Kaalslag op de Crimpenhof
De column van Bert van Oosterhout
4 maart 2023 Bert van Oosterhout
Ik krijg het gevoel dat ik onbedoeld als onheilsbode optreed. Vorige week hadden we het op deze plaats over de teloorgang van de bruine kroeg.Vandaag kan ik melden dat Boekhandel Kamerbeek het voor gezien houdt. Kaalslag op de Crimpenhof. Over een week of drie is het uit, voorbij, bekeken. Mooie boel. De enige boekerij in ons dorp die een breed assortiment boeken aan de man brengt, laat ons in de steek. Noodgedwongen natuurlijk, want zoiets doe je niet voor je lol.
Corona, absurd hoge huren, de concurrentie van verkopen per internet – het zijn maar enkele ingrediënten die het einde dichterbij brachten. “Ik kan wel 10 oorzaken noemen”, zegt de eigenares die de pijp aan Maarten geeft. “Maar ik doe het niet, want ik zit niet op publiciteit te wachten.” En zo kent een dorp van circa 30.000 inwoners dan binnenkort nog één boekhandel: Brugzicht Boeken en Muziek.
Deze onafhankelijke christelijke boekhandel kan het verdwijnen van twee winkels met een algemeen aanbod – in 2018 gaf Joke Olree van Boekhandel De Korf er al de brui aan – niet bij voorbaat goedmaken. Maar wonder boven wonder was boekhandelaar Wim Kalkman van Brugzicht al maanden geleden begonnen zijn assortiment uit te bouwen. Dat had niets te maken met Kamerbeek. Maar de gebeurtenissen vallen natuurlijk wel opvallend samen. En het betekent bijvoorbeeld dat ik, als geboren lezer, niet mijn toevlucht hoef te nemen tot Donner op de Rotterdamse Coolsingel. Ik vind het wel zo elegant om de plaatselijke middenstand te steunen.
Dat Kamerbeek wordt opgeheven verwondert eigenlijk niemand. Het is een ontwikkeling die lijkt te passen bij de algemene afgang van Winkelcentrum Crimpenhof. Wandel er doorheen en huiver. Vele vierkante meters winkelruimte staan leeg. Even zoveel etalages zijn door smakeloze kartonnen of andere 'versieringen' aan het zicht onttrokken. Er kan geen twijfel aan bestaan: hier is een winkelcentrum dat ooit als voorbeeld gold, bezig te verpauperen. Investeerders en onze plaatselijke overheid slagen er tot nog toe niet in deze achteruitgang een halt toe te roepen.
Intussen kun je je afvragen of het erg is dat een boekwinkel wordt opgedoekt. Erger dan wanneer een bakker zijn ovens laat afkoelen. Een juwelier zijn laatste halskettingen in de uitverkoop gooit. Of een lingeriezaak de bh's maar weer inpakt. Het lijkt me zonder meer een drama, elke keer dat een ondernemer – voor een deel buiten zijn of haar schuld – de zaak moet sluiten. Elke sluiting heeft bovendien haar effect op het hele winkelcentrum. Het is immers telkens weer een aderlating voor een centrum dat sowieso aan de beademing ligt. En wanneer het een boekwinkel betreft, lijdt het plein een bijzonder verlies. Sterker nog, niet alleen het plein, het hele dorp blijft een beetje verweesd achter. Wie niet meer in een hem of haar passende boekwinkel kan neuzen, heeft iets wezenlijks verloren. Het klinkt wat hoogdravend, ik geef het toe. Maar volgens mij sla ik de plank niet mis.
Een aantrekkelijk winkelcentrum, goed aangelegd en met fraaie winkels die van alles en nog wat aan de man brengen, is voor een dorp een natuurlijk middelpunt. Crimpenhof vervulde jarenlang die functie. Tot de vastgoed eigenaren meer euro's begonnen te ruiken en de hurende neringdoenden op termijn niet langer aan hun verplichtingen konden voldoen.
Op die manier verdween onherroepelijk het élan van het winkelplein. En daarmee bijvoorbeeld ook het gevoel dat je Kamerbeek niet kunt passeren zonder er even binnen te lopen. Want je bent een lezer of je bent geen lezer. Nou, ik zal je wat verklappen. Ik ben een geboren lezer. Een anekdote wil dat ik als baby over de rand van de wieg een krant van tafel probeerde te pakken. De drang te lezen was blijkbaar al aanwezig. Je hoort mij overigens niet zeggen dat ik die familie-anekdote geloof. Maar ze past heel wel in de redenering van vandaag.
Even terug naar de vraag of het verlies van een boekerij erger is dan van bijvoorbeeld een lingeriewinkel? Voor mij is dat hoegenaamd geen probleem. In de wereld van de lingerie ben ik niet thuis. In die van de literatuur daarentegen ken ik de weg. Tekenend is het volgende. Pakweg om de twee jaar vraagt mijn vrouw met een dreigende ondertoon in haar stem of de boekenkasten niet eens uitgezogen en afgestoft moeten worden. Per slot van rekening doet zij dat samen met 'de hulp' toch ook met andere kasten.
Je raadt het al. Ik ga aan de gang met de stofzuiger en een emmer met sop. Dat kan wel een paar dagen duren. Niet in de laatste plaats omdat met de schoonmaak het avontuur begint. Als een backpacker op leeftijd, sop ik in gepast tempo door het landschap van de literatuur. Lang vergeten vergezichten ontvouwen zich voor mijn verrukte oog.Verjaarde politieke opstellen blijken opeens nog verbazend actueel. Ontroerende memoires van God zoekende auteurs stemmen opnieuw tot nadenken.
'Wie schrijft die blijft', wordt gezegd en dat blijkt nog steeds een waarheid als een koe. Auteurs van naam en faam hebben mij bij de hand genomen. Als jong mens bracht ik naast de nagloeiende kolenkachel in het ouderlijk huis halve nachten met hen door. Met de romanfiguren van Ernest Hemingway lag ik in de Spaanse burgeroorlog in een hinderlaag voor de soldaten van Franco. Op het wrakke schip de 'Exodus' – volgestouwd met uit Europa gevluchte joden – dobberde ik voor de kust van Palestina. En met Dante Alighieri nam ik een kijkje in de Hel.
Het zijn enkele willekeurig gekozen titels van de duizenden boeken die een leven lang met me mee reizen. Tot op de dag van vandaag duurt het avontuur. Ik moet bekennen dat ik de meeste boeken niet in ons dorp heb gekocht. Om de eenvoudige reden dat ik hier nog niet woonde toen ik ze aanschafte. Maar een groot deel van het plezier, de opwinding, de spanning en de troost die ze me gaven heb ik wel degelijk hier genoten. En dat zou eigenlijk zo moeten blijven.
Een plezierig weekend.
4 maart 2023
Bert van Oosterhout
