Exit Hovo
De column van Bert van Oosterhout
12 februari 2022 Bert van Oosterhout
Je herkent ze op honderd meter afstand: de grijze hoofden die hun weg zoeken in een zee van studenten op de campus van de Erasmus universiteit. Onmiskenbaar Hovo-studenten. Vijftigers en ouderen die een of meermalen per week aanschuiven in de collegebanken. Mannen en vrouwen van de derde leeftijd. In veel gevallen hoogopgeleid. Een loopbaan achter de rug. En nu genietend van hoger onderwijs waar ze tijdens hun werkzame leven niet aan toekwamen. Een oud-huisarts studeert kunstgeschiedenis. Een ingenieur verdiept zich in de psychologie. Een accountant daalt af in de wereld van de Duitse literatuur. En zo voort en zo verder.
Kortom, de Hovo – wat staat voor Hoger Onderwijs voor Ouderen – voorziet al 30 jaar in de behoefte aan kennisvermeerdering van duizenden pensionado's, die zich acht tot tien weken en even zoveel colleges met gelijkgestemden in de smalle bankjes hijsen. Met tussenpauzen heb ik er zelf 20 jaar aan meegedaan.
Maar het feest is voorbij. Hovo Rotterdam is ter ziele. Nauwelijks te bevatten voor al degenen die elk voor- en najaar reikhalzend uitkeken naar een breed aanbod van cursussen. In alle opzichten een treurig verlies voor al die seniore studenten en hun docenten.
Hovo is het slachtoffer geworden van een complex van factoren. Covid19 is er een van. Pogingen met digitale cursussen de belangstelling op peil te houden mislukten. Via de Erasmus Academie verzorgt de universiteit nog wel een vorm van hoger onderwijs buiten de normale studie. Maar de opzet is niet als vanouds. En dat zeer tot teleurstelling en zelfs verdriet van de hovo-studenten die nu in de kou staan.
De Hovo was niet zo maar een instituut. Ze werd in de jaren vijftig van de vorige eeuw opgericht door bekende Rotterdammers als de rector van de Erasmus Universiteit Jan Sperna Weiland en de filosoof Awe Prins. Ze voldeed aan de vraag om in het naoorlogse Rotterdam mensen van 50 jaar en ouder een kans te geven op breed toegankelijk en academisch onderwijs. En wat veel potentiële studenten aansprak was dat een speciale vooropleiding niet vereist was.
Die opleiding paste toen helemaal in een brede Europese beweging van de Universiteit van de Derde Leeftijd. De gemeente Rotterdam steunde het initiatief met een jaarlijkse subsidie van € 10.000. Op het stadhuis werd een en ander beschouwd als een culturele impuls voor de stad en een mogelijkheid de vooroorlogse generatie van hoger onderwijs te laten genieten. En dat gebeurde ook. 1500 tot 2000 'ouderen' schreven jaarlijks in voor een of meer cursussen.
Vanaf 1998 deed ik mee. De Vlaamse Primitieven stonden op het programma. Een aantrekkelijke uitdaging. Ik was niet de enige die er zo over dacht. Wie schetst mijn verbazing toen zich voor het eerste college zo'n kleine 50 gegadigden meldden. De vrouwen waren veruit in de meerderheid. Dat leek een bevestiging van de misvatting bij sommige mannen dat kunstgeschiedenis een aangelegenheid is voor softies. Niks voor mannen dus. Laat maar. Ik heb afgeleerd zulke flauwekul serieus te nemen.
Die eerste reeks colleges was het begin van een ongelofelijk rijk palet aan kennis en verdieping. Tevens een kennismaking met een aantal begaafde docenten, die welk onderwerp dan ook met verve en fantasie op hun gehoor afvuurden. Uitzonderingen heb je natuurlijk altijd. Geamuseerd herinner ik me een slaapverwekkende leergang over de geschiedenis van de filosofie. Een flink deel van de toehoorders probeerde elke week weer niet in te dommelen. De docent heeft het in de wetenschappelijke wereld nog ver gebracht.
En wat te denken van de docent Duitse literatuur en kunst die er altijd weer in slaagde in de loop van zijn college een dosis erotiek op tafel te krijgen. Niet echt interessant, want het ging om humorloze Duitse erotiek. Een medestudent, van professie leraar Duits, en ik hadden een weddenschap lopen waarbij we gokten over hoeveel minuten de professor zijn doosje erotiek zou openen. We wonnen om-en-om. Afgezien van deze tic kon de docent trouwens prima lesgeven.
De Bruggen van Parijs was een andere leergang, waarbij de jongere ouderen aan de lippen van de docent hingen. Je houdt het niet voor mogelijk wat er boven water komt wanneer een gedreven onderzoeker uitzoekt wat zich in de letterkunde, de muziek, het cabaret, de beeldende kunst en niet te vergeten de film heeft afgespeeld op, bij en onder de bruggen van Parijs. Toegelicht met schitterende anekdotes, foto's en video's. Ik had voor de cursus ingeschreven omdat ik er veel van verwachtte. Ik had me niet vergist. Ik kreeg ALLES. En dat nota bene twintig jaar voor Matthijs ven Nieuwkerk en Rob Kemps in hun fraaie tv-documentaire het Franse chanson reanimeerden.
Onvergetelijk waren ook de colleges van professor Vincent Icke, beeldend kunstenaar en geleerde, die (als betrof het een cabaretvoorstelling) de meest ingewikkelde verschijnselen in het heelal kon uitleggen. Zelfs ik als uitgesproken alpha begreep wat hij zei. Ik kon het alleen niet navertellen. Maar een college van Icke was gegarandeerd een feestje.
Noodgedwongen doe ik slechts een kleine greep uit mijn jaren als student bij de hovo. Dezelfde hovo die er niet meer is. Mede door de corona-crisis liggen de studieboeken te verstoffen in mijn boekenkast. Dat is jammer. Maar ik kijk met veel plezier terug op al die mooie jaren. In de wetenschap dat weinig dingen zo de moeite waard zijn als een leven lang studeren.
Een prettig weekend.
Blijf gezond.
12 februari 2022
Bert van Oosterhout
