Een dolende schout

De column van Bert van Oosterhout

29 april 2023 Bert van Oosterhout

Het nieuwe jaar was nauwelijks een maand oud toen wij ons in 1966 in Krimpen aan den IJssel vestigden. Hier in de bocht van de rivier woonde nog maar een handvol mensen. Voor ons was het dorp een oase in een groen landschap. Een gemeenschap die tot kort voor onze aankomst een naar binnen gericht bestaan leidde.

Een keer of wat per dag kon je met de bus naar Rotterdam. Wat nu winkelcentrum Crimpenhof is, was toen een rij niet overdekte winkels, met de Coöp als trekker. Vanuit ons huis in de Bogerd zag je in de verte de Algerabrug liggen en de stormvloedkering, het eerste Deltawerk na de watersnoodramp van 1953. Door de bouw van de brug behoorde trouwens het veer van de gebroeders van der Ruit voorgoed tot het verleden.

Tot 1958 was het dorp verstoken geweest van een vaste oeververbinding over de Hollandse Ijssel. De stormvloedkering moest een herhaling voorkomen van de ramp die ook dit dorp had getroffen. Dankzij de brug kon Krimpen aan den Ijssel zich ontwikkelen tot een echte forensengemeente. In snel tempo verdwenen bijvoorbeeld tientallen boerderijen in het dorp. De Stormpolder groeide uit tot een industriegebied van formaat.

1966 was een woelig jaar. In India werd Indira Gandhi de eerste vrouwelijke premier. De Sovjetunie zette een onbemand ruimtevaartuig op de maan. In Leiden werd de eerste niertransplantatie in ons land uitgevoerd. John Lennon baarde opzien met zijn bewering dat de Beatles populairder waren dan Jezus. Prinses Beatrix trouwde met de Duitser Claus von Amsberg. En in het oude gemeentehuis aan de Veerdam in Krimpen aan den Ijssel bestierde Leo Lepelaars als partijloos burgemeester het dorp.

In deze traditie sta je wanneer je in 2023 waarnemend burgemeester van ons dorp wordt. Jan Luteijn, waarnemer sinds 6 maart, ondervindt het momenteel aan den lijve. Vorige zaterdag ging hij er voor deze microfoon uitgebreid op in tijdens een kennismaking met hoofdredacteur Terry Mace. Ik had het genoegen erbij te zijn. Zo was ik getuige van een gesprek met de voormalige burgemeester van Cromstrijen, die nu aan een derde waarneming bezig is.

Hiervoor viel de naam van Leo Lepelaars, een van de vroegere burgemeesters van Krimpen. Sommigen van hen waren vooral mannen van het regenten-type, dat in ons land zo goed als uitgestorven is. In politiek opzicht waren ze van uiteenlopende pluimage: CHU, VVD, D66, PvdA, CDA, SGP – zowat elke groepering kon op z'n tijd een burgemeesterskamer betrekken. Alleen Jan Luteijn niet.

Hij mag dan waarnemend-burgemeester zijn, net als zijn ambtenaren moest hij aanvankelijk steeds een stekkie zoeken waar hij zijn computer kon aansluiten. Die oefening is een onderdeel van het leven in de kantoortuin. Een verschijnsel dat in de jaren vijftig overwaaide uit Duitsland.

Bij onze oosterburen werd de Bürolandschaft gezien als een vanzelfsprekend deel van de democratisering. Al kwam je uit een chic geslacht dat in het verleden al schout en schepenen had voortgebracht, ook jij moest gewoon even zoeken naar een stopcontact. Je was als het ware een dolende schout uit een ridderroman, op zoek naar iets heel bijzonders.

Nou, zo romantisch kan het werk in een kantoortuin niet zijn, lijkt me. Ik veroorloofde me dit zijsprongetje alleen omdat de waarnemend-burgemeester een 'eigen representatieve' kamer in het gemeentehuis wel ziet zitten. Het kwam hier een week geleden even ter sprake. Voor wat het waard is.

Overigens werd al voor zijn komst in het Dorp aan de Rivier op het gemeentehuis nagedacht over een aanpassing van de werkruimte. De groei van het aantal mensen vroeg erom. Inmiddels kan Luteijn zich desgewenst terugtrekken in een kamer, die bijna exclusief voor hem is gereserveerd. Dit prangende probleem is dus de wereld uitgeholpen. Goed geregeld in een feestweek die zindert van oranje.

Een prettig weekend.
29 april 2023

Bert van Oosterhout