In het Liesbos

De column van Bert van Oosterhout

4 juni 2022 Bert van Oosterhout

Restaurant De Boswachter in het Liesbos in Breda leent zich bij uitstek voor een reünie met borrel en lunch. Daar zijn we een half uur geleden dan ook aan begonnen. Met vijf vriendinnen en vier vrienden treffen we elkaar op deze uitgelezen plek.

Wij zijn als het ware de erfgenamen van onze eigen jeugd. Die deelden we met een vriendin en twee vrienden die niet meer onder ons zijn. Vijf man sterk waren we oorspronkelijk: Arie, Bert, Frans, Jacques en Pim. Een groepje, spontaan ontstaan in het eerste jaar van de middelbare school. We zaten niet in dezelfde klas, maar de dagelijkse wandeling naar school was al gauw een vast ritueel.

De school van toen bestaat niet meer. De gebouwen zijn jaren geleden gesloopt om plaats te maken voor nieuwe woningen. En met de gebouwen verdween onze jeugd.

Het is niet bij benadering te zeggen hoeveel voetstappen wij hebben liggen in de Iepstraat, de Beukstraat, de Dijkstraat, Haagdijk en Middellaan. Vertrouwde namen voor wie bekend is in de zuidelijke wijken van Breda. Want daar waren we thuis. Buurten met herkenningspunten als het kantoor van de BBA, de Brabantse Buurtspoorwegen en Autodiensten, de St. Anna-kerk en café Moeke Mols.

Met onderweg naar school de frites-zaak van de familie Schraven. Misschien wel de eerste in de na-oorlogse stad. Met prima snacks en een dochter die niet te versmaden was. 's Winters met bevroren straten en pleinen. 's Zomers met eindeloze vakanties in open lucht-zwembad Het Ei. Naast het toenmalige stadion van voetbalvereniging NAC. Alles bij elkaar het decor van een gelukkige jeugd.

Frans, Jacques en ik zijn de laatsten der Mohikanen. Ruim 70 jaar na dato treffen we elkaar nog wel eens. Ons gedeelde verleden is steeds een plezierig onderwerp van gesprek. Those were the days, zong Mary Hopkin in 1968. Zo was het.

Je gelooft het niet, maar deze column stond nog niet half in de steigers, toen mijn vrouw en ik werden getroffen door het tv-programma Het Dorp. Alsof het zo moet zijn, past het van voor naar achter bij mijn stemming. Die stond toch al op standje nostalgie.

In het programma tuffen schrijver Wim Daniëls en acteur Huub Stapel op een antieke motor met zijspan door Hollands dreven. Op zoek naar wat is overgebleven van het dorpsleven van vroeger. Daniëls heeft zich een reputatie verworven met boeken over de wereld van onze jeugd. Het Dorp is er een van. En op het toverscherm leidt dat tot scènes uit de jaren dat Nederland nog onschuldig was. Een verademing tussen al die van opwinding stomende uitzendingen over oorlog, voetbalgeteisem en corona.

Ik kom niet uit een dorp. Mijn wieg stond in een middelgrote provinciestad. In een niet ongezellige volksbuurt. Twee straten verder eindigde de bebouwing en begon het platteland. Twintig minuten lopen en we waren in het Liesbos. Een gezochte plek voor spannende avonturen, zoals jongens van veertien, vijftien jaar die beleven.

Dat is vandaag even anders. Maar hier en nu hangt toch een bijna tastbaar verlangen tussen de bomen. Naar het overzichtelijke wereldje van vroeger, dat het onze was. Waarin alles klopte. Schraalhans was keukenmeester – dat wel. En af en toe brak een griepepidemie uit. Maar dat hoorde erbij.

Gezapig en kneuterig was het bestaan van de meesten van ons. Van de global village hadden we nooit gehoord. Die was nog niet uitgevonden. En met Pinksteren was het altijd goed weer. Toch?

Of verbeeld ik me dat nou? Het zou kunnen. In elk geval weet ik zeker dat we als jonge knapen in de prille Pinksterzon naar de meiden lonkten.

Nonchalant een sigaret erbij. Uit een pakje Miss Blanche van 10 stuks.Voor de prijs van 45 cent (van de gulden welteverstaan) was je de man. En dan kon je ook nog voldoende van die witte stokjes voor het volgende weekeinde bewaren.

Gewichtige jongensgesprekken metselden de uren van een lange dag aan elkaar. Doen we vandaag anders? In de mannen van nu herken ik moeiteloos de jongens van toen. Betrokken maar gereserveerd de een. Gespeeld superieur een ander. Onverwacht openhartig een derde. En allemaal nog steeds trouw aan dat jongens-verbond dat inmiddels zo'n zeventig jaar bestaat. Wat mij betreft verschaft dat Pinksteren 2022 toch nog enige glans.

Maak er wat van.

Tot de volgende keer.

4 juni 2022

Bert van Oosterhout