Hij komt, hij komt....

De column van Bert van Oosterhout

20 november 2021 Bert van Oosterhout

Nu Zwarte Piet de competitie met Roetveeg Piet en Schoorsteen Piet op een haar na heeft verloren, lijkt de tijd gekomen om ook eens kritisch te kijken naar hun baas, Sint Nicolaas. Hier in de Bible Belt is deze van huis uit Turkse bisschop van de rooms-katholieke kerk weliswaar nooit populair geweest. Maar hij wordt wel eeuwenlang gedoogd. Vooral op aandringen van het midden- en kleinbedrijf. Dat wil immers niet de kip met de gouden eieren de nek omdraaien. En gelijk hebben ze. Voor je het weet blijven ze zitten met hun Chinese prullaria voor kinderen, peperdure bijoux voor volwassenen en allerhande snoepgoed.

Hebben we iets tegen Sinterklaas? Helemaal niet. We vinden alleen dat een herijking van dit eeuwenoude symbool op zijn plaats is. Kijk, Zwarte Piet is een erfstuk uit andere tijden. Nog maar kort staat hij symbool voor de slavernij van weleer. Nu we die inmiddels in vele toonaarden hebben veroordeeld, is Piet – onbedoeld de slaaf bij uitstek – onacceptabel geworden.

En hoe moet dat nu met Sint Nicolaas? Is zijn persoontje boven elke twijfel verheven? Dat dacht ik niet. Wat weten we nu helemaal van die gast? Waar komt hij eigenlijk vandaan? Wie waren zijn vader en moeder? Heeft hij misschien broers en zussen? En de hoeveelste Sint in de rij is hij eigenlijk? En dan – is hij een bisschop in de kerk van paus Franciscus of lonkt hij naar de Grieks-orthodoxie?

Het zijn maar een paar vragen. Maar gegeven de verplichte transparantie van tegenwoordig, moeten ze nodig worden beantwoord. Gebeurt dat niet, dan krijgt Sinterklaas met al zijn vrijgevigheid zo'n beetje het karakter van een marskramer. En dat is duidelijk niet de bedoeling. Sint tooit zich in kledij die overeenkomt met wat in het Vaticaan wordt gedragen. Een witte onderjurk (superplie), waarover een soort lang vest (kazuifel of tabbert) met op het bebaarde hoofd een kekke mijter. Zo loopt een marskramer er natuurlijk niet bij. Waarmee dat probleempje is opgelost.

Hoe weinig we ook weten van de Sint, èèn ding weten we wel: hij kan op tenminste twee plaatsen tegelijk zijn. Dat heet het vermogen van bilocatie. Dat onderscheidt hem van gewone mensen zoals jullie en mij. Er zijn ochtenden dat ik met de grootste moeite uit een droom ontsnap. Het gevoel dat ik nog ergens anders ben en tegelijkertijd hier. Maar daar spelen mijn hersenen me parten. Met die truc van de Sint heeft dat niks te maken.

Intussen zitten we nog met wat vragen. Geen punt, want een beetje huiswerk levert al gauw antwoorden op. Zo komen we te weten dat de man om wie het hier gaat is geboren op 15 maart 270 na het begin van de jaartelling. En wel in de Turkse plaats Patara. Hij ligt begraven in de St. Nicolaasbasiliek in de Italiaanse stad Bari. Zijn naamdag is 6 december. Wie had dat nou gedacht?

Volgens de overlevering was Nicolaas rond het jaar 300 bisschop in de stad Myra. Ergens in die tijd moet zijn faam als kindervriend zijn ontstaan. En wat nou zo leuk is in dit verband: de Sint-literatuur maakt tot in de jaren twintig van de vorige eeuw nergens melding van meer dan één Zwarte Piet. Je hoort het goed, een zwarte Piet. Al die tot slaaf gemaakte speelse bedienden van de bisschop kwamen in de Pieten-discussie nog helemaal niet voor. Die zijn er pas later bij verzonnen. Waarschijnlijk door Sylvana Simons. Dat werpt toch wel een bijzonder licht op de oververhitte discussie van de afgelopen jaren.

Terug naar de Goedheiligman. Als ik er gemakshalve vanuit ga dat de mens in die tijd gemiddeld 50 jaar oud werd, is de huidige sint pakweg nr. 304 in die onafzienbare reeks van sinten. Maakt niet uit, maar ik heb de zaken graag op een rij. Wat ik daarbij bewonder in de man is zijn feilloos inlevingsgevoel voor de kinderziel. Hoe hij op zijn leeftijd aanvoelt wat zijn jeugdige clientèle graag wil, is op zijn zachtst gezegd bewonderenswaardig. Om maar te zwijgen over zijn inzicht in de hebberigheid van volwassen klanten. Mind you, we hebben het wel over een kerkvorst van het type jongere oudere.

Een man bovendien die met gratie overeind bleef in de Piet-discussie die dit land de afgelopen jaren teisterde. Hij is dan wel niet zwart, maar hij was er natuurlijk wel bij betrokken. Per slot van rekening ging het om zijn personeel. Het scheelde maar weinig of hij kon voortaan zelf zijn schimmel afborstelen. Met die zakken sjouwen en over de daken stappen. Met al die zonnepanelen behoort het laatste trouwens binnenkort ongetwijfeld tot het verleden. Het valt me nog mee dat tot nog toe geen enkele Piet van het dak is geduikeld.

Blij toe dat het rumoer over het bezoek uit Spanje is geluwd. De schandalige taferelen van vorig jaar bleven ons bespaard. Het duurt nog even, maar het lijkt erop dat het Heerlijk Avondje in pais en vree zijn beslag kan krijgen. Ook in ons dorp waar de komst van de Sint in het recente verleden tot vervelende discussies leidde. Maar goed, deze keer kunnen de Pieten, waar hun roots dan ook liggen, en ondanks die bloedlinke zonnepanelen op de daken, die populaire pepernoten, marshmellows, zakmessen en i-phones door de schoorsteen gooien. Natuurlijk wel op gevaar af dat die spullen beneden in de huiskamer in de nep-openhaard terechtkomen.

Indachtig de aloude hit Sinterklaasje kom maar binnen met je knecht, wachten we rustig op de dingen die komen gaan. Wel gevaccineerd natuurlijk. Want aan die gekheid van 'Ik wil niet zo'n spuitje' doen wij niet mee. Evenmin als aan het geleuter over een zogenoemde samenzwering qua klimaat, zal ik maar zeggen. Kortom business as usual tot we kunnen zingen Hij komt, hij komt, die lieve, goede Sint.

Een plezierig weekend.
Denk om de anderhalve meter.
En blijf gezond.

20 november 2021
Bert van Oosterhout