Handjes thuis
De column van Bert van Oosterhout
17 oktober 2020 Bert van Oosterhout
Op pagina 904 van mijn onovertroffen tweedelige van Dale tref ik het woord hand. Vier dichtbedrukte pagina's lang weidt het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal daarna uit over alle denkbare samenstellingen met dit woord. Maar ik begin even bij het begin. Een hand, aldus de Dikke, is elk der beide lichaamsdelen aan de uiteinden der armen, zich uitstrekkende van de pols tot het uiteinde der vingers, tot grijpen en vasthouden geschikt.
Hè, ik wou dat ik dat had verzonnen. 'Tot grijpen en vasthouden geschikt.' Wat een leuke omschrijving voor een handeling waarbij je je van alles en nog wat kunt voorstellen. Lieve handelingen – ondeugende, stoute, gretige, pijnlijke, genezende. En ga zo maar door. Te veel om op te noemen.
Zijn jullie er nog? Ok, dan vraag je je waarschijnlijk af, waar dit heen gaat. Ik vertel het je. Naar de corona-crisis. Jawel, je hoort het goed. Naar de corona-crisis. Want 'grijpen en vasthouden' – de drukste bezigheden van de handen – is er niet meer bij. Anderhalve meter afstand houden, is nu eenmaal de strijdkreet van hopman Mark Rutte. En gelijk heeft hij, al krijgt hij het dikwijls niet.
Het knuffelend, aaiend, strelend volkje dat wij zijn, is van de ene dag op de andere gedwongen tot een soort kloosterlijke soberheid. Handjes thuis. Niets of niemand beroeren. Dat geldt ook voor die wanstaltige botox-lippen, die je om je heen ziet. Al dat vochtige gezoen – links, rechts en zo verder – houden we voortaan voor gezien. Tenzij als tijdverdrijf binnen de kring van geliefden. Daar maakt het corona-virus vooralsnog halt bij de voordeur. Nou, dat is nog wat.
Tijdens de eerste golf covid-19 geloofden velen dat onze toekomst zal zijn zoals het verleden was. Nu weten we beter. Het leven zal nooit meer zijn als vóór de crisis. En we zullen het ervaren tot in de kleinste dingen. Bijvoorbeeld in de rituelen van de dagelijkse begroeting. Op straat, in kantoren, op bezoek bij buren en vrienden – kennismaken, elkaar verwelkomen en afscheid nemen zullen het karakter hebben van Japanse plichtplegingen. Beleefd, robot-achtig en afstandelijk. Dat is wat het virus op kleine schaal teweegbrengt. Een stevige hug, die tegenwoordig op de top-tien van omhelzingen hoog scoort, behoort mogelijk voorgoed tot het verleden.
Kortom, niet alleen onze gezondheid en de economie gaan naar de bliksem. Ook traditionele omgangsvormen raken in de vergetelheid. De warme kus waarmee politieke leiders achter het IJzeren Gordijn elkaar ooit zo vals plachten te begroeten is uitgebannen. De handdruk waarmee de Palestijnse leider Yasir Arafat en de Israëlische premier Yitzak Rabin zogenaamd vrede in het Midden-Oosten bezegelden, is bijgezet in het museum. Alleen het beeld De Kus van August Rodin staat nog fier overeind. Maar dat is dan ook van marmer.
Een vriend die de weg weet in de Bijbel, vroeg zich deze week af of we soms getuige zijn van de aanloop naar het Einde der Tijden. Hallo zeg, mag het een onsje minder. Gezien onze nietige plaats in het universum, sluit ik weliswaar niets bij voorbaat uit. Maar zo somber zie ik het nu ook weer niet in. Bovendien kunnen we dat Mark Rutte, Hugo de Jonge en Jaap van Dissel niet aandoen. Ook al lopen die met hun slappe beleid voortdurend achter de feiten aan.
Wat ik me trouwens afvraag is of ouders van vandaag de dag hun kinderen nog leren om oom Jan en tante Nelleke, nieuwe buren en weet ik veel wie allemaal, netjes een hand te geven ter begroeting. In het post-corona tijdperk is dat waarschijnlijk totaal uit de mode. Dat halen we dus uit het opvoedingspakket. Maar wat doen we dan?
Elkaar de hand drukken doen we al eeuwen. In het AD legde de antropoloog Danielle Braun kortgeleden uit dat het gebaar uit de middeleeuwen stamt. Ridders gaven elkaar de vijf om te laten zien dat ze geen wapens bij zich hadden. En Danielle kan het weten. Antropologen bestuderen kort gezegd immers het sociale reilen en zeilen van bevolkingsgroepen. Het moge daarbij duidelijk zijn dat zo'n eeuwenoud gebruik zich niet zomaar laat uitroeien. Maar toch. We gaan het zien.
Overigens doen lang niet alle volkeren het ons na. In verscheidene culturen wordt dat handjeklap als een weinig fris gedoe beschouwd. In Azië en de arabische wereld houden ze echt hun handen thuis. En gekust wordt er sowieso niet. In elk geval niet tussen mannen en vrouwen. Mannen willen onder elkaar nog wel eens geestdriftig langs de baard van de ander schuren. Ieder zijn meug.
Bij ons in de Lage Landen is de populaire begroeting met drie zoenen nog helemaal niet zo oud. Nog in de jaren vijftig van de vorige eeuw vonden wij het lichtelijk gênant wanneer onze Belgische neef de familieband bevestigde met een stevige pakkerd. Maar door de jaren rukte de kus vanuit het warmbloedige Zuid-Europa onweerstaanbaar op naar onze streken. We zullen eens zien of hij onder het corona-geweld overeind blijft.
Nou, en daar staan we dan. Verboden iemand een hand te geven, aan te raken, laat staan te omhelzen. Het wordt zo een kille bedoening. Maar goed, safety first natuurlijk. Misschien kunnen oude volken als de maori's of de eskimo's ons aan een alternatieve begroeting helpen. Iets met de neus of zo. En zo niet, bedenken we zelf toch iets. Wie begint?
Een prettig weekend. Houd afstand en blijf gezond.
