Rond de barbecue

De column van Bert van Oosterhout

22 augustus 2020 Bert van Oosterhout

Alsof het zo moest zijn, zaten we kort na elkaar bij verschillende vrienden rond de barbecue. Je kent dat wel, gastheren druk in de weer met gloeiende kooltjes en het langzaam garende vlees. Met één oog kijkend naar de tuin van de buren, om ervoor te zorgen dat de witte was daar wit blijft. Want waar vuur is is rook.

Ik neem aan dat de schone kunst van het barbecuen uit het Wilde Westen is overgewaaid. Aangestoken door de voorouders van Arendsoog en Witte Veder, die lang geleden op de Amerikaanse prairie het vuurtje opstookten. Na een lange dag koeien drijven en met elkaar op leven en dood knokken, wilde een half verschroeide biefstuk er natuurlijk wel in. Hoe ze die taaie lappen doorspoelden, is me trouwens een raadsel. Tijd om een smakelijk biertje te brouwen, waarmee ze die hete hap door de slokdarm konden werken, hadden ze waarschijnlijk niet.

Dat is nu toch even anders. Zo kan ik jullie uit ervaring melden. En dat is dan meteen een deel van het plezier. Niet dat onze gastheren persoonlijk met hop en andere ingrediënten in de weer waren geweest. Zeker niet, maar ze weten wel trefzeker de adressen te vinden waar het gerstenat te koop is. Meer heb je per slot van rekening niet nodig.

Op de scheiding van middag en avond, in een lommerrijke tuin bij een temperatuur van rond de 26 graden Celcius en een aanzwellende donderbui in de verte, wordt mijn Provence-gevoel soms wel heel sterk. We zijn door geheimzinnige banden aan elkaar verbonden. Ik weet bijna zeker dat ik eigenlijk in de Provence geboren had moeten worden. Maar blijkbaar is ergens in het universum iets verkeerd gegaan in de administratie. Soit, laat nou maar.

Zin of onzin, wat je wilt, het staat vast dat eten bereiden op een open vuur het saamhorigheidsgevoel bevordert. Niet voor niets immers zijn barbecue, open haard, terraskachel, vuurkorf, tuinhaard en houtkachel ongekend populair. Ze zijn de sfeermakers in elk huis en elke tuin met enige allure. Een beetje woning zonder zo'n ding, mag de naam woning niet hebben. Jammer eigenlijk dat al die brandhaarden niet in één moeite dat verfoeide corona-virus de wereld uit helpen.

Jammer ook trouwens, dat die haarden hun langste tijd hebben gehad. Ja, jullie horen het goed. Die gezellige branders, die zo'n aangename geur door huis en tuin laten gaan, staan te boek als ongelofelijke lucht verpesters. Kijk, dat is andere taal. De term komt van minister Eric Wiebes, baas van Economische Zaken en het Klimaat. En dan weet je het wel.

Door alle ellende met en door corona, is het jullie misschien ontgaan. Maar de Sociaal-Economische Raad, toch een nogal serieuze club, liet eerder dit jaar weten dat barbecue en open haard dan wel geen tijdbommen zijn, maar wel verdomd gevaarlijk. Voor het milieu en de volksgezondheid welteverstaan. En daarom zou iedereen zich wel twee – tot driemaal moeten bedenken alvorens zo'n hartstikke gezellige brander aan te schaffen of te laten bouwen. Aldus na te lezen in een rapport van de genoemde Raad, Biomassa in balans.

Ja hoor, dat heb ik weer. Kortgeleden is nota bene de schoorsteenveger langs geweest. De open haard en het rookkanaal zijn dus weer pico bello. Helemaal klaar om er weer eens flink wat mooie houtblokken doorheen te jagen. Maar daar wordt minister Wiebes niet blij van. Als ik het goed begrijp, veroorzaakt die pracht-haard van ons 250 keer meer vervuiling dan een moderne cv-ketel. Tja, dat wil je zo'n minister toch niet aandoen. Die man doet per slot van rekening zijn best. Ook al huldigt hij als VVD-er de opvatting 'Ieder voor zich en Rutte voor ons allen.' Wat in de praktijk dikwijls betekent: je zoekt het maar uit.

Mochten de eerbiedwaardige dames en heren aan het Binnenhof – die thuis waarschijnlijk allemaal zo'n mooie smeedijzeren open haard branden – nu plannetjes willen bedenken om die smerige uitstoot van alle pretbranders in te perken, kan ik hen dat ernstig afraden. Want mochten ze nog een termijn op het pluche willen doorbrengen, zou ik zeggen: 'Laat gaan. Blijf er af. Kom de brave Nederlander in zijn doorzonwoning niet aan zijn open haard. Dat gaat je namelijk een berg stemmen kosten.'

Die boodschap kwam luid en duidelijk over in Den Haag. Landelijke politici schuiven het probleem van de pret-vervuilers daarom schijnheilig door naar de gemeenten. Nu mogen die zich het hoofd breken over de vraag wat te doen met die vurige smaakmakers. Nou, ik neem aan dat we te zijner tijd te horen krijgen wat onze gekozenen hieromtrent hebben uitgebroed. Het moet hen toch lukken een zinnige oplossing te bedenken. Ik hoop trouwens wel dat ze het vuurtje brandend houden.

Ik wens jullie een mooi weekend. Houd afstand en blijf gezond. Tot de volgende keer.