Iets met de neus of zo

De column van Bert van Oosterhout

29 januari 2022 Bert van Oosterhout

Nu we ons weer in de horeca, het theater en de sporthal mogen uitleven, wordt Het Nieuwe Normaal toch nog werkelijkheid. Ik had er een hele tijd niets meer van gehoord. Maar door de corona-versoepelingen is het er ineens weer: een pallet van maatregelen die we wel of juist niet in acht moeten nemen. Denk bijvoorbeeld aan elkaar de hand geven. Dat doen we dus niet meer. Het komt er immers op neer dat we daarmee het corona-virus overdragen. Zo zit dat met het Nieuwe Normaal.

Trouwens, over hand gesproken, op pagina 904 van mijn onovertroffen tweedelige van Dale tref ik het woord hand. Vier dichtbedrukte pagina's lang weidt het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal daarna uit over alle denkbare samenstellingen met dit woord. Maar ik begin even bij het begin. Een hand, aldus de Dikke, is elk der beide lichaamsdelen aan de uiteinden der armen, zich uitstrekkende van de pols tot het uiteinde der vingers, tot grijpen en vasthouden geschikt.

Hè, ik wou dat ik dat had verzonnen. 'Tot grijpen en vasthouden geschikt.' Wat een leuke omschrijving voor een handeling waarbij je je van alles en nog wat kunt voorstellen. Lieve handelingen – ondeugende, stoute, gretige, pijnlijke, genezende. En ga zo maar door.Te veel om op te noemen.

Zijn jullie er nog? Ok, misschien vroeg je je net af waar dit heen gaat. Naar het Nieuwe Normaal dus. Want 'grijpen en vasthouden' – de drukste bezigheden van de handen – is er niet meer bij. Anderhalve meter afstand houden, is nu eenmaal het motto van Mark Rutte. En gelijk heeft hij, al krijgt hij het dikwijls niet.

Het knuffelend, aaiend, strelend volkje dat wij zijn, is van de ene dag op de andere gedwongen tot een soort kloosterlijke soberheid. Handjes thuis. Niets of niemand beroeren. Dat geldt ook voor die wanstaltige botox-lippen, die je om je heen ziet. Al dat vochtige gezoen – links, rechts en zo verder – houden we voortaan voor gezien.

Tijdens de eerste golf covid-19 geloofden velen dat onze toekomst zal zijn zoals het verleden was. Nu weten we beter. Het leven zal nooit meer zijn als vóór de crisis. En we zullen het ervaren tot in de kleinste dingen. Bijvoorbeeld in de rituelen van de dagelijkse begroeting.

Op straat, in kantoren, op bezoek bij buren en vrienden – kennismaken, elkaar verwelkomen en afscheid nemen zullen het karakter hebben van Japanse plichtplegingen. Beleefd, robot-achtig en afstandelijk. Dat is wat het virus op kleine schaal teweegbrengt. Een stevige hug, die tegenwoordig op de top-tien van omhelzingen hoog scoort, behoort waarschijnlijk voorgoed tot het verleden.

Kortom, niet alleen onze gezondheid en de economie staan onder druk. Ook traditionele omgangsvormen raken in de vergetelheid. De warme kus waarmee politieke leiders achter het Ijzeren Gordijn elkaar ooit zo vals plachten te begroeten is uitgebannen. De handdruk waarmee de Palestijnse leider Yasir Arafat en de Israëlische premier Yitzak Rabin zogenaamd vrede in het Midden-Oosten bezegelden, is bijgezet in het museum. Alleen het beeld De Kus van August Rodin staat nog fier overeind. Maar dat is dan ook van marmer.

Een vriend die de weg weet in de Bijbel, vroeg zich af of we soms getuige zijn van de aanloop naar het Einde der Tijden. Hallo zeg, mag het een onsje minder. Gezien onze nietige plaats in het universum, sluit ik weliswaar niets bij voorbaat uit. Maar zo somber zie ik het nu ook weer niet in. Bovendien kunnen we dat Mark Rutte, Ernst Kuipers en Jaap van Dissel niet aandoen.

Wat ik me trouwens afvraag is of ouders van vandaag de dag hun kinderen nog leren om oom Jan en tante Nelleke, nieuwe buren en weet ik veel wie allemaal, netjes een hand te geven ter begroeting. In het post-corona tijdperk is dat totaal uit den boze. Dat halen we dus uit het opvoedingspakket. Maar wat doen we dan?

Elkaar de hand drukken doen we al eeuwen. In mijn ochtendblad legde de antropoloog Danielle Braun uit dat het gebaar uit de middeleeuwen stamt. Ridders gaven elkaar de vijf om te laten zien dat ze geen wapens bij zich hadden. En Danielle kan het weten. Antropologen bestuderen immers het sociale reilen en zeilen van bevolkingsgroepen. Het moge daarbij duidelijk zijn dat zo'n eeuwenoud gebruik zich niet zomaar laat uitroeien. Maar toch. We gaan het zien.

Overigens doen lang niet alle volkeren het ons na. In verscheidene culturen wordt dat handjeklap als weinig fris beschouwd. In Azië en de arabische wereld houden ze echt hun handen thuis. En gekust wordt er sowieso niet. In elk geval niet tussen mannen en vrouwen. Mannen willen onder elkaar nog wel eens geestdriftig langs de baard van de ander schuren. Ieder zijn meug.

Bij ons in de Lage Landen is de populaire begroeting met drie zoenen nog helemaal niet zo oud. Nog in de jaren vijftig van de vorige eeuw vonden wij het lichtelijk gênant wanneer onze Belgische neef de familieband bevestigde met een stevige pakkerd. Maar door de jaren rukte de kus vanuit het warmbloedige Zuid-Europa onweerstaanbaar op naar onze streken. We zullen eens zien of hij onder het corona-geweld overeind blijft.

Nou, en daar staan we dan. Verboden iemand een hand te geven, aan te raken, laat staan te omhelzen. Het wordt zo een kille bedoening. Maar goed, safety first natuurlijk. Misschien kunnen oude volken als de maori's of de eskimo's ons aan een alternatieve begroeting helpen. Iets met de neus of zo. En zo niet, bedenken we zelf toch iets. Wie begint?

Een prettig weekend.
Houd afstand en blijf gezond.

29 januari 2022
Bert van Oosterhout