De herdertjes lagen bij nachte
De column van Bert van Oosterhout
25 december 2022 Bert van Oosterhout
Zachtjes neuriede Igor de Oekraïnse versie van De herdertjes lagen bij nachte. Ze lagen bij nacht in het veld. Klopt helemaal, dacht hij. Twee dagen geleden zaten we nog thuis. Nu graven we ons elke dag dieper in in de loopgraven. Liggen we dag en nacht in het veld. Hetzelfde doen de Russen natuurlijk. Over hoogstens een paar weken zullen ze wel een nieuw offensief beginnen. Daar gaat de sergeant ook van uit. En hij kan het weten, hij is per slot van rekening onderofficier.
De herdertjes lagen bij nachte. Het melodietje wilde maar niet uit zijn kop. Hij zong het kort voor zijn vertrek met kleine Yuri, die kraaiend van plezier met de blote handjes op zijn helm trommelde. Het afscheid en de busreis naar het front waren een nachtmerrie. Tot drie keer toe moesten de recruten midden in de nacht de bus uit omdat dichtbij raketten insloegen. Volgens de sergeant waren het 'die van ons', door een onduidelijke oorzaak te vroeg neergekomen.
Igor en de sergeant kenden elkaar al jaren. Opgegroeid in dezelfde buurt van Kiev. Hetzelfde voortgezet onderwijs gevolgd. Ze waren elkaar uit het oog verloren toen de sergeant vrijwillig in militaire dienst ging. Dat was nog vóór Poetin zijn militaire uitstapje naar buurland Oekraïne begon.
Sinds het begin van de oorlog was de jeugdvriend een keer twee dagen met verlof thuis geweest. Lang genoeg om opgewonden verhalen te kunnen vertellen over de ellende aan het front. En over de heldendaden van gewone jongens die gevechten met de Russen leverden alsof ze nooit anders hadden gedaan.
De herdertjes lagen bij nachte. Het werd al licht. Hier en daar brak een oranje zonnetje door gaten in de bewolking. Igor schudde zich als een natte hond om de kou te verdrijven. In de ruim twee meter diepe loopgraaf was zelfs een houtvuurtje verboden om geen vijandelijk vuur aan te trekken. In de nachtelijke kou, zonder voldoende eten en drinken vloeide de energie langzaam maar zeker je lijf uit. Een korporaal, die onbegrijpelijk genoeg erin was geslaagd met een kleine gamel waterige soep tot in de tweede linie te geraken, werd zwijgend en alleen met handgebaren verwelkomd. In godsnaam geen lawaai. Feind hört mit.
Op exact de seconde dat Igor de mok met wee smakende soep aan de lippen zette, veranderde de loopgraaf waarin hij tijdelijk woonde in de hel. Een nooit eerder gehoord kabaal nam hem in zich op. Als een foetus in de baarmoeder. Lichtflitsen van alle kanten maakten van de loopgraaf een kosmisch gebeuren. Voorwerpen vlogen door de lucht. Een ijzingwekkend gekrijs steeg op waar minuten geleden de vaandrig door zijn kijker de vijandelijke linies bespiedde.
De sergeant brulde om de hospik, maar die was in geen velden of wegen te bekennen. Het krijsen van de vaandrig ging langzaam over in een diep gekreun dat zijn oorsprong leek te hebben diep in ' s mans buik. Zijn tuniek was rood van het bloed. De sergeant, een kerel als een boom, hield het hoofd van de eerder tengere vaandrig op zijn schoot en streelde afwezig diens zwarte haardos.
De herdertjes lagen bij nachte. ' Doe dan toch wat' brulde Igor tegen de sergeant. Iets wat hem onder normale omstandigheden op een week celstraf was komen te staan. 'Wat moet ik dan doen?' brulde de onderofficier hevig vloekend terug. 'Haal g.v.d. die hospik hier naar toe.' Igor richtte zich op om het bevel van zijn meerdere uit te voeren. Maar als door de bliksem getroffen knalde hij terug tegen de zandige wand van de loop- graaf. Een ongekende pijn verschroeide alles wat er aan organen in zijn kruis, zijn buik en zijn borstkas zat. Nu pas merkte hij dat hij onder de navel een bloedige vleeswond had.
Toen hij bijkwam uit een korte maar diepe bewusteloosheid, was zijn buikwond verbonden. De pijn was een stuk minder dan voorheen. Hij lag niet langer op de plek waar een scherf van een raket hem had geraakt. Maar waar was hij dan wel? Van zijn kameraden was niemand te zien. Ben ik dood, vroeg hij zich een moment af. Maar dat leek hem onwaarschijnlijk, gegeven het onafgebroken kabaal dat nog steeds van alle kanten over hem heen viel.
De herdertjes lagen bij nachte. Ergens onder de rommel van aarde, hout, steen en staal klonk een indringend geluid. Als van een wekker. Ik sla mijn ogen op. Ik b e n w a k k e r. Met moeite kruip ik uit mijn droom. Het is 08.25 uur in Krimpen. Over 5 minuten begint de school tegenover ons. De laatste kinderen dringen zich naar binnen.
Ondanks alle ellende, een prettige Kerst.
En een goed begin van 2023.
24 december 2022
Bert van Oosterhout
