Leve de frikadel

De column van Bert van Oosterhout

26 maart 2022 Bert van Oosterhout

Alsof het zo moest zijn, kreeg ik tijdens een wandeling door het dorp ter hoogte van lunchroom 't Kruimeltje zowat een appelflauwte. Ik vond het een mooie gedachte met een pittige snack het hongergevoel ongedaan te maken. Zo gezegd, zo gedaan. En omdat je voor minder dan 2 euro een uit de kluiten gewassen frikadel je eigendom mag noemen, was het leed zo geleden. Leve de frikadel.

Terwijl ik wellustig mijn kronen in de lekkernij zette, bracht ik in stilte een saluut aan staatssecretaris Maarten van Ooijen. Leg ik even uit. Tot voor kort zei de man me weinig. Maar dat lag aan mij, want deze geboren Brabander had zich al behoorlijk geroerd in de politiek, o.a. als wethouder in Utrecht. Het tijdschrift Binnenlands Bestuur riep hem zelfs uit tot Beste Jonge Bestuurder van 2018. Dat je het maar weet.

En nu, als staatssecretaris in het kabinet Rutte-4, laat hij ook van zich horen. Hij wil namelijk paal en perk stellen aan het over-uitbundig consumeren van junkfood. Zoals de lekkerbekken onder ons weten, zowat het hartigste voer dat je je kunt voorstellen. Maar het is zo ongezond als de pest. Met name kinderen ontwikkelen er al op jonge leeftijd indrukwekkende buikjes van. En dat is natuurlijk niet best voor hart en bloedvaten. Het is ook altijd wat.

Zo ziet de kersverse staatssecretaris het ook. Daarom zint hij op maatregelen om de wildgroei van fastfoodzaken aan banden te leggen. Hij heeft zich namelijk laten vertellen dat over een jaar of twintig 62 procent van de vaderlandse smulpapen veel te dik is. Natuurlijk als gevolg van verkeerde voedingsgewoonten. En hij denkt daarbij aan het legendarische patatje-oorlog, de dubbele hamburger, de exotische döner en nog zo wat van die populaire happen.

Niet dat we al dat lekkers niet meer mogen eten. De goede man probeert ons en onze erfgenamen alleen te behoeden voor te dikwijls en te veel. Eigenlijk best een nobel streven. Zien volgende generaties straks eruit als slanke, gespierde schepsels, zoals we die tot nog toe alleen aantreffen in snelle reclame glossies. En als vanzelf hartstikke gezond. Kunnen we ook nog bezuinigen op de gezondheidszorg.

Ik zit bij dit alles wel met een probleem. Ik heb namelijk een aangeboren hekel aan een betuttelende overheid. Als een staatssecretaris mij wil voorschrijven wat ik moet eten en drinken – of juist niet – krijg ik spontaan jeuk. Mijn eetlust en overgewicht gaan hem immers niks aan. En hoe mijn suikerspiegel op peil te houden, regel ik wel met mijn huisarts. Ik kan er nog inkomen dat een bewindspersoon de goegemeente wil voorlichten. Als hij of zij denkt dat Brinta als ontbijt gezonder is dan twee bruine boterhammen – mij best. Vertel het vooral ieder die het wil horen. Voor de rest zou ik zeggen: opzouten met elke vorm van dwang. En over voorlichting inzake eten en drinken zul je mij verder niet horen.

Anderen daarentegen roeren voortdurend de trom. Een klein jaar geleden bijvoorbeeld kwamen 44 experts in een onderzoek van het inmiddels wereldberoemde RIVM – het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – met een voorstel een suikertaks in te stellen. Tegelijkertijd de btw op gezonde voeding af te schaffen en alcohol duurder te maken. Dus gezond bikkelen goedkoper en ongezond knabbelen duurder.

Dit bedoel ik nou. Heb ik ruim dertig jaar geleden op eigen kracht mijn laatste sigaret weggegooid, wordt nu ook nog mijn favoriete snack – een patatje zonder met twee kroketten – naar het verdomhoekje verwezen. Zo dringen de gezondheidsfreaks op slinkse wijze mijn habitat binnen.

Ironisch genoeg botst de opgelaaide discussie over gezond leven, soberder consumeren, met de programmering op de nationale toverdoos, waar miljoenen mensen naar kijken. Ik ben ook zo'n tv-junk. Uit ervaring weet ik daarom hoe populair kook- en eetprogramma's zijn. Dat kokkerellen is aan mij trouwens niet besteed, het eten wel. Maar dat mag dan weer niet. De staatssecretaris die erover gaat houdt ons in elk geval voor dat uit de muur smikkelen uit den boze is. Terwijl dat toch heel lekker kan zijn. Een opvatting die ik deel met een vriend die het na een geslaagde loopbaan ook heeft gehad met de 5-sterren nouvelle cuisine.

Tenslotte nog een paar woorden over de Britse epidemioloog Tim Spector die zich in de discussie mengde met een boek op het thema: geloof vooral niet alles wat je leest over eten. Hij maakt korte metten met een aantal hardnekkige mythes over goed en fout bij eten en drinken. Bijvoorbeeld deze: het ontbijt is de belangrijkste maaltijd van de dag. Vooral niet overslaan. Nou, zet maar in de hoek bij de andere kletskoek.

Of: vis eten is goed voor je. Goed voor de gezondheid en goed voor de hersenen. Ook dat schijnt niet te kloppen. Het is in elk geval niet wetenschappelijk aangetoond. Nou zeg, zo lust ik er nog wel een. Of eigenlijk niet, want ik eet geen vis. Rauw of gebakken, met of zonder graat – de glibberige schepselen zijn aan mij niet besteed.

En zo kunnen we doorgaan. Maar dat doen we niet. Wie wat eet en hoe, is mij om het even. Dat wil zeggen, zolang de staatssecretaris zich maar niet ermee bemoeit.

Een plezierig weekend.
Blijf gezond.

26 maart 2022
Bert van Oosterhout