Winnetou
De column van Bert van Oosterhout
24 september 2022 Bert van Oosterhout
We zitten in dit land opgescheept met een stelletje scherpslijpers – dat geloof je gewoon niet. Zodra iets hen niet bevalt – en dat is nogal wat – gaat dreigend het vingertje omhoog. En owee als de brave burger niet luistert. Dan zwaait er wat.
De politica Sylvana Simons is zo'n type dat naam maakte met haar ongezouten kritiek. Wat mij betreft veroordeelt zij trouwens niet ten onrechte de slavernij in de Nederlandse koloniën. En elders natuurlijk.
En dat we het begrip slaven hebben vervangen door tot slaaf gemaakten, kan ik ook nog inkomen. Maar dat ik wit ben in plaats van blank, bestrijd ik. Met het palet huidskleuren dat we eeuwen hebben gebruikt, is niks mis.
Een van de thema's waar de scherpslijpers het graag over hebben is ons geslacht. Sinds Adam en Eva zijn wij mannen en vrouwen. Die twee liepen in het Paradijs met een trendy vijgenblad voor hun kruis. Op die manier wisten ze in elk geval wie wat was. Als we het, bij wijze van spreken, zouden overdoen, zouden we bladgroen tekort komen om alle gender-mogelijkheden van nu tegen zonlicht te beschermen.
Het publieke debat, zoals dat zo aardig heet, bestrijkt een breed veld. Niet alle onderwerpen zijn zo bloedserieus als de vraag wie en wat wij nu eigenlijk zijn. Er zijn christelijke basisscholen waar het 'katholieke' carnaval al jaren 'verkleedfeest' wordt genoemd. Iemand met een zwarte huid neger noemen, is uit den boze. Zo'n mevrouw of meneer is een Afro Amerikaan, -Europeaan etc. Een dwerg of Lilliputter is een medemens van kleine gestalte. Kortom, in het streven bij voorbaat elke denkbare pijn uit te sluiten, ligt de overdrijving altijd op de loer.
Zie ook het ronduit belachelijk besluit van de uitgeverij Meulenhoff om de beroemde reeks verhalen van Karl May over Old Shatterhand en de indiaan Winnetou niet langer uit te geven. Want in die verhalen wordt zogenaamd een clichébeeld van de indiaan gegeven. En dat is heel kwetsend voor de oorspronkelijke bewoners van Amerika. Goeie hemel, ik word niet goed van dit gemekker.
De roodhuid van Karl May is een beschaafde man. Niet voor een kleinigheid vervaard. Met een nobel karakter. Allemaal clichés natuurlijk. Maar door May met nadruk zo gebeeldhouwd. Hij zette hem juist in een gunstig daglicht tegenover de bleekgezichten die uit waren op land en goud. Maar Meulenhoff heeft niet het lef het anti-Winnetou-gezeur te negeren. Dus krijgen de lui die het meeste kabaal maken hun zin. Zo gaat het meestal. Zie een handvol fanatieke boeren die in Den Haag Prinsjesdag verstoorden. Zie NS-personeel dat vele tienduizenden reizigers dupeerde door te staken. Zie Tweede Kamerleden als Thierry Baudet en soortgelijke gekken. Zie de suffe kiezers die voor typen als Baudet het pad naar de volksvertegenwoordiging hebben geëffend. Zie, tenslotte, het kabinet Rutte IV, dat babbelt, babbelt, babbelt, maar aan de problemen van honderdduizenden Nederlanders geen bal ten goede verandert.
En dan hebben we het nog even niet over die neuroot in Moskou. Voor je het weet vergeet hij zijn pillen in te nemen en lanceert hij grijnslachend een volley lange afstandsraketten met kernlading, richting Hoek van Holland. Voor Oekraïne heeft hij nog wat kleiner spul op voorraad. Ik bedoel maar, geen enkel scenario is nog langer ondenkbaar.
Dit beseffend, begrijp ik eerlijk gezegd niet dat ik bijna elke nacht slaap als een roos. En navenant wakker word. Zo ook vanmorgen. Bij het krieken van de dag zocht pril zonlicht zijn weg tegen de gevel van het huis. De gazen gordijnen filterden het licht in de kamer, waar kristallen akkoorden van een pianosonate van Chopin in slome golven hun weg vonden. Met blote voeten op de koele keukentegels werd ik langzaam wakker. De geur van aangesneden pain de Boulogne harmonieerde met die van verse koffie. Vier sinaasappels waren nodig om twee glazen vol te persen. De ochtend was jong en vol beloften. Het kon nog alle kanten op. Carpe diem – Pluk de dag.
Een vluchtige blik in de krant leerde dat de wereld buiten sinds gisteren niet ingrijpend was veranderd. Ondanks de dreigementen van de Gek in het Kremlin. Eigenlijk niets nieuws onder de zon. De nazomer en het voorbije vakantieleven kennen hun eigen ritme. We zijn net terug uit de Zeeuwse badplaats waar wij even de hectic van de Randstad waren ontvlucht. De stranden waren verlaten. Op de aanvoerwegen stonden de files niet langer stil. Op de boulevard aan de Wester-Schelde smoorde een wolkbreuk alle leven in de kiem.
Bij het radio-journaal van 0800 uur keek ik de dag recht in de ogen. Het was een goed moment. We konden nog van alles en nog wat aanpakken. Of we het zouden doen stond nog niet vast. Wij zijn nu eenmaal niet meer van die ondernemende typen. Als excuus voer ik mijn leeftijd aan. Mijn vrouw mag haar eigen excuus bedenken.
Het is even zoeken naar het ritme van vóór de herfst. Toen we – ongeacht het aantal jaren dat we meedragen – een wandeling niet schuwden. Wanneer het echt warm werd, vonden we elkaar al gauw in de luwte van de tuin. Niet zelden met een plezierig glas. Wat allicht onze traditionele toost uitlokte Op het leven. Een betere toost kennen wij namelijk niet. Want laten we wel wezen. Je mag toch in je handjes klappen wanneer je in volle vrijheid, ondanks ongekende sociale onrust, ondanks Poetin en de verzwegen corona-pandemie, een toost kunt uitbrengen op het leven – Pluk de Dag.
Een plezierig weekend.
24 september 2022
Bert van Oosterhout
