Going home

De column van Bert van Oosterhout

20 mei 2023 Bert van Oosterhout

Is het er toch nog van gekomen. Nu het covid-virus zich even koest houdt, zoeken we ons heil in het zuiden des lands. Deze dagen is er voor mij immers maar één place to be: Breda. Daar draait sinds Hemelvaart als een tierelier het jaarlijkse jazzfestival. Een vierdaags muziekfeest dat wij nooit overslaan. Daarom volgen we het advies van de jazz- en bluesband van wijlen Chris Barber: het is tijd voor Going home.

Ik weet wel dat er om ons heen verschrikkelijke dingen gebeuren. Maar dixieland, blues, swing, bebop en wat al niet, zitten nu eenmaal in mijn systeem. En een paar dagen door het stadscentrum zwerven, waar jazzmuziek in alle soorten en maten je op elke straathoek als een wolk omhult, heeft iets gelukzaligs. Het hoeft niet eens allemaal perfect te klinken. Als het maar hard is.

Afgelopen jaren konden we het schudden. Zelfs de luidste akkoorden bleken niet bestand tegen covid-19. Maar nu vallen we dan toch weer in de prijzen. Normaliter spreken mijn vrouw en ik elk jaar af, dat deze vier dagen in de agenda vrijgehouden worden van alles wat niet met het jazzfestival te maken heeft. Dat lukt meestal wel. Waarom zouden we ons meest geliefde event laten schieten voor een doorsnee-verjaardagsfeestje of zo?

Als ik er goed over nadenk, zijn wij – jongere ouderen uit Krimpen aan den Ijssel – qua jazzfestival – ten prooi aan een soort gesublimeerde jeugdbeleving. De ouverture daarvan speelde zich al een halve eeuw geleden af. Alle reden voor ons, toen nog nieuwbakken bewoners van Krimpen, om telkens weer via de oude brug bij Dordrecht in de onvolprezen Renault-4 af te zakken naar het zinderende zuiden.

Terugkijkend op de vijfentwintig jaar die wij in onze vaderstad hebben doorgebracht, bekruipt mij het gevoel dat de jaren vergingen op het ritme van het jaarlijkse carnaval en het jazzfestival, wanneer de fine fleur van de oude jazz op straten, pleinen en in kroegen, opgestuwd door het strakke ritme van drums en banjo, de instrumenten aan de lippen zette. Enthousiasme en improvisatie zijn de toverwoorden van deze in New Orleans geboren muziek. Wanneer de twee samenvallen, gebeuren er heel mooie muzikale dingen. En tot ons onuitsprekelijke plezier waren we er al dikwijls bij. Zoals gezegd, met uitzondering van de corona-pandemie.

Een festival wordt niet alleen gemaakt door de muziek. Traditiegetrouw bevolken tienduizenden bezoekers de terrassen op de Grote Markt en aangrenzende straten. Onder hen altijd wel een paar Krimpenaren die we thuis never nooit ontmoeten, maar hier wel. En natuurlijk meldt zich bij de laatste vrije stoel aan ons tafeltje op het grootste terras een neef, broer of vriend van een gezamenlijke kennis.

Je kunt over de koppen lopen, geldt hier bijna letterlijk. En komt de zon een beetje behoorlijk door, blijft iedereen natuurlijk helemaal aan zijn stoel plakken. Opstaan doet alleen degene wie binnen in het café een sanitaire stop wil voltrekken. Die kan trouwens wel eens mooi pech hebben. De rij wachtenden is allicht hinderlijk lang. Met dank aan de wereldberoemde bierbrouwer uit Amsterdam.

Het orkest van dienst zet intussen de traditional High society in en wij wandelen weer eens verder. Een uurtje later. Een ander plein en een ander terras. Bij het aloude hotel-restaurant Van Ham aan de overkant, gaat het dak eraf. Zeven man sterk heeft de band haar dixieland-repertoire uit de kast gehaald. Hoe gezellig wil je het hebben?

De stemming zit er goed in. Feijenoord werd op de Coolsingel door ruim 100.000 fans gehuldigd en toegezongen. Zo gek is het in de jazz-stad in Brabant niet. Maar Enthousiasme en Plezier worden wel met dikke hoofdletters geschreven. Wie hier niet door de muziek wordt aangestoken, mist vermoedelijk de noodzakelijke soul, dat ondefinieerbare vermogen dat een gewoon mens van een jazz-freak onderscheidt.

Lang geleden nam ik me voor ooit op bedevaart naar New Orleans te gaan. De geboorteplaats van de jazz kun je toch eigenlijk niet links laten liggen, als je tot in je diepste weefsels besmet bent met het jazz-virus. Het is er niet van gekomen. En eerlijk gezegd, denk ik dat het niet meer gaat gebeuren.

Nou ja, dan maar niet naar Storyville – de lichte buurt van New Orleans, waar in armoedige kroegen, morsige bordelen en kleine theaters voor het eerst de nieuwe muziek klonk – maar naar Breda. Het klinkt als een schrale troost, maar daarmee doen we het festival daar geen recht.

Oude jazz – in de traditie van New Orleans – hoor je er weliswaar niet veel meer, maar het swingt nog steeds de pan uit. En wanneer het weer meezit, wil het feest maar niet ophouden. Precies daar wil ik het voor vandaag bij laten. Het zou plezierig zijn jullie, gezond van lijf en leden, op de laatste dagen van het festival tegen het lijf te lopen.

Prettig weekend.
20 mei 2023

Bert van Oosterhout