Knoestige joekels
De column van Bert van Oosterhout
10 oktober 2020 Bert van Oosterhout
De prijs voor de oneliner van de week – zo'n zinnetje dat lekker bekt en dat maar niet uit je hoofd wil – gaat deze keer naar Cornel van Geelen. De fractievoorzitter van de PvdA in de gemeenteraad. Voor deze microfoon hield hij vorige week een warm pleidooi voor het behoud van bomen in ons dorp. Niet dat iemand van plan is ze allemaal te rooien. Maar kaalslag ligt op de loer, daar waar op het moment herbestraat wordt. Gelukkig kon Cornel er in een gesprek met Terry Mace Hardyman snedig aan toevoegen: 'Het is niet zo dat iedereen op het gemeentehuis met een kettingzaag onder zijn kussen slaapt.' Een ijzersterke tekst, speels en tegelijk terzake. Goed voor de wisselbeker, zal ik maar zeggen.
Over bomen: de royale aanplant ervan in ons dorp vind ik een lust voor het oog. Wanneer mijn vrouw en ik ons over de Nieuwe Tiendweg bewegen, overvalt ons beiden dikwijls het gevoel alsof we in een laan rijden. En het is niet eens de enige weg c.q. straat waar we die ervaring hebben. Niet vreemd natuurlijk, voor wie zich herinnert dat Krimpen aan den Ijssel in 2016 werd uitgeroepen tot groenste stad van het land. De jury van de Nationale Groencompetitie koos onze stek aan de Ijssel, o.m. omdat ze duurzaamheid in het vaandel voert. De jury was onder de indruk van wat zij – met zo'n typisch lelijke ambtelijke term – de hoofdgroenstructuur noemde. Bomen spreken tot de verbeelding. Dat is duidelijk. Het zijn hoe dan ook levende wezens met wie wij al eeuwen een relatie hebben. Het oudste bekende exemplaar staat in Zweden: een spar van dik 9000 jaar. Het moet niet gekker worden.
Zelf heb ik in Libanon ceders mogen bewonderen en in Californië machtige Sequola's in het Sequola National Park. Indrukwekkende wezens die – voor zover ik weet – nergens in het universum hun gelijke kennen. Laat dat zo zijn, de bomen in het Mastbos en Liesbos in Breda – op leeftijd, maar niet stokoud – waren al vanaf mijn vroegste jeugd goede vrienden. Lekker om in te klimmen. Handig om je achter te verschuilen. Prachtig als decorstukken voor de avontuurlijke jongenswereld die we in het leven riepen. Het kan niet missen: bomen en wij horen bij elkaar. In ons dorp kan iedereen het met eigen ogen zien. Vandaar dat mensen een waarschuwende vinger opsteken, nu die aardige relatie onder druk dreigt te komen. De voorbije jaren is hier en daar de bijl wel erg geestdriftig aan de wortels gelegd.
Dat gebeurde bijvoorbeeld in de Steenbakkerstraat, de Boerhaavelaan en bij de Prinsessenflats. Bovendien liggen er plannen klaar om 126 bomen in Langeland een kopje kleiner te maken. En over het lot van 25 beeldbepalende bomen aan de Noorderstraat wordt nog nagedacht. Dat lijkt alles bij elkaar toch verdacht veel op kaalslag.
Voor de goede orde: ik ontleen deze kennis aan een artikel van Floris Bakker in Het Kontakt van 29 september. Luisterend naar de gesproken versie van dit artikel, trof mij het elan waarmee het welzijn van de bomen werd bepleit. Zij kunnen nu eenmaal niet voor zichzelf spreken. Al beweert prinses Irene, als ik het goed heb begrepen, van wel. Maar zij koestert dan ook een bijna meer dan platonische betrekking met die knoestige joekels.
Terug naar de werkelijkheid van alledag. Een royaal opgezet bomenplan, zoals we dat in ons dorp kennen, draagt ongetwijfeld bij tot het welbevinden van veel inwoners. Het zou dan ook onvergeeflijk zijn als bomen sneuvelen, bijvoorbeeld omdat een straat nieuwe vloerbedekking krijgt. En het lijkt me ook geen goede zaak als gekapte bomen worden vervangen door soortgenoten, die in ons klimaat en op onze bodem niet of nauwelijks aanslaan.
Ik weet weinig van bomen. Neem mij bij de hand door het dorp en ik kan je dom genoeg niet vertellen hoe al die bomen heten. Hoe lang het duurt voor ze volwassen zijn. Hoe oud ze kunnen worden. Of ze, na een prettig leven met veel zon en regenwater, uiteindelijk als mooie blokken in de open haard eindigen of juist niet. Je begrijpt wat ik bedoel. Vraag mij niks over bomen, want ik weet niks van bomen. Ik zei het al. Maar ik houd wel van ze. Graag mag ik in hun luwte tot rust komen. Een voorjaar en een zomer lang.
En eerlijk gezegd vermoed ik dat zo'n oude, wijze eik, berk of beuk – hoor mij nou – stilzwijgend aanvoelt wat mij bezighoud. Het zou me dan ook nauwelijks verwonderen als zo'n reus plotseling zijn takken om me heen zou slaan. Gewoon uit vriendschap. Of als troost. Kort samengevat: wees alstublieft voorzichtig en terughoudend met de kap in Krimpen aan den IJssel. Beroof ons dorpelingen niet van het groen dat hier zo weelderig groeit. Groen, dat het wonen in dit dorp juist zo extra plezierig maakt.
Ik wens jullie een groen weekend. Houd afstand. Blijf gezond.
