Bij de beesten af

De column van Bert van Oosterhout

1 oktober 2022 Bert van Oosterhout

Komende dinsdag is het Werelddierendag. Na Moederdag, Secretaressedag, Veteranendag, Dag van de Vrede, is nu Fikkie aan de beurt. Op de verjaardag van de heilige Franciscus van Assisi wordt de kleine rakker extra in het zonnetje gezet. Alsof hij/zij niet het hele jaar al wordt verwend.

De dierenwinkels krijgen de speciale honden- en kattenbrokken nu al niet aangesleept. Superhapjes voor de cavia vliegen over de toonbank. Trendy jasjes voor de egel zijn zeer in trek. En voor het Przewalskipaard in de achtertuin schaffen we met plezier een stel luxe hoefijzers aan. 't Is echt bij de beesten af.

Ik bedoel maar, aan ons zal het niet liggen als ons huisdier het niet naar de zin heeft. Al helemaal niet omdat wij geen huisdier hebben. Een enkele huismijt uitgezonderd dan. Dat was ooit wel anders. Achttien jaar lang woonden we hier met z'n vieren en Guus, de poes. Je kunt ons dus met recht ervaringsdeskundigen noemen. Allemaal leuk en aardig, natuurlijk. Maar waarom vieren we nou zo nodig Werelddierendag?

Leergierig als ik ben, ben ik maar weer eens in de archieven gedoken. Altijd de moeite waard. Ook deze keer. Zo leer ik dat de eerste Werelddierendag werd gehouden in 1930. Het was een idee van een mij totaal onbekende Tsjechische mevrouw, Ilse Winter. Zij vond dat dieren door de mens ten onrechte als dieren werden behandeld. En dat een speciale verwendag daarom op zijn plaats zou zijn. Je moet er maar opkomen. Dat was ook de reactie van Margaret Ford, toenmalig voorzitter van de Internationale Dierenbeschermingsvereniging. Ilse had Margaret per brief haar idee voorgelegd. En die zag het wel zitten. Zodoende.

Over een geschikte dag waren de dames het snel eens. Welke anders dan 4 oktober? Dat is immers de sterfdag van de al genoemde Franciscus van Assisi. Hij is wat je noemt de dierenliefhebber en -beschermer par excellence. Als ik me niet vergis, een beetje rare vogel. Een schepsel dat hij zowat als zijn gelijke beschouwde en waarmee hij, naar wordt gezegd, boeiende gesprekken voerde. Waarom ook niet?

Ik sla er eens even wijlen Helene Nolthenius op na. Deze door mij zeer bewonderde schrijfster wijdde een heerlijk boek aan Franciscus, onder de titel Een man uit het dal van Spoleto. Van gevogelte en ander gedierte wist ze hoegenaamd niks. Van Franciscus en zijn tijdgenoten des te meer. Het was een goed idee de sterfdag van die middeleeuwer, die zo'n wonderlijke relatie had met de fauna van zijn tijd, uit te roepen tot Werelddierendag.

Of alle honden, katten, varkens, duizendpoten en wie ons verder zoal op onze planeet begeleiden, er wat mee opgeschoten zijn, weet ik niet. Maar afgaande op mijn eigen waarneming sluit ik het niet uit. De Covid-19 had nauwelijks Krimpen aan den Ijssel in zijn greep, of het ene keffertje na het andere dook op in onze wijk. In en om de nabije seniorenappartementen krioelde het in no time van het ondermaatse gedierte. Dat wordt meestal per twee stuks uitgelaten om de grasstroken langs ons singeltje vol te pissen en te poepen.

Tegenwoordig kunnen het baasje en het vrouwtje met een gratis plastic zakje oprapen wat Fikkie heeft laten vallen. Het zakje kunnen ze kwijt in een container. Die wordt regelmatig geledigd door een meneer van de gemeente. Dat noem ik nog eens vooruitgang. Een container voor hondenpoep op de Nieuwe Vliet. Een openbaar toilet in het park langs de Midden Wetering. Het moet niet gekker worden.

Maar alle gekheid op een stokje. De opvallende groei van het roedel miniatuur-hondjes is natuurlijk geen toeval. Niet voor niks hebben de meeste beestjes een onderdak gevonden in een gezellig appartement van Tiendhove. Een huisdier als remedie tegen eenzaamheid en leegte. Met Werelddierendag voor de boeg, hopen we dat het gedierte nog een gezellige tijd wacht. Want waar blijft het wanneer zijn taak erop zit? Een asiel is ook niet alles. Daar kunnen hele volksstammen over meepraten.

Met de relatie tussen mens en dier is het intussen niet alleen rozengeur en maneschijn. Een kleine drie jaar geleden deden twee juristen van de universiteit van Tilburg uit de doeken dat Felis catus – beter bekend als de huiskat – niet meer of minder dan een massamoordenaar is. Een onderzoek door hen verricht, maakt duidelijk dat wereldwijd honderden diersoorten door de kat worden bedreigd. Alleen al in ons land laten per jaar naar schatting 140 miljoen dieren, waaronder beschermde vogels en zoogdieren, het leven. Zeggen ze. Tel uit je winst.

De informatie schuurt, om het zo te zeggen, met mijn ervaring inzake het fenomeen kat. Luister: Af en toe is hij er weer. Wanneer we door de voordeur binnen komen, loopt hij ons in de gang tegemoet. Dat wil zeggen: een fractie van een seconde lijkt het zo. Maar dan beseffen we dat ons brein ons parten speelt. Alsof het verlangen hem te zien zich in ons dna heeft genesteld.

Raar verhaal eigenlijk. Guus de kat, want over hem hebben we het, is al jaren dood. Zoals ik eerder zei, was hij het vijfde familielid geweest. Zonder poespas claimde hij zijn plaats in huis. En wij lieten hem zijn gang gaan. We waren immers dikke vrienden. Tenslotte nam hij op een ochtend de kortste weg naar het katten-paradijs. Of waar hij zich dan ook, als gevolg van een ziekte, voor altijd had teruggetrokken. Dat deze intelligente levensgezel geregeld een muis of een vogel te grazen nam, moeten we blijkbaar toeschrijven aan zijn oer-drift als jager. Goed beschouwd, gewoon afgekeken van ons.

Een plezierig weekend.
1 oktober 2022
Bert van Oosterhout