Een likje verf …

De column van Bert van Oosterhout

2 april 2022 Bert van Oosterhout

Wie pakweg een jaar of vijftig in Krimpen aan de Ijssel woont, heeft het oorspronkelijke dorpsgezicht ingrijpend zien veranderen. Dat kan ook niet anders. Een plek zo dicht bij Rotterdam, met een netwerk van wegen in alle windrichtingen bij de hand, was als het ware van nature voorbestemd om populair te worden als 'slaapplaats' van een legertje forensen en hun gezin. En dat is precies hoe het ging.

Opeenvolgende wethouders grepen hun kans. Zij riepen de infrastructuur in het leven, nodig om een toenemend aantal inwoners te huisvesten. En zo kon het gebeuren dat in enkele tientallen jaren de bevolking vervijfvoudigde.

Met vrouwlief en de kinderen woonden we in 1966 achter in het toenmalige dorp. Op ongeveer dezelfde plek wonen we nu – als gevolg van de onstuitbare bouwlust van de gemeente – betrekkelijk voorin, gerekend vanaf de Algerabrug.

De voortdurende drive van onze lokale bestuurders pakte trouwens niet altijd goed uit. Waar gehakt wordt vallen allicht spaanders. Daarom kon je nog wel eens een wenkbrauw fronsen

over de geschatte houdbaarheidsdatum van nieuwe panden of de grauwe uitstraling ervan. Soms dreigde zelfs – bij wijze van spreken – tijdens een volwassen regenbui het cement uit de voegen te spoelen. Maar dat bleef gelukkig een uitzondering.

Intussen ging de geschetste bouwlust, voor zover ik heb kunnen nagaan, nergens ten koste van de oorspronkelijke kern van Krimpen. Compliment. Het oude dorp met zijn authentieke straten en zijn hier en daar pittoreske pleintjes, ligt er nog gewoon. Alsof het zo hoort en zo hoort het ook. Het is de veelal vrijstaande dorpshuizen aan te zien dat ze van hun bewoners het respect krijgen dat ze verdienen. My home is my castle, zeggen de Britten graag. In elk geval vóór dat gedonder met de Brexit begon.

Wandelend door het oude dorp, zie je meteen wie er met plezier woont en wie het – als het ware – een zorg zal zijn hoe de boel er bij ligt. Het woongenot straalt er hier en daar vanaf in het op zaterdag keurig aangeharkte voortuintje. De glanzende ramen van de erker en de messcherp geknipte liguster doen de rest.

Het doet me onwillekeurig denken aan dat mooie, sentimentele chanson van Jean Ferrat, La montagne, bij ons beter bekend als Het Dorp in de vertolking van Wim Sonneveld. Een chanson dat bij uitstek woongenot, welbevinden en klein huiselijk geluk bezingt. Zonder het liedje te kennen, kun je trouwens ook prima in je vel zitten. In je eigen vertrouwde huis. En dat is toch wat.

Niet voor niets werd de geslaagde renovatie van een hele woonwijk aan de Midden-Wetering, jaren geleden, breed toegejuicht. Aanpassingen binnen- en buitenshuis zorgden voor een facelift die er zijn mag. Maar wat in de ene wijk goed uitpakt,

blijkt in een andere wijk weer niet zo'n succes.

Een voorbeeld van 'moet dat nou?' vind ik de verfbeurt van voordeuren in de Aalberslaan. De eentonigheid ervan maakt volgens mij niemand blij. En de balkons van de senioren-appartementen aan de Nieuwe Tiendweg, Rondweg en Nieuwe Vliet komen ook niet in aanmerking voor de schoonheidsprijs. Met de balkons zelf is, wat mij betreft, niets aan de hand. Maar de geschilderde verfraaiïng ervan krijgt de handjes niet op elkaar.

Een betrekkelijk kleine aanpassing, al is het maar een likje verf op voordeur en raamkozijnen, kan een hele wijk reanimeren. In gewoon Nederlands: lekker opknappen. Ik had dit tijdens mijn wandeling net overwogen, toen op het kruispunt Burg. Aalberslaan – Noorderstraat mijn i-phone zich meldde. Groot nieuws. Rusland was Oekraïne binnengevallen. De oorlog die Poetin toen begon, is nog niet voorbij. De vrije wereld heeft dus genoeg om over na te denken. Daarbij valt een aangeharkte voortuin in Krimpen aan den Ijssel dan weer in het niet.

2 April 2022
Bert van Oosterhout