Het Witte de With-gevoel

De column van Bert van Oosterhout

19 juni 2021 Bert van Oosterhout

Soms word je onverwachts ingehaald door je verleden. Het komt ineens langszij en dat kan een heel plezierige ervaring zijn. Het overkwam mij met de Witte de Withstraat in Rotterdam. Deze straat hoeft geen introductie. Al jaren is ze bekend als een stedelijke kransslagader waarin het uitgaansleven opgewekt klopt. En precies op deze plek stonden een collega en ik op een zondagmiddag in een grijs verleden aan te bellen bij het pand waarin nu het NRCafé is ondergebracht.

We stonden daar op de aller- allereerste werkdag van een loopbaan die 36 jaar zou duren. Maar voorlopig stonden we voor joker, want de portier deed niet open. Logisch, want op zondag werd de hoofdingang van het gebouw niet gebruikt. Alleen wisten wij dat niet.

Met achterlating van onze Brabantse roots waren collega Jan en ik in zijn deux chevaux van beneden de rivieren naar Rotterdam getuft. De eerste vastberaden stap naar een nieuw bestaan. De stad vertoonde nog de littekens van het bombardement. Op de Oostzeedijk-beneden stonden houten noodwinkeltjes. De Westblaak was een kale zandvlakte waar je vrij kon parkeren. Dat mocht toen trouwens ook tegenover Museum Boijmans – waar later het Nieuwe Instituut voor Architectuur zou verrijzen. Maar dat leerden we later pas.

Rotterdam anno 1966. Tussen Westblaak, Witte de Withstraat en Oude Binnenweg liep je in die tijd nogal wat plaatselijk journaille tegen het lijf. De redacties van de dagbladen van toen waren nooit ver weg. En de journalisten troffen elkaar graag in een keur van cafés en Kneipjes om de laatste sterke verhalen te vertellen. Daarbij was De Schouw – ooit tijdelijk gesloten omdat de kakkerlakken in marstempo over de tap marcheerden – veruit het populairst bij het krantenvolkje.

Deze Witte de Withstraat behoort sinds kort tot de tien coolste straten ter wereld. Dat hebben 27000 kenners wereldwijd vastgesteld. Ze deden dat in opdracht van de website van de Engelse Time Out Group. Eerlijk gezegd, geen idee wie zich daar achter verschuilt. Maar wat maakt het uit? De vrouwen en mannen die de handen uit de mouwen steken in de Witte de With kunnen er goede sier mee maken.

De kwaliteit van het eten, de fun en het aanbod van cultuur bepaalden de rangschikking op de erelijst. Gemeten, zoals gezegd, door een leger van experts. Op plek 1 van de lijst plaatsten zij Smith Street in Melbourne. Zegt mij niks, maar ik neem meteen aan dat het een toffe straat is. Evenals de volgende: Passeig de Sant Joan in Barcelona en South Bank in Londen. Dat klinkt al een stuk vertrouwder.

En dan: de Witte de With. Zij prijkt tussen Sunset Boulevard in Los Angeles – niet misselijk, zoals ik uit ervaring weet – en Rua Três Rios in Sao Paulo. Kijk, da's mannenwerk. Zeker de Sunset Boulevard is een wereldmerk. Dáár onze Rotterdamse feeststraat mee te vergelijken, lijkt me eigenlijk een tikje overdreven. Maar dat vind ik dan weer alleen op meer beschouwende momenten. En daar wil ik geen gewoonte van maken.Tof dus, die onderscheiding van de Witte de With.

Wat veel stappers en andere genieters trouwens niet weten is dat hun Witte de With-gevoel een genetische erfenis is. Lang vóór zij in hun eerste heldere bier hapten, in het leven geroepen door een gideonsbende van Rotterdamse kroegtijgers, kunstenaars en artiesten. Typen als Dorus Manders, die na een optreden in de Schouwburg graag een uurtje in de Schouw aan de tap bleef hangen. Op anderhalve meter afstand aangesproken door die andere Rotterdamse icoon, Gerard Cox. De afstand was in die tijd natuurlijk toeval.

Een politiepatrouille van dienst keek af en toe neutraal om de hoek van de cafédeur om te zien of alles nog rustig verliep. Dat was meestal het geval. En liep het al eens uit de hand, wisten de dienders er wel raad mee. Het sporadische geweld was overigens kinderspel, vergeleken bij dat van tegenwoordig.

Zo, wat een onderscheiding als coolste straat niet allemaal kan losmaken. Zoals ik, raakte menige collega vergroeid met de Witte de with. En dat gebeurde al toen het speelse leven er nog niet eens zo bruiste als nu. De monumenten van weleer – broodjestent Spooky, de sigarenwinkel die bij gebrek aan klandizie overschakelde op een rijk aanbod van sex-artikelen, de boekwinkel waar we onze eerste 24-delige encyclopedie aanschaften, de legendarische herenkledingwinkel van Jan Seegeren – ze pasten allemaal bij de rustige ambiance van de jaren zestig van de vorige eeuw.

'Wat gaat mij dat allemaal aan?', hoor ik je denken. Ja, daar heb je een punt. Maar ik kon het niet laten. Want wanneer ik door de Witte de Withstraat loop, loop ik wel door mijn verleden. Hobbels en kuilen lieten we achter in dat oude gebouw van de NRC. Meteen naast de heuveltoppen die de loopbaan tot een feest maakten.

Als dit geen dagdromerij is, weet ik het niet meer. En dat allemaal doordat de Witte de Withstraat nu te boek staat als de Rotterdamse Sunset Boulevard. En het leuke is, dat ze zo dichtbij Krimpen is. Mooi toch? Niet dan?

Een plezierig weekend.
Blijf gezond.

19 juni 2021
Bert van Oosterhout