Net als toen
De column van Bert van Oosterhout
5 juni 2021 Bert van Oosterhout
Maandagmorgen, deze week. Onbarmhartig zet de zon de tuin in brand. In de strak blauwe lucht trekken vliegtuigen condensstrepen. Ergens in de buurt ratelt een wasmachine. De eenden in de singel houden zich nog rustig. Irritant kwekkende Nijlganzen hebben hun heil elders gezocht. De jongens en meiden van groep 8 in de tegenover gelegen basisschool, worstelen met de laatste loodjes van het laatste schooljaar.
Vrij naar de Songfestival-winnares Corry Brokken, is het weer bijna Net als toen. De wereld als vanouds. Van vóór de corona-crisis. Met files op de Nieuwe Tiendweg en voor de Algerabrug. Aso's die extra decibellen door de knalpijp van hun motor en/of patser-bak jagen. Giga vrachtwagens op de te smalle N210. RET-bussen die nog net niet het achterlicht van je fiets raken. Een overvol strand bij de surfplas.
Voor het eerst in anderhalf jaar weer in de tuin gegeten. Je zou bijna denken dat het 'oude normaal' terug is. Maar dat is niet zo. Onze nationale mr. Corona – minister Hugo de Jonge – denkt dat mondkapjes en de anderhalve meter pas in september zullen verdwijnen. Maar tot nog toe kwamen Hugo's voorspellingen meestal niet uit. Er deed zich altijd wel een kink in de kabel voor. We zien wel.
In het gunstigste geval krijgen we, vooral via aanhoudend massaal vaccineren, greep op de situatie. Eind augustus zouden alle Nederlanders vanaf 18 jaar hun tweede vaccinatie moeten hebben. Uitgezonderd natuurlijk de principiële tegenstanders, want die zijn nog steeds principieel tegen. Nou, ze doen maar. Van die kant heb ik nu wel voldoende onzin-verhalen gehoord.
De cirkel is bijna rond. Nog even en we zijn weer waar we begonnen. Anderhalve meter afstand – weg ermee. We wrijven onze navels weer eens stevig tegen elkaar. Tegelijk met de beroemde Nederlandse drie-traps-kus in de lucht. In sommige kringen gecultiveerd tot de kus vol op de mond. We zijn het nog niet verleerd. Maar voor alle zekerheid doen we wat extra's.
Het zou mij niet verbazen als op kantoor, in winkels en waar niet, mannelijke collega's hun hele wapenrusting in het geweer brengen om hun vrouwelijke collega's te laten zien hoeveel pijn het deed dat ze de 'vriendschappelijke' omgang moesten missen. Arme collega's. En de vrouwen natuurlijk tranen in de ogen. Van het lachen, welteverstaan. Want zoveel mannelijke huichelarij maken ook zij zelden mee.
Wanneer de eerste obstakels eenmaal zijn genomen, herneemt het leven misschien zij gang. Wel blijven we tot eind volgend jaar zitten met verkeerschaos op en nabij de Algerabrug. Of juist met het tegenover gestelde. Tot ieders niet geringe verbazing loopt het dagelijks verkeer namelijk als een trein. In tijden van corona kom je voor allerlei verrassingen te staan. Da's wel duidelijk.
We beseften vorig jaar nog maar net dat we met een serieuze pandemie te maken hadden, toen we ons al afvroegen of we ooit zouden terugkeren naar het oude normaal. Die vraag is nog niet beantwoord. Ondanks nieuwe versoepelingen zitten we voorlopig nog met rituelen die tot nader order verboden zijn. Waar komen die rituelen eigenlijk vandaan? Aardig om daar eens bij stil te staan. Om er achter te komen hoe het zit, ging ik weer eens te rade bij de voortreffelijke van Dale. Nog steeds een ongeëvenaarde bron van kennis. Zelfs in tijden van internet en Wikipedia.
Op pagina 904 tref ik het woord hand.Vier dichtbedrukte pagina's lang weidt het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal daarna uit over alle denkbare samenstellingen met dit woord. Maar ik begin even bij het begin. Een hand, aldus de Dikke, is elk der beide lichaamsdelen aan de uiteinden der armen, zich uitstrekkende van de pols tot het uiteinde der vingers, tot grijpen en vasthouden geschikt.
Hè , ik wou dat ik dat had verzonnen. 'Tot grijpen en vasthouden geschikt.' Wat een leuke omschrijving voor een handeling waarbij je je van alles kunt voor stellen. Lieve handelingen – ondeugende, stoute, gretige, pijnlijke, genezende. En ga zo maar door. Te veel om op te noemen.
Zijn jullie nog wakker? Ok, dan vraag je je waarschijnlijk af, waar dit heen gaat. Ik vertel het je. Naar de corona-crisis. Jawel, je hoort het goed. Naar de corona-crisis. Want 'grijpen en vasthouden' – de drukste bezigheden van de handen – is er nog steeds niet bij. Anderhalve meter afstand bewaren geldt ook nog altijd. Hopman Rutte laat geen gelegenheid onbenut om het te zeggen.
Het knuffelend, aaiend, strelend volkje dat wij zijn, is tijdelijk gedwongen tot een soort kloosterlijke soberheid. Handjes thuis. Niets of niemand beroeren. Dat geldt ook voor die wanstaltige botox-lippen, die je om je heen ziet. Al dat vochtige zoenen – links, rechts en zo verder – houden we voor gezien.
In het begin van de crisis geloofden heel wat mensen dat de toekomst er uit zal zien als het verleden. Dat staat niet bij voorbaat vast. Maar ik heb toch zo'n flauw vermoeden dat we uiteindelijk het verleden zullen omarmen als was het het nieuwe heden. Met andere woorden : de corona-crisis zal worden bijgezet in de archieven van het RIVM. En op de kalender zal voortaan sprake zijn van de periode vóór covid19 en die erna. En wat nu even niet mag of wordt ontraden, doen we straks toch weer alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Want zo zitten wij nu eenmaal in elkaar.
Een plezierig weekend.
Blijf gezond.
5 juni 2021
Bert van Oosterhout
