Het glazen plafond

De column van Bert van Oosterhout

30 april 2022 Bert van Oosterhout

Op zaterdag 14 december 2019 feliciteerde ik op exact deze plek de topvrouwen in het Nederlands bedrijfsleven met het behalen van het vrouwenquotum. Eindelijk hadden ze het voor elkaar. 30% van de pluchen zetels in de Raad van commissarissen van bedrijven die aan de Beurs zijn genoteerd, was voortaan voor vrouwen. De Tweede Kamer moest eraan te pas komen om dat voor elkaar te krijgen, maar dat mocht de pret niet drukken.

De driedelige grijze pakken die tot dan toe exclusief de top van het bedrijfsleven beheersten, geven normaal gesproken niets van hun macht prijs. Maar er was niet aan te ontkomen. En dus kreeg Nederland een vrouwenquotum. In alledaags Nederlands, een – bijna – evenredig deel van de koek.

Het was een historische overwinning voor de vrouwen. Niet meer en niet minder. En in alle opzichten terecht natuurlijk. Zonder mijn eigen sekse af te vallen, stel ik vast dat vrouwen bij het verdelen van topbanen worden gediscrimineerd. Daar ging het quotum verandering in brengen.

En dat is tot nog toe dus niet gebeurd. Mijn scepsis van toen bleek terecht. Deze week onthulde dagblad de NRC dat bij 26 aan de Beurs genoteerde bedrijven te weinig vrouwen in de Raad van commissarissen (Rvc) zitten. Bij 12 van die ondernemingen is zelfs helemaal geen vrouw in de Rvc te bekennen.Toch is dat sinds begin dit jaar wettelijk verplicht. Alleen zo kan immers een betere balans tussen mannen en vrouwen tot stand komen.

Maar blijkbaar zit het traditionele glazen plafond de ambitieuze vrouwen nog in de weg. Het vertoont dan wel een ster die zelfs de firma Carglas niet gerepareerd krijgt, maar zaligmakend blijkt het quotum toch niet. Terugkijkend lijkt het erop dat de Tweede Kamer indertijd met een paardenmiddel niet meer dan een minimale verbetering heeft bereikt. Het vrouwenquotum lijkt dan ook vooral symbolisch.

Zitten daar straks samen met de mannen van het old boys network – zeg maar, de club van oude jongens-krentenbrood – drie vrouwen mee te vergaderen. Zo dachten we drie jaar geleden. Hartstikke mooi toch. Geeft allicht een impuls aan de discussie. Maar het is anders gelopen.

Vrouwen aan de top hebben nog niet voldoende geprofiteerd van de nieuwe wetgeving. Hun seksegenoten een verdieping lager al helemaal niet. Berichten uit bijvoorbeeld Noorwegen bevestigen dat. Ik noem Noorwegen omdat dat het eerste land is waar het glazen plafond werd gesloopt. Maar zelfs daar valt de uitstraling van het quotum lelijk tegen. Betrekkelijk weinig vrouwen hebben er een baan als directeur of manager. Bovendien vangen mannen aan het eind van de maand nog steeds meer salaris dan vrouwen.

De ervaringen in Noorwegen zijn in ons land koren op de molen van tegenstanders van het vrouwenquotum. Meestal mannen, al valt er ook onder vrouwen enige scepsis te beluisteren. Sommigen vinden het, zoals gezegd, jammer dat indertijd de Tweede Kamer er aan te pas moest komen.

Een begrijpelijke verzuchting. Net als die andere klassieke opmerking: vrouwen moeten niet op geslacht worden gekozen, maar op haar kwaliteiten. Daar valt niets op af te dingen. Ironisch genoeg wekt dit de indruk dat mannen wel uitsluitend op hun kwaliteiten worden aangenomen. We weten wel beter.

Ze worden niet voor een topbaan gekozen omdat ze slimmer zouden zijn dan vrouwen. Maar omdat ze over de juiste connecties beschikken. Kwestie van netwerken. Waar of niet waar, de indruk bestaat dat vrouwen deze sport met minder succes beoefenen. Ze k u n n e n het best, maar ze d o e n het niet. Want, zo hoor je wel om je heen, vrouwen willen niet voor dag en dauw de deur uit naar het werk. Niet 's avonds laat thuiskomen. Wanneer de kinderen al op bed liggen. En niet 70 uur per week buffelen. Mannen die de bovenste tree van de ladder willen bereiken, hoor je daar niet over.

Deeltijddiva noemde een psychologe in mijn krant de werkende vrouw. 'Werkschuwe deeltijddiva's en ze moeten dan ook niet huilebalken dat ze minder verdienen.' Het zijn niet mijn woorden. Dat vrouwen voor hetzelfde werk minder betaald krijgen, zou komen omdat ze niet vol voor haar werk gaan – zoals die kerels – maar liever origami vouwen met haar kinderen of een cursus mindfullness voor mama's volgen. Aldus een citaat uit het tijdschrift Quote.

Dit is natuurlijk een karikatuur van de werkelijkheid, bedenk ik, wanneer ik op het terras van Tearoom Devon de fine fleur van de vrouwelijke bevolking van Krimpen gadesla. Hoeveel van die charmante passanten lopen hier met het gevoel van Yes, we hebben een quotum?

Jullie en ik, kennen het antwoord. William Shakespeare zei het al: Much ado about nothing (Veel drukte om niets). Zover wil ik niet gaan. De vrouwen emancipatie heeft gescoord. Maar het is zelfs na een paar jaar nog een magere score. De competitie is nog niet voorbij.

Een prettig weekend.

30 april 2022

Bert van Oosterhout