De geur van stokbrood

De column van Bert van Oosterhout

22 januari 2022 Bert van Oosterhout

Een dorp als het onze heeft iets van een enclave. Een schijnbaar vredige plek in een grote woeste wereld. Niet meteen een paradijsje. Maar toch een betrekkelijk veilige nederzetting. Waar je even de barre ellende die over onze planeet spoelt, kunt vergeten. Nou, vergeten niet echt natuurlijk. We doen alsof. Als we internet en radio en tv een uurtje uitzetten lijkt alles pais en vree. Maar iedereen die niet in een molshoop woont, weet beter.

Zo vreedzaam is het hier aan de Ijssel nou ook weer niet. Niets is de krimpenaar vreemd, zullen we maar zeggen. Niet voor het eerst werd weer eens een wietplantage ontmanteld. Nog steeds lopen te veel minderjarige snotneuzen rond met een mes op zak. Te vaak slopen slecht opgevoede jongelui bushokjes. Te weinig agenten en boa's weten hoe het op straat eruit ziet.

En dan zitten we ook nog met corona. Daar kunnen we niemand de schuld van geven. Of misschien toch wel. De Chinezen dan maar. Of de vleermuizen in Wuhan. Over de Chinezen: daar krijgen we trouwens nog een appeltje mee te schillen. Aangereikt door een vriend, lees ik een boek van Rob de Wijk. Hij is hoogleraar Internationale betrekkingen in Leiden en oprichter van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies.

In zijn boek 'De slag om Europa' laat De Wijk zien hoe het China van president Xi Jinping de traditionele machtsverhoudingen in de wereld opschudt. Met als uiteindelijk doel deze naar zijn hand te zetten. Als ik De Wijk mag geloven, en dat doe ik, gaat dat hem lukken. Jullie zijn dus gewaarschuwd. Mocht een van je nazaten kunstgeschiedenis, archeologie, rechten of medicijnen willen studeren: raadt het hem of haar af. Chinees moet het zijn. En niets minder dan Chinees.

Zo gemakkelijk als we vertrouwd zijn geraakt met de spijzen van ons lokale restaurant Peking Garden, zo slim is het ons de Chinese tekens eigen te maken. Een gewaarschuwd man/vrouw telt immers voor twee.Voor een goed begrip, ik houd hier geen pleidooi voor de menukaart van de genoemde uitheemse eettempel. Opmerkingen hieromtrent kwamen op in samenhang met ons dorp als veilig nest. Waar het goed toeven is. Waar het bij een stoelendans in de gemeenteraad niet meteen oorlog is. Het wisselen van politieke kleur niet per definitie als Fahnenflucht wordt gezien.

Kortom, een lekkere plek van bescheiden omvang. Met politici die momenteel elke zaterdag voor deze LOK-microfoon hun plannen uiteenzetten. Die ons een toekomst in het vooruitzicht stellen die beter, mooier en in elk geval meer de moeite waard is dan wat we nu hebben. En dit natuurlijk in de hoop dat de kiezers straks het rode potlood hun richting uitsturen. Tot genoegen of ongenoegen van andersdenkenden. Zo werkt het toch in een volwassen dorpsdemocratie?

Ik kwam tot deze overpeinzingen door een stokbrood. Ja, je hoort het goed: een stokbrood. Die lange, slanke geurende baksels waarmee Fransen ' 's morgens graag onder de arm over straat lopen. Naast Jeanne d'Arc en de Eiffeltoren het symbool bij uitstek van een cultuur die huiselijke gezelligheid koestert. Nou ja, zo kun je het bekijken.

Het stokbrood dus. Terwijl het erop begint te lijken dat we van president Biden niks te verwachten hebben, Czaar Wladimir Poetin op het punt staat in Oekraïne een oorlog te beginnen, Donald Trump zich warmloopt voor een tweede rondje Witte Huis en een paar hooggeleerde jokers aan de VU in Amsterdam tegen betaling in Chinese munt gemene zaak maakten met Beijing over de mensenrechten – maken de Fransen ruzie over het stokbrood. Dat wil zeggen: over de prijs van dit nationale symbool.

Nu zijn we precies waar ik wil zijn. Want hoe gelukkig is een volk dat zo reageert? Een Franse supermarkt, Leclerc, biedt de komende maanden zijn stokbrood aan tegen afbraakprijzen, te weten 29 cent per exemplaar. Bij de bakker betaalt de Fransoos voor hetzelfde voedingsmiddel toch gauw 90 cent. En daar bakkeleien de erfgenamen van de Zonnekoning en Napoleon nu over. Gespreksstof genoeg op menig idyllisch dorpsplein. Je zou er bijna jaloers op worden. Niet in de laatste plaats omdat het nu eens even niet over die verfoeide omikron-variant gaat.

Tja, en nu het woord toch weer is gevallen: volgens een hardnekkig misverstand wordt het straks, na deze crisis, allemaal beter. We leven en werken dan met ruim 17 miljoen Nederlanders in een hartstikke fijne, harmonieuze, zorgzame multi-culti samenleving. De lessen van de afgelopen jaren hebben we ter harte genomen. Een groot deel van de mensen met een baan werkt van huis uit. Daardoor is het op de snelweg, in de bus, metro en trein niet echt druk. Reizen met het openbaar vervoer is eigenlijk best gezellig. Ook al omdat iedere reiziger in zijn of haar veilige bubble zit. Dan wel geen anderhalve meter verwijderd van de anderen, maar beschermd met een gezichtsmasker. Zogezegd de nieuwe boerka.

Het is maar een greep uit het Nieuwe Normaal, een begrip waar ik de laatste tijd niet veel meer over hoor. Nooit eerder heeft de mens in zo'n korte tijd zo drastisch zijn leefwijze aangepast. Psychologen staan er handenwrijvend bij te kijken. Wat je noemt een kolfje naar hun hand. Het duurde mogelijk eeuwen voor de mens zich van de mensaap onderscheidde door rechtop te gaan lopen. Maar er was maar één corona-crisis nodig voor de nieuwe mens opdook.

De vóór-corona-mens wijkt nog niet duidelijk af van zijn ná-corona collega. En helaas kunnen virologen en andere experts ons nog niet vertellen hoe het gaat aflopen. Voorlopig weten we alleen dat corona zonder pardon zijn voetafdruk heeft achtergelaten. Ik denk, eerlijk gezegd, dat de dorpse gezelligheid – van dat stokbrood, weet je wel – ons nog niet is gegund.

Een goed weekend.
Blijf gezond.

22 januari 2022
Bert van Oosterhout