Loom en behaagziek
De column van Bert van Oosterhout
4 juli 2020 Bert van Oosterhout
Twaalf weken geleden vertelde ik jullie over mijn ontmoetingen met Ilja Pfeijffer. De auteur van bejubelde boeken als La Superba en Grand Hotel Europa en ik, troffen elkaar in Den Haag en Genua. Sinds begin maart was er zelfs sprake van een dagelijkse ontmoeting. Want in zegge en schrijve vijfennegentig cursiefjes deed de schrijver – die met zijn weelderige haardos een Franse zonnekoning lijkt – in de NRC kond van de pijn en de vreugde die hij waarnam tijdens de corona-crisis in Genua. De Italiaanse havenstad waar hij twaalf jaar geleden bleef hangen. Die korte geschreven aquarellen waren de eerste teksten die ik elke dag gretig opsloeg in mijn middagkrant..
Vorige zaterdag verscheen zijn laatste bijdrage. Ik had me voorgenomen mijn oprispingen over corona en wat erbij komt kijken, te beperken. Maar niet vandaag. Dat zit zo. Van alle artikelen over corona die ik tot nog toe heb gelezen, vind ik de laatste van Pfeijffer veruit de aardigste. Ze lijkt in niets op de dorre voorspellingen van de virologen. Haar ontbreekt het waarschuwende vingertje van geschoolde doemdenkers. Zijn aanpak is daarentegen poëtisch en humaan. Gespeend van waanwijsheid en gevoed met oprechte verbazing.
Al lezende moest ik onwillekeurig denken aan wijlen de Krimpense huisarts Paul Marcelis. Hij sprak ooit al eens de vrees uit dat virussen vroeg of laat ons, de mens, zullen uitroeien. En als je zag hoe snel dat corona-kreng zich van China uit een weg baande naar Krimpen aan den Ijssel, ben ik geneigd Marcelis postuum te geloven.
Een van de nietige levensvormen op onze planeet – nog te beroerd om zich gewoon te laten zien – zette massaal de aanval in. Nota bene, op ons, de hoogst ontwikkelde soort op aarde. Heerser over laagland, bergen, zeeën en oceanen. Superieur aan alle diersoorten, die we dan ook met genoegen bakken, braden en oppeuzelen. Maar niet superieur aan Covid-19. Want nog steeds worden miljoenen mensen aan de andere kant van de oceaan door het virus aangevallen en gedood.
De corona-pandemie anno 2020 is uniek. Dat is inmiddels duidelijk. Uniek omdat de wereld helemaal op slot ging. Nooit eerder vertoond. En het is toch bepaald niet de eerste keer dat een virus wereldwijd de kop opsteekt. Wie herinnert zich bij voorbeeld niet de Hongkong-griep, die in 1969 en 1970 alleen al in Europa zo ongeveer een miljoen mensenlevens eiste. Maar van een wereldwijde lockdown was toen geen sprake.
Waarom toen niet en nu wel? Goeie vraag, waarop Ilja Pfeijffer een deel van een antwoord meent te weten. Het komt, zegt hij, doordat we 'elk onderdeel van het leven hebben dichtgetimmerd met procedures en veiligheidsvoorschriften. Dat een banaal virus ons de controle uit handen sloeg, was onacceptabel. We hebben alles in het werk gesteld om de controle terug te winnen. De lockdown was ons machtsvertoon. We zouden dat verdomde virus wel eens even laten merken wie de baas is op onze planeet.'
Wat mij betreft een amusante verklaring. En het wordt nog aardiger. Luistert maar :' Na eeuwenlang vruchteloos te hebben gefilosofeerd over de zin van het leven, hebben we eindelijk ontdekt waartoe wij mensen op aarde zijn.'
Kijk aan, dat belooft wat. Maar voor ik zijn antwoord citeer, grijp ik even in mijn boekenkast naar een speelse variant. Uit een ver verleden herinner ik me namelijk een katholieke bestseller, die zich ook bezighield met de vraag naar de zin van ons bestaan: de katechismus. In een herdruk uit 1997, uitgegeven door de Arbeiderspers, lees ik het volgende: Waartoe zijn wij op aarde? Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en hiernamaals gelukkig te zijn.'
Zo overzichtelijk kan het ook zijn. Maar deze klassieke opvatting die generaties roomse jongens en meisjes op hun ontbijtbordje kregen, is volgens hele volksstammen anno 2020 achterhaald. En wel door een even simpele als banale tekst.
Deze:' Het doel van het leven is consumeren.
Als je je in zo'n tekst kunt vinden, ervaar je de komst van het virus natuurlijk als een aanslag op alles wat wij tegenwoordig voor wenselijk houden. Het dreigde het sprookje te verstoren van ons consumptieparadijs in het ondermaanse.'
Nou, zo kan 'ie wel weer. Wel beschouwd drukt het virus ons met de neus op de feiten. Niet moedwillig, want het virus wil helemaal niks. Maar toch. Het is niet bij voorbaat ondenkbaar dat dit corona-jaar de waterscheiding wordt. Dat zou een feit kunnen zijn. Zelf ben ik daar trouwens niet van overtuigd. Ik verwacht dat wij na de crisis moeiteloos zullen terugvallen op het leven van voor de crisis. Het wil er bij mij niet in dat de huidige generatie dertigers en veertigers lering zal trekken uit de gebeurtenissen.
Kijk maar om je heen. Zodra het min of meer medisch verantwoord is of lijkt, zullen bussen, treinen, metro's en vliegtuigen weer vol zitten. Nu nog even niet, want we zijn nog op onze hoede. Maar het ongeduld neemt met de dag toe. En de zonnige stranden in het zuiden – om eens wat te noemen – liggen loom en behaagziek te wachten. Het is moeilijk daar weerstand aan te bieden.
Beste mensen, een plezierig weekend. Houd afstand en blijf gezond. Tot de volgende keer.
