Een aso in de nacht

De column van Bert van Oosterhout

1 augustus 2020 Bert van Oosterhout

De nacht was jong. Een uur of twee. Uit diep blauwe wolken donderde een reusachtige bui over Krimpen. In dit noodweer raasde een volslagen idioot op een brommer over de Nieuwe Vliet, Bogerd en Rondweg. Zijn vehikel braakte een onwaarschijnlijke herrie uit. Zoiets als de bolide van Max Verstappen op topsnelheid. Maar dan harder. Je kon denken dat hij of zij ijlings een goed heenkomen zocht voor het barre weer. Maar daar leek het niet op. De aso reed namelijk twee keer door de genoemde straten. Een onwaarschijnlijke route voor iemand die een schuilplek zoekt.

Door het uur van de nacht en het weer, was er niemand op straat om hem tot staan te brengen. Zodoende kon hij ongeremd enkele tientallen mensen uit hun eerste slaap rijden. Dat werd de volgende morgen duidelijk. Nogal wat buren spraken er elkaar op aan. En in die talk of the town, was de kritiek niet mals.

'Heb je het ook gehoord vannacht? Ja zeker. Afschieten moeten ze dat tuig. Nou, dat gaat wat ver. Maar ik mag hopen dat de aso gepakt is. Gepakt. Door wie dan wel? Goeie vraag. Je kunt de politie bellen, maar voor die uit Capelle hier is, is de vogel gevlogen. Zo is het maar net.'

Uit het vervolg van dit gesprekje werd snel duidelijk dat de lawaai-piraat een onaangenaam lot bespaard is gebleven. In handen vallen van getergde burgers – het kan zomaar uit de hand lopen. Gelukkig voor hem, verdween de dader in het duister van de nacht. Ik heb in elk geval niet gehoord dat hij alsnog in de kraag is gegrepen. Nou ja, de wereld heeft momenteel met belangrijker dingen te dealen. Dat is zeker waar. Maar juist in corona-tijden zijn de lontjes extra kort. En de grens van tolerantie schuift op.

Tegenover ons huis ligt een voetgangers- en fietsbrug over de singel. Al jaren is het een ongelofelijk druk gebruikte toegang tot de basisschool en het aanpalende verzorgingshuis. En zoals dat met bruggen en bruggetjes in de hele wereld gaat, is ook deze een leuke plek om samen te scholen. Vooral voor kinderen en jonge mensen. Een beetje plagen over en weer. Wat voorzichtig geflirt. Een hengel uitgooien om een visje te verschalken. En onvermijdelijk wat baldadigheid.

De bestrating die de aanloop tot de brug vormt, bestaat uit straatklinkers. Het is verstandig die te laten liggen waar ze zijn gelegd. Dat hoort nu eenmaal zo in een straat. Maar zo denkt niet iedereen erover. Een stuk of tien klinkers uit het wegdek slopen en je hebt een leuk gat. Leuk genoeg om een fietser ten val te brengen. Vooral wanneer het donker is. Een voetganger kan er trouwens ook een lelijke smak maken.

Welke mafkees haalt die klinkers uit de straat? Het zullen wel kinderen zijn geweest. Het is namelijk ook nog heel tof om eenden, zwanen, waterhoentjes en een enkele keer een reiger met een stevige klinker weg te pesten. Om maar een voorbeeld te noemen. Ik heb het niet zien gebeuren. Maar die klinkers moeten toch ergens gebleven zijn.

Een telefoontje naar de gemeente en het probleem is snel opgelost. Dat de te hulp geroepen straatmaker niet gratis werkt, zien we maar even door de vingers. Het gat is gedicht en de ergernis weer weggenomen. Want hoe pietepeuterig het ongerief soms is, ergernis geeft het al gauw. En ik kan me vergissen, maar ik heb de indruk dat de burger in coronatijd sneller opgefokt raakt dan anders.

Nou was opgefokt raken al vóór corona geen onbekend verschijnsel. En de agressie waarmee het gepaard gaat evenmin. Nooit eerder liepen bijvoorbeeld zoveel jongelui met een mes of een vuurwapen op zak. De media-aandacht die er aan wordt besteed, wekt de indruk dat het nergens op straat nog veilig is. Dat wordt door de feiten tegengesproken. Maar het kan natuurlijk geen kwaad om op je hoede te zijn.

Het kan evenmin kwaad een beetje om je heen te kijken. Met kleuters spelend aan de kant van onze singel, vraag ik wel eens aan mijn vrouw: 'Zouden die kinderen geen moeder hebben?' 'Hoezo?' is haar wedervraag. 'Omdat ik al een uur lang niemand heb gezien die op die kleintjes past.' 'Ze denken waarschijnlijk dat wij dat doen.' 'Grapje, zeker.'

Op de plek waar wij wonen is het aan het einde van elk schooljaar leuk speculeren over de jongetjes en meiden van groep-8. Hoeveel leraressen in spé zagen we voor de laatste keer over de brug komen? Hoeveel it-ers, buschauffeurs, drogisten, verkopers, artsen, astronauten? Wat een prachtig idee dat hier de basis is gelegd voor deze en andere beroepen. Hoe geweldig kan het zijn de lange weg te gaan en te slagen. Te beseffen dat veel van deze kinderen kans maken op een harmonieuze en succesvolle toekomst.

Voor een zaterdagmorgen in augustus vind ik dat wel een inspirerende gedachte. Ik geef hem dan ook met alle genoegen door.

Prettig weekend. Houd afstand en blijf gezond.