Abacadabra voorbij......

De column van Bert van Oosterhout

13 september 2020 Bert van Oosterhout

Mies trouwde met Stanislav. De Poolse ex-soldaat werd door familie en buren op handen gedragen. Hij was niet voor niets bevrijder van Breda, onder de bejubelde generaal Maçek. Het werd een goed huwelijk. En niemand nam het hem kwalijk dat hij de Nederlandse taal nooit echt onder de knie kreeg.

Een paar voordeuren verwijderd van Mies en Stanislav had nog een Pool zijn ransel in een hoek gegooid. Ook dat huwelijk doorstond de tand des tijds. Een taalprobleem was er niet. In no time had Andrei zich het Nederlands eigen gemaakt. Hij lag daardoor uiteindelijk een straatlengte voor op zijn voormalige militaire maatje.

Het zijn herinneringen als op een vergeelde foto. Ze schoten me te binnen toen prinses Laurentien en radiomaker Jeroen van Inkel het enkele dagen geleden voor de microfoon over De week van de Alfabetisering hadden. Die eindigt morgen.

Een mooi initiatief, zo'n week, want dat 2,5 miljoen mensen in ons land niet voldoende kunnen lezen en schrijven is toch te gek voor woorden. Het zet hen bij voorbaat op achterstand. Vul zelf eens een belasting formulier in als je niet echt begrijpt waar het over gaat. Of probeer eens de geheimen van de bijsluiter van je bloedverdunner te ontsluieren, zonder voldoende kennis van de taal.

Ik bedoel maar: het bestrijden van de laaggeletterdheid – voor dit woord moeten we toch eens iets simpelers bedenken – gaat gewoon door. Prima om er jaarlijks in een aparte week aandacht voor te vragen. Maar zonder die week moet het ook kunnen. Als we er maar constant mee bezig zijn. Prinses Laurentien geeft het voorbeeld.

Het is intussen ruim een halve eeuw geleden, maar ik diep nog een herinnering op. Iets meer dan drie turven hoog was hij, onze zoon. Het eerste semester van de basisschool had hij net achter de rug. En hij had niet zitten slapen. Want de reclametekst op de gevel van kruidenierswinkel Boers aan de Parkzoom had al geen geheimen meer voor hem. 'Kaasfondue van Nederlandse kaas', las hij zonder aarzelen.

Onze eersteklasser had er geen moeite mee. De meesten van zijn leeftijdgenootjes evenmin. Maar voor menig dorpsgenoot (13 tot 16% van mensen tussen de 16 en 65 jaar) zou dit zinnetje vandaag de dag wel eens abacadabra kunnen zijn.

En het gaat dan niet om mensen die zojuist uit een ver, exotisch land hierheen zijn gekomen. Ook vóór de moderne volksverhuizing op gang kwam, waren de laaggeletterden onder ons. Bij de kruidenier hebben ze 'toevallig' hun bril thuis laten liggen. Dus moet de caissière voorlezen hoeveel er afgerekend moet worden.

Met een arsenaal aan trucjes en foefjes maskeren ze dat hun lees- en schrijfvaardigheden niet verder reiken dan die van een basisschoolverlater. Maar de schaamte blijft. En het ongemak.

En dan te weten dat het ongemak veelal betrekkelijk gemakkelijk te verhelpen is. Wie het aangaat moet wel de valse schaamte voorbij. Eenmaal zover gekomen, staat een batterij hulpverleners klaar om beetje bij beetje de wonderen van de Nederlandse taal aan te reiken.

Hier bij ons in het dorp bestaat bijvoorbeeld een Taalnetwerk. De Gemeente, de KrimpenWijzer, CrimpenInn, de Bibliotheek aan de Ijssel en de Stichting Lezen en Schrijven hebben de handen ineen geslagen. Nou, waar zoveel positieve energie vrij komt, zal de laaggeletterdheid op den duur zeker afnemen.

Een plezierig vooruitzicht. Niet alleen omdat we met elkaar omgaan in een en dezelfde taal. Ook omdat taal de poort is naar de buitenwereld. Ze ontsluit bijvoorbeeld de weg naar fantasie en studie.

Mensen die onvoldoende kunnen lezen, schrijven en rekenen kunnen zich moeilijk staande houden in onze ingewikkelde samenleving. Niet zelden belanden ze in een vicieuze cirkel. Hun gebrek aan vaardigheden gaat niet zelden gepaard met armoede. En probeer in zo'n situatie maar eens je kennis van lezen en schrijven te verbeteren. Je hebt andere dingen aan je hoofd. Voor je het weet wordt het een gebed zonder einde.

Maar er zijn lichtpuntjes. De praktijk wijst uit dat ongeveer 70% van alle mensen die aan een taalcursus beginnen, binnen pakweg zes maanden beter kan lezen en schrijven. En circa de helft tot 60% van hen verovert ook nog een betere positie.

Boeiend om te bedenken dat zij zodoende aansluiten bij verre, verre voorouders, wier leven zich voltrok aan de oevers van de Eufraat en de Tigris. Daar waar zo'n 6000 jaar geleden het schrift werd uitgevonden.Wij hebben hun kleitablet, schrijfstift en rietpen inmiddels vervangen door wonderlijke elektronische apparaten. Die zijn als het ware de tools van de vooruitgang. Ze laten bovendien zien dat het mogelijk is het abacadabra te overwinnen. De lees- en schrijfhonger te stillen. Laten we het daar voorlopig maar op houden.

Een plezierig weekend. Houd afstand en blijf gezond.