Safety first

De column van Bert van Oosterhout

8 augustus 2020 Bert van Oosterhout

Niet, dan met een zekere aarzeling, betreed ik na ruim zes maanden afwezigheid, de sportschool. De drang het bejaarde lijf in beweging te brengen is langzamerhand onweerstaanbaar. Maar met het oog op de aanhoudende corona-crisis heb ik mijn terugkeer lang uitgesteld.

Een zekere nieuwsgierigheid overvalt me, wanneer ik dan toch de dubbele glazen deur naar de fitness-ruimte open zwaai. Het ziet er binnen anders uit dan anders. Hier en daar is extra ruimte tussen de fitnessapparaten gecreëerd. Ook hier regeert de anderhalve-meter regel. Elders zijn sporters op fietsen en loopbanden met doorzichtige panelen van elkaar gescheiden.

De nieuwe opstelling is bij wijze van spreken de middelvinger naar het virus. Dat wordt nog ondersteund door een groepje zwetende sporters dat achter in de zaal onbekommerd samenschoolt. Alle veiligheidsmaatregelen ten spijt, voel ik me door zo'n tafereeltje als het ware opgenomen in een deinende wolk van aerosolen.

En dat helpt al helemaal niet om mijn schrik voor het virus te verminderen. Het voedt bovendien mijn irritatie over sommige typen die zich hier bewegen alsof ze alleen op de wereld zijn. Die gedroegen zich trouwens ook vóór het uitbreken van de corona-crisis al zo. Ten onrechte door de ballotage gekomen zeker.

Dat ik het vandaag over de sportschool heb, zou de indruk kunnen wekken dat ik een sporter ben. Vergeet het maar rustig. Ik sport niet. Ik beweeg. Meer kan ik er niet van maken. En ik kom ook niet in beweging, omdat ik het zo plezierig vind, maar uit noodzaak. Zo, nu weten jullie alles.

'Ik ben even bewegen', is de standaard-roep als ik het huis verlaat om naar de sportschool te gaan. Maar vandaag klopt dat niet. Ik wil alleen even poolshoogte nemen. Safety first.

De laatste corona-berichten zijn immers allesbehalve opbeurend. Het aantal besmettingen neemt toe. Vooral in Amsterdam en Rotterdam – om de hoek dus. Voor een deel is dat te wijten aan het gedrag van jonge mensen. En dan met name studenten. Hoe vervelend ook, het is wel een beetje te begrijpen. Sta je eindelijk aan het begin van je nieuwe leven op de universiteit of hogeschool, gooit dat verdraaide virus roet in het eten. En dan ook nog in een zomer die als geen ander uitnodigt de dag te evalueren op een lekker terras. En dus kruipt het jonge volk bij elkaar alsof het boven de wet staat en er niet zoiets bestaat als een dodelijk virus. Met en beetje goede wil en invoelingsvermogen zouden we die studenten nog kunnen verdenken van een tijdelijke bewustzijnsvernauwing. Het duurt even, maar het gaat voorbij.

Moeilijker ligt dat bij de aanhangers van de sekte Viruswaanzin, verklaarde tegenstanders van maatregelen tegen virus-besmetting. Zij dragen het woord Tegen op het voorhoofd. En waarom zou je voor zijn als je tegen kunt zijn? Die uitstraling. Bij hen zijn verplichte mondkapjes uit den boze. Om het over bijvoorbeeld quarantaine maar helemaal niet te hebben.

Allemaal in strijd met de grondwet. Zeggen zij. Strikt formeel hebben ze misschien een punt. Maar wie er ook gelijk heeft, de kans dat jullie en ik het virus oplopen wil ik het liefst uitsluiten.

Daarom verzoek ik de aanhang van Viruswaanzin met klem zich koest te houden. Het gaat niet aan, de beleidsmakers voor de voeten te lopen, terwille van benepen geneuzel over grondrechten en wat dies meer zij.

Nu geldt voor alles – met de nadruk op voor alles – te voorkomen dat het virus ons te grazen neemt. Dat gaat niet lukken met een beroep op de Grondwet. Kappen dus, met dat geleuter over een complot van de overheid, die beetje bij beetje onze grondrechten onder tafel schuift. Wat kunnen sommige mensen toch zeuren, zeg.

Intussen zit ik met een dilemma. Niet voor niets ben ik jarenlang, met een gemiddelde van twee keer per week, naar de sportschool gegaan. Het leverde me geen topconditie op. Laat staan een sixpack. Maar het vertraagde wellicht de aftakeling. Die illusie koesterde ik in elk geval tot het virus besloot opnieuw deze kant op te komen.

The rest is history, zoals Engelsen dat zo aardig zeggen. De sportschool en de totale horeca gingen op slot tot Heer Rutte en zijn raadgevers lieten weten dat de deuren weer open konden. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Opgetogen klanten wisten niet hoe gauw ze er misbruik van moesten maken. En dus geldt nu: zandzakken voor de deur voor de tweede ronde corona.

Een aanzienlijk deel van het gelukkigste volkje van Europa heeft gewoon lak aan de eerder afgekondigde maatregelen. Kom op, je bent jong en je wilt wat. Maar met een mondkapje en afstand houden, valt er weinig te willen. Dus trekken we, de braverikken niet te na gesproken, ons eigen plan. Dag meneer Rutte. Dag Jaap van Dissel.

Nadat de opmars van het virus was gestrand, grijpt het nu weer snel om zich heen. Op het strand en het terras bij de surfplas is het inmiddels een groot vakantiefeest. Onder de zon wordt Leven er met een hoofdletter geschreven. Maar tussen het golvende riet wacht het virus op zijn kans. Of in het bos. Of op het fiets- en wandelpad. Overal waar we het kreng niet verwachten, kan het zijn monsterlijke kop weer vertonen. Tenzij.....

Daarom heb ik besloten wat ik eigenlijk helemaal niet wil besluiten: ik kap ermee. Zolang het covid-19 onder ons is, er geen doeltreffend vaccin is ontwikkeld, zet ik geen stap meer in de sportschool.

Een goed weekend. Houd afstand en blijf gezond. Tot de volgende keer.