Een patatje zonder

De column van Bert van Oosterhout

24 april 2021 Bert van Oosterhout

Wanneer ik Mark Rutte en zijn politieke collega's zie spartelen, denk ik soms: hebben we eigenlijk nog een regering? Maar de aangekondigde corona-versoepelingen wekken de suggestie van wel. Of het echt zo is, zullen we over enkele weken merken. Pas dan weten we of en hoe voorbarig de jongste maatregelen zijn.

Rutte had natuurlijk weinig keus. Hoewel demissionair, wordt van hem daadkracht verwacht. Dus sprongen hij en Hugo de Jonge over hun eigen schaduw. Voor één keer luisterden ze niet naar de honderden virologen, op wier aandringen ze ons zo graag betutttelen.

Blij toe. Ik heb namelijk een hekel aan een betuttelende overheid. Als bijvoorbeeld een staatssecretaris mij wil voorschrijven wat ik moet eten en drinken – of juist niet – krijg ik spontaan jeuk. Mijn eetlust en overgewicht gaan hem immers niets aan. En hoe mijn suikerspiegel op peil te houden, regel ik wel met mijn huisarts.

Ik kan er nog inkomen dat een bewindspersoon de goegemeente wil voorlichten. Als hij of zij denkt dat Brinta als ontbijt gezonder is dan twee bruine boterhammen – mij best. Hang het maar aan de grote klok. Voor de rest zou ik zeggen: opzouten graag met elke vorm van dwang. En over voorlichting inzake eten en drinken zul je mij verder niet horen.

Anderen daarentegen des te meer. Neem bijvoorbeeld de 44 experts in een onderzoek van het in ons land inmiddels wereldberoemde RIVM, het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu. Zij sloegen aan het denken op verzoek van staatssecretaris Paul Blokhuis (CU).

Om het lichamelijk en geestelijk welbevinden van circa 17 miljoen Nederlanders te bevorderen, bepleiten zij bij de demissionaire bewindsman een suikertaks, afschaffen van de btw op gezonde voeding en duurdere alcohol. Gezond bikkelen goedkoper en ongezond duurder.

Dit bedoel ik nou. Heb ik een jaar of dertig geleden op eigen kracht mijn laatste sigaret weggegooid, wordt nu ook nog mijn favoriete snack – een patat zonder en twee kroketten – naar het verdomhoekje verwezen. Zo dringen de gezondheidsfreaks op slinkse wijze mijn habitat binnen. Het wordt geloof ik tijd om ten strijde te trekken, een petitie op touw te zetten. Even met Breda bellen. Daar weten ze hoe je dat moet organiseren.

Ironisch genoeg botst de opgelaaide discussie over gezond leven, soberder consumeren, met de programmering op de nationale toverdoos, waar elke avond miljoenen mensen naar kijken. Ik ben ook zo'n tv-junk. Uit ervaring weet ik daarom hoe populair kook- en eetprogramma's zijn. Dat kokkerellen is aan mij trouwens niet besteed, het eten wel. Maar dat mag dan weer niet. RIVM-typen houden ons in elk geval voor dat zoiets als uit de muur smikkelen, uit den boze is. Terwijl dat nu juist hartstikke lekker kan zijn. Een opvatting die ik bijvoorbeeld deel met een vriend die het na een geslaagde loopbaan ook gehad heeft met de 5-sterren nouvelle cuisine.

Jullie hebben natuurlijk al begrepen dat we voor vandaag een serieuze analyse van ons aller eet- en drinkgedrag hebben voorbereid. En alsof de duivel ermee speelt, stuitte ik bij mijn research op diverse terzake doende krantenartikelen. En eerlijk is eerlijk, je leert nog eens wat.

Zo begrijp ik van de hooggeleerde Maikel Peppelenbosch van het Erasmus MC in Rotterdam dat bijvoorbeeld de Ramadan goed is voor de darmen en de lever. Niet alleen daardoor is de vastenmaand die miljoenen moslims nu in acht nemen, in menig opzicht een weldaad. Minder vaak eten zorgt gewoon voor meer goede bacteriën in de darmen. En mensen die er verstand van hebben vinden dit een goede zaak.

Uit respect voor de wetenschap waag ik het niet hen tegen te spreken. Toch kan ik in dit verband een geamuseerde glimlach niet onderdrukken. Vooral niet wanneer ik lees wat ene Tim Spector over eten en drinken heeft op te merken. De mij onbekende Britse epidemioloog schreef een boek met als leidraad: geloof vooral niet alles wat je leest over eten.

Kijk, zo'n motto is aan mij besteed. Ik ga er niet van uit dat de heer Spector de wijsheid in pacht heeft. Maar zijn relativerend tegengeluid, spreekt me wel aan. Hij maakt korte metten met een handvol hardnekkige mythes over goed en fout bij eten en drinken. Bijvoorbeeld deze: het ontbijt is de belangrijkste maaltijd van de dag. Vooral niet overslaan. Nou, zet maar in de hoek bij de andere kletskoek.

Dit is niet de plaats en het uur om de beweringen van deze nieuwe goeroe uit en te na te bespreken. Ik speel alleen voor doorgever, opdat de geïnteresseerde luisteraar er zijn of haar voordeel mee kan doen. Iets om over na te denken, zogezegd.

Daarom reik ik er nog eentje aan. Vis eten is goed voor je. Goed voor de gezondheid en de hersenen. Ook dat schijnt niet te kloppen Het is in elk geval niet weten- schappelijk aangetoond. Nou zeg, zo lust ik er nog wel een. Of eigenlijk niet, want ik eet geen vis. Rauw of gebakken, met of zonder graat – de glibberige schepselen zijn aan mij niet besteed. Dat weten jullie dan alvast, mocht ik door een speling van het lot aan jullie dis terecht komen.

Om af te ronden nog eentje die een taai leven leidt: zout is slecht voor ons. Je voelt 'm al aankomen. Onderzoek heeft aangetoond dat minder zout eten bij 90% van de mensen geen noemenswaardige invloed heeft op de bloeddruk of het voorkomen van hartproblemen. Sterker nog, weinig zout gebruiken blijkt juist het risico te vergroten.

Zo kunnen we nog even doorgaan. Maar dat doen we niet. Ik wilde alleen het vaak opgewonden geleuter over eten aan de kaak stellen. Wie wat eet en hoe, is mij om het even. Dat wil zeggen, zolang de staatssecretaris zich er maar niet mee bemoeit