Het beste moet nog komen

De column van Bert van Oosterhout

27 mei 2023 Bert van Oosterhout

Jeugdvriend Cees op bezoek. Het is alsof de jaren hebben stilgestaan. Hij is even oud als ik, maar geen spat veranderd sinds de vorige ontmoeting, anderhalf jaar geleden. En dan ook nog in een puike conditie. Die gast presteert het vijf dagen per week 30 tot 40 kilometer te lopen. Het is verdorie onwijs verdeeld in de wereld. Om jaloers van te worden.

We delen een vroege jeugd. Herinneringen gekleurd door een onzichtbaar filter. Zoals deze: vroeger was het altijd goed weer met Pinksteren. Of verbeeld ik me dat nou? Het zou kunnen. Maar hoe dan ook weet ik zeker dat we als jonge knapen in de prille Pinksterzon en waarschijnlijk in ons zondagse kloffie, naar de meiden lonkten.

Nonchalant een sigaret erbij, uit een pakje Miss Blanche van 10 stuks. Voor de prijs van 45 cent (van de gulden) was je de man. En dan kon je ook nog voldoende van die geurige witte stokjes bewaren voor het volgende weekend.

Gewichtige jongensgesprekken metselden de uren van een lange dag aan elkaar. Meestal ging het over muziek. Daar wisten we alles van. Kenners zogezegd. Onze expertise ontleenden we aan de radio. Elke uitzending van elk dans- en swingorkest dat ons aanstond, werd beluisterd. En geestdriftig becommentarieerd.

Zo raakten we als vanzelf vertrouwd met de sound van The Ramblers,The Skymasters, Het Metropole Orkest, The Millers en later de Dutch Swing College Band en tientallen andere ensembles, die in de naoorlogse jaren als paddestoelen de grond uitschoten.

We beleefden er veel plezier aan, als jongens. En niet alleen met Pinksteren. Over serieuze zaken als de opwarming van de Aarde hadden we nog nooit gehoord. Die moest nog bedacht worden. Dat was dus niets om je over op te winden.

Opgewonden werden we pas wanneer de Tour de France losbarstte en we via uitzinnige radioverslaggevers hoorden dat Wim van Est in een ravijn was gevallen. 'Maar zijn Pontiac tikte nog' wist een slimme horlogeboer met gevoel voor marketing meteen te melden.

De straat was onze natuurlijke hangplek. Begin- en eindpunt van eideloze tochten op krakkemikkige fietsen van een oerdegelijk vaderlands merk. Niet te vergelijken met die schitterende karretjes die tegenwoordig de fietspaden onveilig maken. In onze tijd reden we altijd wel een band lek en moesten we voortdurend een fietsketting repareren.

De wereld was een stuk kleiner dan tegenwoordig. Van Krimpen aan den Ijssel hadden we nooit gehoord. Dat gebeurde pas 25 jaar later. Toen we gehoor gaven aan de zuigkracht van de Randstad en we daarmee voor altijd afscheid namen van onze jeugd.

Het Hollands Diep en de Ijssel markeren sindsdien het 'toen' en 'nu'. Alsof de golven onze herinneringen opstuwen. Wat toen vanzelfsprekend was – daar worden nu vraagtekens bij geplaatst. Maar wat was eigenlijk zo vanzelfsprekend, denk ik achteraf.

Voor een antwoord ga ik even te rade bij wijlen de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig. In zijn boek Die Welt von Gestern sprak hij in 1970 over “..... het gouden tijdperk van de Zekerheid. Dat was waar miljoenen mensen naar streefden. Wat het leven de moeite waard maakte. Ze geloofden dat de beste van alle werelden nog moest komen. De boosheid en het geweld van voorgaande eeuwen lag achter hen. En dat het altijd zo zou blijven.”

Een onwrikbaar geloof in de toekomst. Maar met zulke hooggestemde en naieve gedachten hielden mijn jeugdvrienden en ik ons niet bezig. Een genot is het, wat mij betreft, te kunnen vaststellen dat Pinksteren 2023 nog een beetje dat onbevangen feest van vroeger is. Een gezellige mix van ingetogen overdenking en muzikale uitbundigheid. Niet helemaal ten offer gevallen aan de predikers van de 24-uurs economie. Ik hoop dat het voorlopig zo blijft.

Een plezierige Pinksteren.

Tot de volgende keer.

28 mei 2023