Lezen en schrijven
De column van Bert van Oosterhout
16 oktober 2021 Bert van Oosterhout
Het lijkt op mosterd na de maaltijd. Ik geef het toe. Toch vind ik het onderwerp belangrijk genoeg om nog even bij stil te staan. Ook al hebben we dan net de Week van Lezen en Schrijven achter de rug. Die eindigde immers enkele dagen geleden. Maar wat maakt het uit?
Burgemeester Martijn Vroom wees er eerder al op dat veel inwoners van ons dorp moeite hebben met lezen en schrijven. Vergeleken met naburige dorpen hier zelfs 40 % meer dan elders. En dan hebben we het niet eens over het in taalkundig opzicht pittig Groot Krimpens Dictee, waar een aantal vrijwilligers zich vorige week zwetend en zuchtend doorheen ploeterde.
Zo'n Week van de Alfabetisering, zoals we tot voor een jaar zeiden, blijft een mooi initiatief. Het is immers te gek voor woorden dat 2,5 miljoen mensen in ons land niet voldoende kunnen lezen en schrijven. Het zet hen bij voorbaat op achterstand. Vul zelf maar eens een belastingbiljet in als je niet echt begrijpt waar het over gaat. Of probeer eens de geheimen van een bijsluiter van je bloedverdunner te ontsluieren, zonder voldoende kennis van de taal.
Ik bedoel maar: het bestrijden van de laaggeletterdheid – voor dit woord moeten we toch eens iets simpelers bedenken – gaat gewoon door. Prima om er jaarlijks in een aparte week aandacht voor te vragen. Maar zonder die week moet het ook kunnen. Als we er maar voortdurend mee bezig zijn. Wat dit betreft zouden we een voorbeeld kunnen nemen aan prinses Laurentien. Zij loopt al jaren voorop bij het bestrijden van laaggeletterdheid.
In deze samenhang schiet me trouwens een aardige herinnering te binnen. Het is intussen ruim een halve eeuw geleden. Iets meer dan drie turven hoog was hij, onze zoon. Het eerste semester van de basisschool had hij net achter de rug. En hij had niet zitten slapen. Want de reclametekst op de gevel van kruidenierswinkel Boers aan de Parkzoom had al geen geheimen meer voor hem. 'Kaasfondue van Nederlandse kaas', las hij zonder aarzelen.
Onze eersteklasser had er geen moeite mee. De meesten van zijn leeftijdgenootjes evenmin. Maar voor menig dorpsgenoot (13 tot 16% van de mensen tussen de 16 en 65 jaar) zou dit zinnetje zelfs vandaag de dag wel eens abacadabra kunnen zijn.
En het gaat niet om mensen die zojuist uit een ver, exotisch land hierheen zijn gekomen. Ook vóór de moderne volksverhuizing op gang kwam, waren de laaggeletterden onder ons. Bij de supermarkt hebben ze 'toevallig' hun bril thuis laten liggen. Dus moet de mevrouw aan de kassa voorlezen hoeveel er afgerekend moet worden.
Met een arsenaal aan trucjes en foefjes maskeren ze dat hun lees- en schrijfvaardigheid nog lang niet zo ontwikkeld is als die van een basisschoolverlater. Hun schaamte daarover blijft, samen met het ongemak. En dan te bedenken dat het ongemak veelal gemakkelijk te verhelpen is. Wie het aangaat moet wel de valse schaamte voorbij.
Eenmaal zover gekomen, staat een batterij hulpverleners klaar om beetje bij beetje de wonderen van de Nederlandse taal aan te reiken. In ons dorp hebben jaren geleden al verscheidene organisaties de handen ineen geslagen. Waar zoveel energie vrijkomt, zal de laaggeletterdheid op den duur zeker minder worden. Een plezierig vooruitzicht. Taal is per slot van rekening de poort naar de buitenwereld. Ze ontsluit bijvoorbeeld de weg naar fantasie en studie.
Mensen die onvoldoende kunnen lezen, schrijven en rekenen kunnen zich met moeite staande houden in onze ingewikkelde samenleving. Voor je het weet, belanden ze in een vicieuze cirkel. Hun gebrek aan vaardigheden gaat niet zelden gepaard met armoede. Probeer in zo'n situatie maar eens je kennis te verbeteren. Je hebt wel andere dingen aan je hoofd. En allicht wordt het een gebed zonder einde.
Maar er zijn lichtpuntjes. De praktijk wijst uit dat ongeveer 70% van alle mensen die aan een taalcursus beginnen, binnen pakweg zes maanden beter kan lezen en schrijven. En circa de helft tot 60% van hen verovert ook nog een betere positie. Boeiend om te bedenken dat zij zodoende aansluiten bij verre, verre voorouders, wier leven zich voltrok aan de oevers van de Eufraat en de Tigris. Daar waar zo'n 6000 jaar geleden het schrift werd uitgevonden. Wij hebben hun kleitablet, schrijfstift en rietpen inmiddels vervangen door wonderlijke elektronische apparaten. Als dat geen vooruitgang is. En omdat dat ons is gelukt, zullen we de laaggeletterdheid ook wel de baas worden.
Een plezierig weekend.
16 oktober 2021
Bert van Oosterhout
