Saluut, jullie veteranen
De column van Bert van Oosterhout
26 juni 2021 Bert van Oosterhout
Het fotootje is zes bij negen en aan de linkerkant al een beetje verkleurd. Drie mensen staan, of liever gezegd liggen, erop in het gras. De achtergrond wordt gevormd door bergen. Misschien zijn het bossen, dat is niet duidelijk. In schools handschrift, uitdrukking van een nette, ordelijke geest, staat achterop geschreven naar wie we kijken: Pietje, Cees en Kamit te Kediri, 17-04-1949.
Ik heb dit kiekje vaak bekeken. In familiekring ging het van hand tot hand. Het was per slot van rekening een teken van leven van de oudste zoon en broer, die in – wat toen heette – Nederlands Indië hielp bij het herstellen van het Nederlands gezag over de opstandige kolonie.
Hij en ik hadden het te kwaad toen de walmende stoomtrein met hem en andere dienstplichtige militairen het oude station van Breda achter zich liet. Ik was twaalf jaar en wist zeker dat ik hem nooit meer zou zien. Nu, zo veel jaar na dato, stel ik opnieuw opgelucht vast dat niet is gebeurd wat ik toen zo vreesde. Dat hij niet, zoals zo veel anderen, sneuvelde.
Dat hij na drie jaar ongedeerd terugkeerde, betekende als vanzelfsprekend dat hij werd ingelijfd in de grote broederschap van veteranen. Daar was hij trots op, al had hij het er zelden of nooit over. Maar dat lag minder aan hem dan aan de snel veranderende tijdgeest.
De tijd was ernaar. Van een wingewest veranderde Indië in een vrije onafhankelijke natie. En de Nederlandse Jan Soldaat die had meegevochten om dit te verhinderen – nota bene verplicht – werd bij thuiskomst al gauw met de nek aangekeken. Pas nadat Nederland als lid van de Navo en de Verenigde Naties had deelgenomen aan vredesmissies, kwam daar verandering in. De veteraan kreeg een gezicht. En als vanzelfsprekend werd hij ook zelfbewuster.
Een bijna onbeduidend voorval zette mij op het spoor. Samen met twee broers en een neef bezocht ik in 2004 de invasiestranden van Normandië. Daar zag ik hoe mijn oudste broer – de voormalige Indië-ganger – een metamorfose onderging. De meestal ingetogen juridisch ambtenaar ontpopte zich als iemand, die ik niet echt kende: een veteraan. Terwijl de reisgenoten hun ogen uitkeken naar alles wat de herinnering aan The longest day levend houdt, als ware bezoekers in een reusachtig museum, gebeurde er met onze oudste broer iets eigenaardigs.
Hij werd deel van gebeurtenissen uit het verleden, dat voor hem hier in volle hevigheid terugkeerde. Meer dan tevoren leek hij zich ervan bewust dat de club van veteranen zijn werkelijke onderdak was. Bij wijze van spreken kwam hij, een eeuwigheid na zijn demobilisatie uit de tropen, pas echt thuis.
Ik kan het hem niet meer vragen. Hij is niet meer onder ons. Maar in hem breng ik vandaag een saluut aan àlle veteranen. Niet in de laatste plaats aan onze dorpsgenoten die op allerlei militaire missies vrijwillig de wapens hebben gedragen. Sommigen om de vrede af te dwingen. Anderen op zoek naar avontuur. Zo werkt het. Want niets menselijks is de veteraan vreemd.
Met alle respect: een bizar misverstand zette mij aanvankelijk bijna op het verkeerde been. Bij die zee van oranje vlaggetjes, vooral in oud-Krimpen, dacht ik een flits van een seconde: kijk nou, wat een mooie hulde op veteranendag.
Hoe suf kun je zijn? Maar goed, intussen ben ik weer bij mijn positieven. Hier worden andere helden in het zonnetje gezet. Hoewel, helden. Laten we de dingen niet door elkaar halen. Voetballers zijn uiteindelijk niet meer dan pionnen op een grasveld, die een bepaald spelletje beheersen. Bij tijd en wijle mag ik er ook graag naar kijken. Op televisie dan. En soms vind ik het spelletje van de toekomstige miljonairs heel amusant. Het houdt hen en mij van de straat, zullen we maar zeggen.
Elke vergelijking met de mannen en vrouwen die we vandaag in het zonnetje zetten, slaat natuurlijk als een tang op een varken. In Libanon, Afghanistan, Cyprus en Vietnam – om eens wat plaatsen te noemen – worden geen spelletjes gespeeld. Laat staan vermogens verdiend. Soldij met een toeslag – dat is het wel zo ongeveer. Als het mee zit gaat één keer per jaar, op Veteranendag, de vlag uit. Laten we nou vandaag eens doen of al dat oranje bedoeld is voor degenen die een EK-toernooi in vrede mogelijk maken.
Een plezierig weekend.
Blijf gezond.
26 juni 2021
Bert van Oosterhout
