaal een raar petje, hoedje of flapje op.

Plots tonen we doorgaans bedekte delen van ons lichaam.

Plots zien we te dikke dijbenen, te rode nekken, te diepe decolletés en te blote ruggen met altijd dat ene wratje middenop.

Plots verschijnen er blote tenen in kunststofslippers.

En altijd lijkt het of de nagellak op die tenen van lang geleden is.

En half afgebladderd.

Hoe charmant kun je er toch bij lopen.

En dan die mannen.

Met witte sportsokken in van die goedkope sandalen.

Een korte broek, die te lang of te kort is.

Plots lopen die mannen ook in de supermarkt.

Mannen in sportbroekjes met mouwloze T-shirts.

Sloffend op hun badslippers.

Alsof het de campingwinkel in Spanje betreft.

Honden en katten mogen de winkel niet in.

Dit soort mannen zou ook de toegang ontzegd moeten worden.

Gewoon met een touw aan de lantaarnpaal.

En wat dacht u van die voorgebruinde, zich jong voordoende dames, die de mannenhoofden allang niet meer doen omkijken, laat staan op hol brengen, die zich tooien met een te dure zonnebril, niet op de neus gezet, maar in het haar gestoken. Vaak gaat dit gepaard een soort tennis outfitje, met een te kort rokje en een te strak tennisshirt, waaronder een lelijke bh zich aftekent.

Een soort ingesnoerde zomer zomerrollade.

Over aftekenen gesproken.

Zomer is blijkbaar ook de ideale tijd voor zichtbaar ondergoed.

Sommige, hopelijk jonge dames, doen dit expres. Moeten zij weten. Niks op tegen.

MAAAAAAAR, dan die andere dames.

Die lopen ongemerkt te koop met te grote onderbroeken onder die strakke zomerbroek, lopen te koop met onderbroeken die zich gedragen als een tanga, lopen te ….., nou ja u ziet het voor u, niet waar?

Ik heb niks tegen de zomer.

Ik heb niks tegen blote mensen.

Ik heb niks tegen de geur van zonnebrand.

Maar draag dit soort zomerkleding binnenshuis, in de omheinde tuin,

in het foeilelijke tuinhuis, in een reservaat voor mijn part.

Maar niet in het openbaar.

Een tijd geleden hoorde ik opmerken dat het meest opwindende in een

nudistenkamp een vrouw in een bontjas is.

En zo is het maar net.

De zomer hoort een tijd van subtiel bedekken te zijn.

Niet van kleding, die op de camping inmiddels verboden is.

Het moet niet te gek worden

© Lourens Portasse 2005

LOK # 188, 28 mei 2005

Bird-02