Het Stolpersteine-peloton

De column van Bert van Oosterhout

23 april 2022 Bert van Oosterhout

Een fietstocht door het dorp, aangevoerd door burgemeester Martijn Vroom, sprong in het oog bij de golf van activiteiten die zijn gepland voor Koningsdag en de Dodenherdenking. Voorafgaande aan die feestelijke en ingetogen dagen, bestegen de burgervader en een peloton raadsleden, wethouders en leden van de kinder-gemeenteraad, hun tweewieler voor een tour langs de zogenoemde Stolpersteine – in goed Nederlands struikelstenen – in ons dorp.

Die stenen – feitelijk vierkante messing plaatjes van ongeveer 10 centimeter op een kei – vormen een even origineel als ontroerend monument voor dorpsgenoten die in de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord door de trawanten van Hitler. Ze worden meestal geplaatst daar waar de slachtoffers ooit woonden.

Het bestaan ervan hebben we te danken aan oud-wethouder Coen Derickx. Hij nam in januari 2020 het initiatief tot het plaatsen van de struikelstenen. Door zijn toedoen heeft Krimpen aan den Ijssel zich gevoegd bij honderden plaatsen in ons land en verder in Europa, die al eerder de inmiddels vermaarde stenen aanbrachten.

Dat gebeurde bijna altijd door de 74-jarige Duitse kunstenaar Gunter Demnig. Hij is de bedenker van het huldeblijk aan door de nazi's vermoorde sinti, homo's, roma en joden. Jammergenoeg weerhielden Corona-maatregelen hem indertijd ervan naar Krimpen te komen om eigenhandig zijn keitjes in te metselen.

Het idee van de steentjes is eenvoudig en doeltreffend tegelijk. Gebaseerd op een tekst uit de Talmoed, een belangrijk joods leerboek. 'Een mens is pas vergeten' – aldus die tekst – 'wanneer zijn naam is vergeten.' Het kan nauwelijks mooier, zou ik zeggen. En deze tekst indachtig, maak ik vandaag dan ook een diepe buiging voor de dorpsgenoten wier namen in messing zijn vereeuwigd.

Ik heb ze niet gekend, de mannen en vrouwen die hun leven gaven voor onze vrijheid. Generaties scheiden ons. Bovendien stond mijn wieg niet in deze contreien. Maar op het messing plaatje dat de herinneringskeitjes bedekt, lees ik wie ze waren. Hun naam, hun leeftijd, de plaats waar ze werden vermoord – die gegevens maken van de bescheiden keitjes een monument van allure.

Twee vrouwen en vier mannen waren het. Ik noem hun namen:

  • Selma van Reeuwijk Hagens, geboren 1909, vermoord op 27 december 1942 in Auschwitz;
  • Coradis Engelse, geboren 1892, vermoord op 31 oktober 1942 in Mauthausen;
  • Adolf Moses, geboren 1918, vermoord op 23 juli 1943 in Auschwitz;
  • Boelo Koens, geboren 1918, vermoord op 3 mei 1942 in Sachsenhausen;
  • Arie van der Giessen, geboren 1916, vermoord op 10 juni 1944 in kamp Haaren;
  • Herrin Matzcinsky, geboren 1872, vermoord op 13 maart 1943 in Sobibor.

Aan de Ijsseldijk, in de Kruisstraat, op het Koningin Wilhelminaplein, de Waalsingel, de Poldersedijk en de Schaardijk, houdt dit dorp aan de rivier deze mannen en vrouwen in ere. Dwars door ruimte en tijd steken we als het ware een hand naar hen uit. In het besef dat niemand meer kan geven dan zij hebben gedaan.

Het idee van de struikelstenen werd aanvankelijk in Duitsland niet overal met instemming begroet. Begrijpelijk in een land waar de nazi-ideologie nooit voor de volle honderd procent is verdwenen. Zelfs in ons land lopen nog gasten rond, die wel oren hebben naar een nieuwe Führer.

Misschien zaten zij wel achter de diefstal van struikelsteenjes, een paar jaar geleden in Rotterdam. Of misschien was het dit tuig alleen om het messing te doen. Hoe het ook zij, respectloos was het in elk geval. Daar zijn we, voor zover ik weet, in ons dorp tot nog toe voor gespaard gebleven. Je kunt ook moeilijk bij elk struikelsteentje een handhaver, laat staan een wijkagent posteren. De brave burgerij zal daarom een oogje in het zeil moeten houden. Daar rekenen we dan maar op.

En dan voor nu, respect voor burgemeester Vroom en zijn peloton. Hun eerbetoon verdient navolging. De mensen wier namen zijn ingemetseld hebben er recht op.

Een goed weekeinde.

23 april 2022

Bert van Oosterhout