Nazomer

De column van Bert van Oosterhout

19 september 2020 Bert van Oosterhout

Bij het krieken van de dag zoekt pril zonlicht zijn weg tegen de gevel van het huis. De gazen gordijnen filteren het licht in de kamer, waar de kristallen akkoorden van een pianosonate van Chopin in slome golven hun weg vinden. Met blote voeten op de koele keukentegels word ik langzaam wakker. De geur van aangesneden pain de Boulogne harmonieert met die van verse koffie. Vier sinaasappels zijn nodig om twee glazen vol te persen. De ochtend is jong en vol beloften. Het kan nog alle kanten op. Carpe diem – Pluk de Dag.

Een vluchtige blik in de krant leert dat de wereld buiten sinds gisteren niet ingrijpend is veranderd. Niets nieuws onder de zon. De nazomer en het voorbije vakantieleven kennen hun eigen ritme. In de grote badplaatsen stromen de stranden niet langer vol. En op de aanvoerwegen staan de files niet langer stil.

Bij het radio-journaal van 0800 uur kijk ik de dag recht in de ogen. Het is een goed moment. We kunnen van alles en nog wat aanpakken. Of we het zullen doen, valt te bezien. Wij zijn namelijk niet meer van die ondernemende typen. Als excuus voer ik mijn leeftijd aan. Mijn vrouw mag haar eigen excuus bedenken.

Het is even zoeken naar het ritme van vóór de zomer. Toen we – ongeacht het aantal jaren dat we meedragen – een wandeling niet schuwden. En wanneer het echt warm werd, vonden we elkaar nogal eens in een dolce far niente – een zalig nietsdoen – in de tuin.

Eerst een uurtje of wat met de weekendkrant, die zoals altijd veel te dik was. Dan een geliefd boek, dat ik al heb gelezen maar blijf herlezen. Vervolgens menigmaal een opgewekt samenzijn met vrienden die onverwachts voor het tuinhek stonden. Of er nog een wijntje koel ligt, was de onuitgesproken vraag. Reken maar van yes. En zoals altijd brachten we even later een toost uit Op het leven. Een betere toost kennen wij namelijk niet.

Laten we wel wezen, je mag in je handjes klappen als je in volle vrijheid, in een goed georganiseerd landje, in redelijk tot grote welstand, luid voor je mening uitkomend, ondanks de corona pandemie, in je achtertuin een toost kunt uitbrengen op het leven. – Pluk de Dag.

Nog even terugkomend op zo'n boek dat ik bij tijd en wijle herlees. Dat zit zo. Soms kom ik een schrijver tegen, die voor mij boven de meeste anderen uitsteekt. Met wie ik meteen een klik heb. Zelfs als ik de persoon in kwestie nooit in levenden lijve heb meegemaakt. De Engelsman Peter Mayle was zo'n schrijver. Het is een beetje verdrietig dat hij er niet meer is. Maar des te plezierig is het dat zijn wereldwijde bestsellers in mijn kast staan. Zodat ik ze, naar gelang mijn stemming, kan herlezen.

Dat leidt soms tot amusante gesprekjes: Maar je weet toch bij voorbaat hoe een verhaal afloopt, wordt mij bijvoorbeeld gevraagd. Ja zeker. En je weet toch ook hoe deze intrige zich gaat ontrafelen? Absoluut. Wat wil je dan nog meer weten? Niets. Maar waarom lees je verhalen dan voor de zoveelste keer?Heel eenvoudig. Omdat niemand deze charmante bedenksels zo flitsend kan vertellen als Peter Mayle. Maar na de vijfde keer is de lol er toch wel af, zeker? Nou, niet echt. En ik zal je vertellen waarom niet. Een diamant schittert zelfs na jaren nog. Zo werkt het met een geslaagd verhaal ook.

We verplaatsen ons toch nog even naar de tuin. De thermometer staat al lang niet meer op ontploffen. Maar nog hoog genoeg. Uit het zuidwesten komt een pak donkere wolken onze kant op – zo donker, dat wil je niet weten. Voorboden van het aangekondigde onweer. Een late lunch buiten optuigen, zoals was gedacht, zit er niet meer in. Maar wij laten ons niet kisten. Die mooie droge Oostenrijkse witte wijn heeft de stemming plezierig opgekrikt. Dus dat zit wel goed. Desnoods lunchen we binnen.

Bij het aansnijden van de meloen met voortreffelijke droge serranoham, klinkt plotseling een donderslag als van een Dikke Bertha aan het Oostfront in de Duits-Russische oorlog. Onwillekeurig verstijft iedere eter in zijn en haar houding. Wachtend op de volgende klap. Wonder boven wonder blijft het stil. En een minuut of twintig later is de lucht zelfs opgeklaard.

De gesprekken kabbelen voort. Wij zijn het erover eens dat we het over nogal wat verschijnselen oneens zijn. Behalve over hoe we in deze corona tijd de dag doorbrengen. Het leven op een lager pitje gedraaid. En soms haal ik bij wijze van troost een van mijn favoriete dichters tevoorschijn, Jean Pierre Rawie. Doe ik vandaag ook maar eens. Hebben we iets om over na te denken.

Zijn gedicht heet RAADSEL.

De tijd vliegt, maar de dagen gaan te traag.
Een jaar is zo voorbij, terwijl de uren
elk wel een eeuwigheid lijken te duren,
en morgen wordt als gister en vandaag

De mens is niet gelukkig van nature,
en kwelt zichzelf met steeds dezelfde vraag
waarop geen antwoord is. Je zou zo graag
iets door de spiegel zien, maar het blijft turen.

Er valt geen enkel onheil te vermijden
en dat de dood komt, is een zekerheid
waaraan je geen gedachte meer wilt wijden.
Je raakt de mensen en de dingen kwijt,
tot je het leven langzaam voelt verglijden
en deel wordt van het raadsel van de tijd.

Een prettig weekend. Houd afstand. En blijf gezond. Tot de volgende keer.