Een vrouw voor het station
De column van Bert van Oosterhout
10 juni 2023 Bert van Oosterhout
In de openbare ruimte voor het Centraal Station in Rotterdam lijkt ze kleiner dan ze is. Toch meet ze 4 meter en nog wat, schoon aan de haak. Maar op de zonovergoten dinsdagmiddag dat onze ogen elkaar nieuwsgierig aftasten, wekt ze niet de indruk een massale vrouw te zijn. Eerder lijkt ze een wat timide persoon. Wel scant ze als het ware geamuseerd de voorbijgangers die hun stap inhouden om haar te kunnen bekijken. Maar ze reageert niet wanneer voornamelijk gekleurde vrouwen zich tussen haar meer dan levensgrote benen laten fotograferen.
Ze reageert helemaal nergens op. Met beide benen stevig op de grond, de voeten in fors uitgevallen sneakers, staat ze hier. Ik vind trouwens dat ze op de verkeerde plek staat. Ondanks haar forse gestalte, krachtig vormgegeven in brons, staat ze volgens mij te veel in de ruimte. Maar over smaak valt niet te twisten. En sinds de onthulling van dit beeld, Moments Contained van de beeldhouwer Thomas J.Price, is er al genoeg getwist.
Die onenigheid werd gevoed door o.a. NRC-columniste Rosanne Hertzberger. Zij noemde het beeld een 'belediging', omdat de jonge vrouw 'niets bijzonders had gepresteerd.' Waarom moest zij dan zo nadrukkelijk in beeld worden gebracht? Nog afgezien van de vraag waarom dèze standplaats werd gekozen. Ja, toen waren natuurlijk de rapen gaar.
Wat mij betreft deed Hertzberger het naast de pot. Het beeld van Price is immers geen afbeelding van enig persoon, levend of dood. Zijn schepping is een zogenaamd everywoman -in dit geval een doodgewoon mens. Een iemand. Het past bij de trend 'kleine luiden' of 'algemene' mensen te portretteren, schreef de NRC. Zo ontstaan beelden die niet verwijzen naar een historische figuur. Monsieur Jacques van Oswald Wenckebach op de Coolsingel in Rotterdam, is daar een treffend voorbeeld van. Hier is ook niemand in beeld gebracht. Daarentegen liet de maker zijn fantasie los op de zelfingenomen burgerman in het algemeen.
Zo ongeveer schiep Thomas Price zijn inmiddels veelbesproken beeld. De buitenmenselijke afmetingen ervan zijn daarbij een bewuste keuze. Ze benadrukken zijn opvattingen over kunst in de buitenruimte. De houding en uitdrukking van het beeld zijn bijna ingetogen. Maar gegeven de totale omvang van het werk kun je er onmogelijk ongezien aan voorbij. Opzet geslaagd.
Ze heeft nog geen (bij)naam. Maar de Rotterdammers kennend, komt dat wel voor elkaar. Ongetwijfeld lanceert iemand vroeg of laat de bijnaam bij uitstek. Blijkbaar is de tijd er nog niet rijp voor. Voorlopig staat de vrouw er gewoon. Handen in de zakken van haar broek. Het haar in zo'n foeilelijke knot.
Rond haar verschijning blijven raadsels hangen. Wat dat betreft had de gemeente Rotterdam wel iets meer aan public relations kunnen doen. Blijkbaar vinden ze aan de Coolsingel de doorsnee-Rotterdammer wijs genoeg om een nieuw kunstwerk te duiden. Dat geldt dan toch niet voor die mevrouw die deze middag peinzend het nieuwe beeld bekijkt.
'Weet u misschien wat het voorstelt?', vraagt ze een medestander. 'Nou, niet echt', is het antwoord. 'Ik weet eigenlijk alleen dat Price vooral beelden maakt van gewone, moderne mensen van kleur. Precies die mensen waarvan je er hier op het station dagelijks duizenden ziet. Dat betekent zeker dat ze in dit land worden gerespecteerd. Ik moet u zeggen: dat lijkt me winst.'
Twee witte jongemannen, die hebben geluisterd, geven de spreekster een bescheiden applausje. Mooi tafereeltje op een doordeweeekse middag. Om over na te denken.
Een prettig weekend.
Zaterdag 10 juni 2023
Bert van Oosterhout
