The place to be

De column van Bert van Oosterhout

23 mei 2020 Bert van Oosterhout

Tja, nu heb ik toch echt even stevig de pee in. Door dat vervloekte virus, waar we allemaal last van hebben, ben ik niet waar ik wil zijn. Wil zijn, zeg maar, behoor te zijn. Want deze dagen is er voor mij maar één place to be: Breda. Daar woedt – onder normale omstandigheden – sinds Hemelvaart het jaarlijkse jazzfestival. Een vierdaags muziekfeest dat wij nooit overslaan.

Ja, ja, ik weet wel dat er om ons heen verschrikkelijke dingen gebeuren. Maar dixieland, blues, swing, bebop en wat al niet, zitten nu eenmaal in mijn systeem. En een paar dagen door het stadscentrum zwerven, waar jazzmuziek in alle soorten en maten je op elke straathoek als een wolk omhult, heeft iets gelukzaligs. Het hoeft niet eens allemaal perfect te klinken. Als het maar hard is.

Maar deze keer kunnen we het dus schudden. Normaliter spreken mijn lief en ik elk jaar af, dat deze vier dagen in de agenda vrijgehouden worden van alles wat niet met het jazzfestival te maken heeft. Dat lukt meestal wel. Waarom zouden we ons meest geliefde event laten schieten voor een doorsnee-verjaardagsfeestje of zo?

Als ik er goed over nadenk, zijn wij – jongere ouderen uit Krimpen aan den Ijssel – qua jazzfestival – ten prooi aan een soort gesublimeerde jeugdbeleving. De ouverture daarvan speelde zich namelijk al een halve eeuw geleden af. Alle reden voor ons, toen nog nieuwbakken bewoners van Krimpen, om telkens weer via de oude brug bij Dordrecht in de onvolprezen Renault-4 af te zakken naar het zinderende zuiden.

Terugkijkend op de vijfentwintig jaar dat wij in onze vaderstad hebben doorgebracht, bekruipt mij het gevoel dat de jaren vergingen op het ritme van het jaarlijkse carnaval en het jazzfestival, wanneer de fine fleur van de oude jazz op straten, pleinen en in kroegen, opgestuwd door het strakke ritme van drums en banjo, de instrumenten aan de lippen zette. Enthousiasme en improvisatie zijn de toverwoorden van deze in New Orleans geboren muziek. Wanneer de twee samenvallen, gebeuren er heel mooie muzikale dingen. En tot ons onuitsprekelijke plezier waren we er al dikwijls bij. Behalve deze keer dan. Jammer, jammer.

Een festival wordt trouwens niet alleen gemaakt door de muziek. Traditiegetrouw bevolken tienduizenden bezoekers de terrassen op de Grote Markt en aangrenzende straten. Onder hen altijd wel een paar Krimpenaren die we thuis never nooit zien, maar hier wel. En natuurlijk op de laatste vrije stoel aan ons tafeltje op het grootste terras een neef, broer of vriend van een gezamenlijke kennis.

'Ja, ik kom hier elk jaar. Mijn vrouw is namelijk van Breda. Maar we wonen in Den Helder'.
'Den Helder, ook niet naast de deur.'
'Klopt, maar ik was marine-officier. Vandaar.'
'Ach, marine-officier. Kent u misschien een vroegere buurjongen van ons, ook marine-officier. Toine B.'
'Die ken ik heel goed zelfs. Jarenlang mee gewerkt.'

Waar oude jazz al niet toe kan leiden.

Het orkest van dienst zet intussen de traditional High society in en wij wandelen weer eens verder. Een uurtje later. Een ander plein en een ander terras. Bij het aloude hotel-restaurant Van Ham aan de overkant, gaat het dak eraf. Zeven man sterk heeft de band haar dixieland-repertoire uit de kast gehaald. Hoe gezellig wil je het hebben?

Lang geleden nam ik me voor ooit op bedevaart naar New Orleans te gaan. De geboorteplaats van de jazz kun je toch eigenlijk niet links laten liggen, als je tot in je diepste weefsels besmet bent met het jazz-virus. Het is er niet van gekomen. En eerlijk gezegd, denk ik dat het niet meer gaat gebeuren.

Nou ja, dan maar niet naar Storyville – de lichte buurt van New Orleans, waar in armoedige kroegen, morsige bordelen en kleine theaters voor het eerst de nieuwe muziek klonk – maar naar Breda. Het klinkt als een schrale troost, maar daarmee doen we het festival daar geen recht. Oude jazz – in de traditie van New Orleans – hoor je er weliswaar niet veel meer, maar het swingt nog steeds de pan uit. En wanneer het weer meezit, wil het feest maar niet ophouden. Precies daar wil ik het voor vandaag bij laten. Het zou plezierig zijn jullie, gezond van lijf en leden, op het volgende festival tegen het lijf te lopen.

Prettig weekend. Houd afstand en blijf gezond.