Passanten

De column van Bert van Oosterhout

18 maart 2023 Bert van Oosterhout

De man zonder vriendin had er weer flink de pas in. Handig ontweek hij de schoolkinderen die zijn pad kruisten. Zonder blauwe plekken op te lopen van contact met fietsen, steps en ander rollend materieel, baande hij zich een weg door de aanzwellende zwerm kinderen. Hij kende zijn pad van buiten. Zeven dagen per week liep hij deze route. Zonder enige aarzeling altijd in hetzelfde tempo. Snel en vastberaden. Op zijn gezicht een grimmige uitdrukking. Alsof hij een hevige emotie moest onderdrukken. Woede misschien of teleurstelling. Niemand die het wist.

Het had gevroren de ochtend dat we elkaar voor ons huis troffen. Ik riep “Goede morgen. Kijk uit want het is hier spekglad.” Ik rekende er eigenlijk niet op dat hij zou reageren. Maar zijn gezicht brak open in een brede lach. En met een stem als een Zwitserse klok antwoordde hij: “Ook goeie morgen. Bedankt voor de waarschuwing ”en liep door zonder zijn wandeling te onderbreken.

Ik was nog niet van mijn verbazing bekomen toen hij al de hoek om was. De man zonder vriendin kon praten. Onbedoeld had ik een tipje van de sluier opgelicht. De onbekende wandelaar uit een van de naburige senioren-flats, altijd zwijgend, was gewoon iemand. Voor zover ik wist communiceerde hij niet met medebewoners of buren. Maar dat was blijkbaar een misverstand. Zijn bijna uitbundige reactie maakte dat duidelijk. Ik had het kunnen weten.

Een maand of zo terug had hij namelijk menige oplettende buurtbewoner een glimlach ontlokt. Ook toen maakte hij dagelijks een wandeling. Maar niet in het tempo van vandaag. Niet zo vroeg op de dag. En niet alleen. Op een morgen liep plotseling een sportief ogende vrouw met hem mee. Of hij met haar. Het is maar hoe je het wilt zien. Al gauw wisten nieuwsgierige buurtbewoners te melden dat zij ook in Het Facet woonde. De daarop volgende dagen en weken waren we getuige van een opbloeiende romance. Ze maakten er geen geheim van. Met een zekere trots liepen ze hand-in-hand.

Ongetwijfeld hadden die twee elkaar veel te vertellen. Over een leven dat ze met iemand anders hadden gedeeld. Misschien over kinderen en kleinkinderen die de adem inhielden. Over “wat voor vakanties vind jij leuk?”, “ van welke soort muziek houd jij?”, “heb je echt de pest aan Feijenoord?” “zullen we paella eten?”. Het was zoiets als het beroemdste gedicht van Marsman: Een nieuwe lente, een nieuw geluid. Maar het werkte niet.

Toen haar echtgenoot overleed was ze in een zwart gat gevallen. Aan al die bezigheden waar ze samen zo veel geluk en plezier hadden beleefd kwam abrupt een einde. Door de corona pandemie werd dat alleen maar erger. De avondklok beperkte het contact met vriendinnen en vrienden. Op een gegeven moment stak zelfs de gedachte aan verhuizen de kop op. Een nieuwe omgeving de jouwe maken, dat leek een aantrekkelijk idee. Zo gezegd, zo gedaan. Het nieuwe adres was voortaan Nieuwe Tiendweg.

Daar bleef het niet bij. Alleen een nieuw adres bleek niet voldoende. Tijdens een lunch voor bewoners van Het Facet – het blok seniorenwoningen waar ze haar toevlucht had genomen – sprong de vonk over. Het werd geen verzengende vlam. Eerder een aarzelend pitje. Maar voorlopig was het genoeg voor hun dagelijkse wandeling. Een remedie tegen de eenzaamheid. De ouverture van iets groters, zoals zij het op een middag in bed uitdrukte. Dat bleek wishful thinking.

De genegenheid beklijfde niet. Haar speelse, springerige karakter paste hem niet. Het duurde even voor ze dat hardop durfden uit te spreken. Maar geen van beiden konden ze er omheen. Hij had een succesvolle loopbaan als makelaar achter de rug. Het was hem aan te zien. Hij genoot ervan wanneer hij kwam voorrijden in zijn peperdure glimmende automobiel. Te veel bling-bling om blij van te worden, vond zij. Nodigde hem uit in lunchroom Leuk in de Stormpolder, maar da's echt te gewoon 'voor ons soort mensen, vond hij.

Het wederzijdse onbehagen groeide. Hun samenzijn bracht uiteindelijk niet wat ze ervan hadden gehoopt. En zo brak de morgen aan waarop hij, tot onze verbazing, er als vanouds stevig de pas inzette. Hij was weer alleen. Hij keek niet op of om. Groette niemand, hoewel toch juist de school begon. Toen zij een halfuurtje later haar hondje uitliet, viel het kwartje. Alleen met de hond. Dat was lang geleden. Geen twijfel mogelijk: de verkering was uit. Op een zonnige middag, kortgeleden, vertrouwde ze ons haar verhaal toe.

Het voelde alsof we een toneelstuk hadden bijgewoond. Met een bruggetje en een schoolplein als decor. In die setting moesten we de acteurs wel een naam geven. Zo werkt dat nu eenmaal in een voorstelling. Het werd De Vrouw zonder vriend. Hem noemen we sindsdien De Man zonder vriendin. Dat hebben we hen niet verteld. Voor ons zijn ze passanten, voorbijgangers, gebleven. Wij hadden hen graag meer gegund.

18 maart 2023

Bert van Oosterhout