Hossen op de vulkaan

De column van Bert van Oosterhout

26 februari 2022 Bert van Oosterhout

Wladimir Poetin lijkt me geen carnavalstype. Er kan geen lachje af. En als hij het al eens probeert, verschijnt er een grimlach die het ergste doet vermoeden. Kijk wat hij in Oekraïne flikt. Lacht hij toch nog in zijn vuistje. Natuurlijk vooral omdat hij – zo ziet hij het ongetwijfeld – Europa en Amerika aftroeft. Hun sancties imponeren hem niet. En de strijdlustige president in het Witte Huis houdt hem niet uit de slaap. Zo lang het duurt.

Wat moet je met carnaval nou met zo'n man? Zijn vorige collega in Washington – Donald Trump – was als het ware geschapen voor het feest. Diens vierkante hoofd met die toupet van gevlochten riet was bij uitstek geschikt als carnavalskop. En zijn mombakkes xxl was een sieraad op menige praalwagen in de optocht, die toen nog niet door corona tot stilstand was gebracht.

Jammergenoeg is die ellende nog niet voorbij. In tientallen schuren en opslagplaatsen in Brabant en Limburg staan praalwagens te wachten op betere tijden. Bevroren monumenten van creativiteit zijn het. Ontworpen en gebouwd als uitroeptekens bij actuele gebeurtenissen in dorp en stad. Vermanende vingers die de gek steken met bijvoorbeeld landelijke en plaatselijke politici. En dat kan nooit kwaad. Het houdt ze scherp.

Wat dit betreft is het jammer dat Krimpen aan den Ijssel geen volwassen carnaval kent. Ik kan me de tijd heugen dat het anders was. Carnaval werd volop gevierd in de toenmalige rooms-katholieke kerk in ons dorp. Maar een pastoor, wiens naam mij is ontschoten, maar die waarschijnlijk roomser dan de paus was, maakte er een einde aan. Was duidelijk geen Brabander.

Carnaval gedijt het beste in roerige tijden. Nou, daar hebben we niet over te klagen. Het ellendige virus heeft zijn voetafdruk achtergelaten. Het organiseren van de bestrijding ervan verdient geen schoonheidsprijs. Kortom, kat in het bakje voor creatieve carnavalsgeesten. Want als één jaar de ontwerpers en bouwers van carnavalswagens kon inspireren was het wel 2021. Covid-19, de nasleep van de pseudo-revolutie in de VS, een overheid die er niet in slaagt de misère van de Toeslagenaffaire te herstellen – het kan niet op. En dan heb ik het niet eens over de zielepoten onder ons: de ware gelovigen van de ene grote wereldwijde complot theorie.

Arbeidsmigranten als we zijn, trokken wij in het verleden steevast naar onze geboortestad – in carnavalstijd bekend als Kielegat. Een enkele keer stonden we blauwbekkend in de sneeuw te wachten op de carnavalsoptocht.Want kou en carnaval willen nogal eens samenvallen. Daarom zochten we 's avonds een goed heenkomen in kroegjes en het toenmalige Congresgebouw.

Daar troffen we onder de vier- tot vijfduizend feestende bezoekers meestal wel een bekend gezicht. Tjerk Westerterp, de toenmalige staatssecretaris die Nederland aan de autogordel bracht, had zo z'n eigen stekkie aan altijd dezelfde bar. Met Hans van Mierlo, mede-oprichter van D'66, nam ik in de latrine – waar een tsunami van pils doorheen kolkte – snel even de laatste politieke nieuwtjes door. Hij wilde niet geciteerd worden.

En iedereen was gelijk, want zo hoort dat met carnaval. Dat is ook de kern van dat bonte gedoe. De onvoorwaardelijke gelijkschakeling. Nou ja, tijdelijk dan. Niet overdrijven. Overigens werkt carnaval volgens mij prima als vaccin tegen een dreigende depressie door corona. Of als medicijn voor wie gebukt gaat onder een burn out. Dan wel overweegt zijn of haar verkering uit te maken.

Ik vind het dan ook een mooie gedachte om carnaval te promoten als alternatief geneesmiddel in de apotheek van dr.Vogel. Het RIVM wil er nog niet aan. Maar ik sluit niet uit dat het vroeg of laat gebeurt. Die Jaap van Dissel heeft alleen altijd even extra tijd nodig.

Door de jaren heen hebben allerhande huis-tuin-en-keuken duiders geprobeerd de ziel van carnaval bloot te leggen. Op verzoek van de Volkskrant deed ooit de schrijver Godfried Bomans een poging. Het werd niks. Hij kon niet uit de voeten met de absurde opwinding om zich heen. Op hun beurt hadden de carnavalsvierders in het Krabbegat geen boodschap aan hem. Het lag niet aan Bomans. Voortdurend riep hij dapper Alaaf, als hij meende dat de situatie er om vroeg. Maar deze standaard-carnavalsgroet – die zoiets betekent als 'Opzij, maak ruimte' – kwam verkeerd zijn strot uit. Missie mislukt. De legende wil dat de schrijver van werkjes als Erik of het klein insectenboek, De avonturen van Pa Pinkelman en Memoires van Minister Pieter Bas, er nooit overheen gekomen is. Maar dat lijkt me flauwekul.

Tenslotte maak ik jullie deelgenoot van mijn aarzeling over dit zaterdagmorgen-praatje. Op pakweg 2000 km naar het Oosten woedt een oorlog. Die gefrustreerde machtswellusteling op het Rode Plein in Moskou maakt zich meester van Oekraïne. Door zijn toedoen is de Derde Wereldoorlog niet langer ondenkbaar. En absurd als het is, bruist tegelijkertijd in het zuiden van ons land het carnaval. Maar het is hossen op de vulkaan. In de kruitdamp van Oekraïne. In de hoop dat een catastrofe ons bespaard blijft.

Een goed weekend.
Blijf gezond.

26 februari 2022
Bert van Oosterhout