De geboren lezer

De column van Bert van Oosterhout

11 juni 2022 Bert van Oosterhout

Niet alleen ik zit met de vraag of ik zo langzamerhand niet eens wat boeken moet lozen. Lezers van mijn leeftijd stuiten vroeg of laat allemaal op dit probleem. Ik had het er vorige week op een reünie met een vriend over. Hij herkende wat ik hem vertelde.

Zes IKEA-kasten van het model Billy puilen uit. En anders dan ik me had voorgenomen, groeit de bibliotheek, in plaats van kleiner te worden. Na zestig jaar verzamelen is daarom pas op de plaats gewenst. Maar ja, ik kan de roep van een veelbelovend nieuw boek nou eenmaal moeilijk weerstaan. Beter gezegd, ik kan het wel. Maar ik vertik het. Ik ben namelijk de geboren lezer in optima forma.

De voorbije tien jaar heb ik drie keer schoon schip gemaakt. Op de kop af 32 Nederlandse romans gingen naar een studente Nederlands, die haar bibliotheek nog moest opbouwen. Studieboeken in het Duits en Engels – allemaal gewijd aan allerlei aspecten van de film – hebben mijn vrouw en ik hoogstpersoonlijk in Zwitserland afgeleverd. De bevriende student filmkunde aan de Film Hochschule in Zürich was er blij mee. En sinds jaren heeft de bibliotheek van het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël (CIDI) een afdeling, die ooit bij mij thuis stond.

Alles bij elkaar ruim honderd boeken. Dat ruimt lekker op, zou je zeggen. Nee dus. Wat er aan de voorkant uitgaat, komt er aan de achterkant in. Daarom besloot ik een truc toe te passen om dit proces te stoppen. Ik werd lid van de bibliotheek. Dat moest de oplossing zijn. Waarom had ik daar niet eerder aan gedacht? Niks meer boeken kopen. Gewoon lenen.

Dat pakte anders uit dan ik had gedacht. Voor het eerste het beste boek dat ik wilde lenen kwam ik op een wachtlijst terecht. Over ongeveer 6 maanden was ik aan de beurt. Het lag op mijn tong te vragen of de mevrouw van de bieb zich niet vergiste. In het besef dat zij er ook niks aan kon doen, hield ik me in. Het is duidelijk. De bibliotheek en ik kunnen niet zo veel voor elkaar betekenen als ik had vermoed. Als een nieuw boek van een Nederlands auteur niet binnen pakweg een maand kan worden geleend, is de service niet aan mij besteed.

Goede raad is duur. Boeken trouwens ook. En dat is extra zuur wanneer een nieuwe aanschaf op een teleurstelling uitloopt. Dat overkwam me kortgeleden twee keer. Daar werd ik niet echt vrolijk van. De eerste vuistdikke pil die ik uiteindelijk met een licht gevoel van teleurstelling dichtsloeg, was de biografie van de door mij bewonderde Hella Haasse. Ik weet nu weliswaar a l l e s maar dan ook a l l e s van haar. Maar het werd te veel. Te gedetailleerd. Te breed uitgesponnen. Honderd pagina's minder en het was ook goed geweest.

Iets vergelijkbaars overkwam me met de Verzamelde brieven van Rainer Maria Rilke. Mooi uitgegeven. Bekwaam vertaald. Maar van een sentimentaliteit, die een begaafd dichter niet past. Vooral zijn brieven aan door hem aanbeden dames zijn, wat dat betreft, soms niet te pruimen.

Kortom, hoe verder ik voort ploegde in deze gebundelde brieven, hoe meer de schrijfsels me gingen tegenstaan. De waarderende woorden die mijn favoriete dichter Jean Pierre Rawie in het voorwoord de Rilke-bundel meegeeft, deel ik niet. En dan te bedenken dat ik al sinds mijn late jeugd geboeid wordt door de gecompliceerde persoonlijkheid van de dichter Rilke.

Maar we dwalen af. De vraag is nog steeds: hoe kunnen we de onstuimige aanwas van boeken in goede banen leiden? Selectief te werk gaan is natuurlijk aan te bevelen. Niet meteen alles wat op de boekenmarkt verschijnt kopen. Het meeste is sowieso niet de moeite van het lezen waard. Weinig boeken ontstijgen het niveau van het doorsnee babbelprogramma op televisie. Zelfs wanneer een uitgever je met gewiekste marketing wijs maakt dat dit boek het absolute je-van-het is, eerst tot tien tellen alvorens naar de portemonnee te grijpen.

Wat allemaal niet wegneemt dat mijn boekenkasten nog steeds uitpuilen. In mijn diepste binnenste weet ik, dat dit probleem niet zal worden opgelost. Simpelweg omdat de schrijvers die me een leven lang begeleiden, niet zijn weg te denken. En geen misverstand, Hella Haasse en Rilke horen erbij.

Ik heb me wel eens afgevraagd of er een ondergrens bestaat voor het aantal banden in mijn boekerij. Hoeveel moeten het er minimaal zijn om gelukkig te blijven? Geen idee. Vijfhonderd, honderd? Als ik met een vinger langs één boekenplank strijk, lijkt honderd niet veel. Maar misschien toch genoeg voor het plezier, de opwinding, spanning en troost die boeken mij verschaffen. Daar houd ik het voorlopig dan maar op. Desnoods rijden we nog even naar IKEA voor een nieuwe kast.

Een plezierig weekend.

11 juni 2022

Bert van Oosterhout