Zal ik u jou noemen?

De column van Bert van Oosterhout

12 december 2020 Bert van Oosterhout

Hoe mogen ze jullie aanspreken, vroeg de nieuwe buurvrouw toen ze haar vijfjarige zoontje en tweejarig dochtertje aan ons voorstelde. Goeie vraag. Wij vinden in beginsel alles best, maar de jonge moeder had er zo haar gedachten over. Bovendien is het voor die kinderen ook wel handig als ze weten waar ze aan toe zijn. Na wat heen-en-weer-praten, kwamen we uit op buurvrouw M., buurman Bert en je en jou.

De variant uit onze jeugd – tante Annie voor de achterbuurvrouw, die was getrouwd met oom Piet, geen van beiden familie – kwam niet in aanmerking. Recht-toe-recht-aan buurvrouw en buurman, vinden wij zelf niet zo geslaagd. Uiteindelijk kwamen we uit op het hiervoor genoemde compromis. Ach ja, what's in a name, zeggen ze aan de overkant van Het Kanaal, maar die Brexit-afvalligen mogen eigenlijk niet meer meedoen.

Aan het ietwat neutrale buurvrouw en buurman – zelden zoiets afschuwelijks gehoord als het Amsterdamse buuf voor buurvrouw, maar dit terzijde – wilden we een ingrediënt toevoegen om de aanspreking wat vertrouwelijker te maken. Vandaar de combinatie van buurvrouw met de voornaam die mijn vrouw bij haar geboorte gekregen heeft. Iedereen tevreden. In hun enthousiasme vallen de buurt-bengels weliswaar soms terug op alleen onze voornaam. Maar een kniesoor die daar op let en hun schuldbewuste blik is trouwens hoogst vermakelijk.

OK, ander onderwerp. De kleintjes weten nu waaraf en waaraan. Nu de groten nog. Want wat mijn vrouw en ik ronduit amusant vinden, is de schroom van 30- tot 40-jarige nieuwkomers in onze habitat om ons te tutoyeren. Ondanks aandringen onzerzijds (wanneer wij vinden dat de wederzijdse intimiteit nu wel is beklonken) man en paard te noemen, vinden sommigen dat knap lastig. Meestal duurt het dan ook een poosje voor ze het U inruilen voor het minder afstandelijke JE.

Op de keeper beschouwd vind ik dat huis-tuin-en-keuken 'probleempje' wel iets om even bij stil te staan. De geconstateerde schroom ons te tutoyeren lijkt me de vrucht van een gedegen, misschien wat ouderwetse, opvoeding. Je houding bepalen ten opzichte van een echtpaar dat al zoveel tientallen jaren meeloopt, wordt dan allicht een 'dingetje.' Daarom maar even vriendelijk en gezellig de grenzen aftasten.

Op zichzelf is dat een boeiend proces. Ik herinner me als de dag van gisteren hoe dat verliep toen ik nog werkte. Van tijd tot tijd liepen stagiaires van de Academie voor de Journalistiek mijn werkkamer binnen om zich voor te stellen. Een enkeling deed wat in ons beroep gebruikelijk is, tutoyeren. Maar de meesten hielden het aanvankelijk op U. Je zag ze denken: zo'n bejaard type achter zijn computer, dat kun je niet ongevraagd met je en jou aanspreken.Toen dat steeds vaker gebeurde wist ik het zeker: 'Het is mooi geweest. Ik moet hier maar eens weg wezen.'

In de jaren erna zijn in dit land de omgangsvormen zo ver mogelijk opgerekt. In bus, metro en trein tref je ze nog maar zelden. Tegelijkertijd is mijn ervaring dat vooral jongelui wier opa's en oma's zeker niet in Nederland zijn geboren, mij bij grote drukte een zitplaats aanbieden. Waarvan akte. Trouwens, bij dit type jongelui komt JE niet over de lippen. In elk geval niet in gesprek met een onbekende. Laat staan met iemand die de meeste jaren hier op Aarde achter zich heeft.

Eerlijk gezegd, ben ik nieuwsgierig of de traditionele manier van elkaar aanspreken in de ons omringende landen de tand des tijds heeft doorstaan. Wat mij betreft maakten bijvoorbeeld de Duitsers het vroeger van eieren. Vooral in de ambtenarij. Het kwam ook voor dat levenslange vrienden elkaar bij wijze van spreken tot hun laatste snik met SIE (U) aanspraken. Nou ja, 's lands wijs, ' s lands eer, zullen we maar zeggen. Al blijf ik titels als Frau Waldaufseher (mevrouw boswachter) voor de vrouw van de boswachter, of Frau Lehrer voor de echtgenote van een onderwijzer, komisch vinden. Voor nuchtere Nederlandse oren is het allemaal wat overdreven. Terwijl er natuurlijk ook een zeker respect in doorklinkt. En dat wil tegenwoordig in onze contreien nog wel eens ontbreken. Opvallend genoeg ook in contacten met bedrijven waarvan je dat niet zou verwachten, zoals bijvoorbeeld de ING-bank.

Beste mevrouw, schreef Annet van der Hoek, directeur Klantenservice, vorige maand aan mijn vrouw. Met je kwartaallimiet kun je op je Betaalrekening rood staan. We gaan die limiet veranderen. Daar hadden we je eerder al over geïnformeerd, maar binnenkort is het echt zo ver.Twee weken voordat dit voor jou ingaat, krijg je hierover nog een bericht. Hieronder lees je alvast ...etc.etc.

De inhoud van de brief is aan ons niet besteed. Wij staan niet rood. Maar na alles waar we het hiervoor over hadden, moest ik toch even slikken. Wat bezielt deze mevrouw ? Hoezo spreekt zij haar onbekende klanten van de bank, die mogelijk ouder zijn dan haar vader en moeder, met je en jou aan? Hoe haalt ze het in haar hoofd zo'n amicale toon aan te slaan? Dat gaan we deze dame eens vragen.

Mooi niet, natuurlijk. Ik had ook niet anders verwacht. De vriendelijke ING-meneer die me aan de telefoon te woord stond, kwam niet verder dan zoiets als : “Ja, deze tekst gebruiken we al lang voor zulke brieven. Maar u kunt natuurlijk een klacht indienen. U krijgt dan binnen 6 weken een reactie.”

Nou, laat maar. Ik peins er niet over 6 weken te wachten op een reactie van de ING. Op het internet zie ik trouwens dat niet alleen ik, maar talrijke klanten zich ergeren aan dat ongepaste gedoe. Het wordt daarom tijd dat mevrouw de directeur daar eens iets aan doet. Ze zou bijvoorbeeld best sorry kunnen zeggen. En om te oefenen dan wel gewoon U gebruiken.